Het pad van de bodhisattva

Geplaatst door op 10:06 in Blog | 0 reacties

De Madhyamakavatara, ‘Het betreden van de Middenweg’ van de Indiase filosoof Candrakirti (600 – 650 n.C.), geeft een commentaar op het beroemdste werk van zijn grote voorganger Nagarjuna (150 – 250 n.C.), die vanwege zijn belang voor de ontwikkeling van het boeddhisme wel ‘de tweede Boeddha’ wordt genoemd. Nagarjuna’s Mulamadhyamakakarika, ‘De fundamentele verzen van de Middenweg’ geldt als een van de belangrijkste werken binnen het boeddhisme en de Indiase filosofie. Candrakirti schrijft in zijn commentaar op dit monumentale werk over de Desabhumika, de ‘tien stadia van het pad van de bodhisattva’.

Het Sanskriet woord bhumi betekent letterlijk ‘grond’ en het wordt vaak vertaald met ‘stadium’. Ik vertaal het echter met ‘veld’. Ik volg Candrakirti in zijn duiding van de velden van het pad van de bodhisattva en stem deze vervolgens af op de wensen en noden van de moderne, westerse beoefenaar. Regelmatig zal ik Candrakirti citeren, de cijfers achter het citaat verwijzen naar het hoofdstuk waaruit het komt en de regel waarin het is terug te vinden. De vertalingen zijn van mijn hand.

Voordat we Candrakirti volgen in zijn beschrijving van het pad van de bodhisattva, moeten we eerst ophelderen wat we kunnen verstaan onder ‘bodhisattva’ en wat er wordt bedoeld met ‘pad’. Ik vaar hier op mijn eigen kompas.

Bodhisattva betekent letterlijk: ‘aanwezigheid (bodhi) zijnde (sattva)’, of het ‘lichaam van aanwezigheid’. Ik vertaal het met ‘incarnerende aanwezigheid’. Dit betekent dat het onbeperkte in het beperkte huist, het grenzeloze in het begrensde, het doodloze in het eindige, het ongeconditioneerde in het door en door karmisch bepaalde, het volmaakt vrije in het streng afhankelijke en gehechte. De bodhisattva is een paradoxaal dubbelwezen, een God-mens, een heuse avatar. Wanneer de bodhisattva zich niet als zodanig herinnert, als een levende paradox, dan blijft zijn leven beperkt tot een begrensd, eindig, door en door karmisch bepaald, volstrekt afhankelijk en gehecht bestaan. Leidend in zijn leven is dan de angst. Zijn bevrijding vindt hij alleen in een waarachtig herkennen van zichzelf. In en door die herkenning kan hij pas echt worden geboren en bekrachtigd als deze vrije, zeer concrete ongeboren vleesjas.

Die herkenning vindt plaats in verschillende velden op het pad van de bodhisattva. In elk veld wordt een aspect van de incarnatie van aanwezigheid aangeduid en onderhouden, opdat de bodhisattva zichzelf, gaandeweg van veld tot veld, van aspect tot aspect en van beoefening tot beoefening herinnert. De herinnering van de verschillende aspecten van de paradox die hij leeft, is tegelijkertijd de uitdrukking van deze aspecten en de verwezenlijking ervan. Als de bodhisattva zich bijvoorbeeld zijn grenzeloosheid herinnert, drukt hij dit uit in een diep gevoelde ervaring van overvloed en verwerkelijkt hij dit in een geste van onvoorwaardelijk geven. Zo wordt de bodhisattva meer en meer zichzelf. Het goddelijke incarneert daadwerkelijk in het weerbarstige vlees.

Candrakirti ziet de velden als een organische en noodzakelijke orde in de tijd. Het pad begint met een ‘ommekeer’, een ‘inkeer’ of een ‘eerste herkenning’ en gaat via ‘onomkeerbaar’ in het achtste veld, naar de ‘bekrachtiging’ van de God-mens in zijn paradoxale totaliteit in het tiende veld. Elk veld biedt een specifieke mogelijkheid tot onderhoud EN een realisatie van een bepaald aspect van de ‘incarnerende aanwezigheid’.

Je kunt de velden ook zien als gebieden van beoefening binnen de context van de gegeven situatie. Vraagt de situatie om loslaten, dan beoefen je onvoorwaardelijk geven. Vraagt de situatie van je om te wachten en uit te houden, dan beoefen je geduld. Hier worden de velden praktisch toepasbaar in dagelijkse situaties die ons met klem om ons antwoord vragen.

 

Tien velden van onderhoud

Geplaatst door op 10:48 in Blog | 0 reacties

In de Zen Cirkel in Utrecht, die op maandag 13 maart 2017 start, richten we ons op tien velden van onderhoud van onze onbeperkte aanwezigheid in ons door en door beperkte, dagelijkse bestaan. Deze tien velden van onderhoud zijn de tien bhumi’s, letterlijk ‘gronden’ en vaak vertaald met ‘stadia’, die de Indiase boeddhistische filosoof Candrakirti (600 – 650 n. C.) noemt in zijn beschrijving van de carrière van de bodhisattva, de ‘incarnerende aanwezigheid’, in zijn magnum opus de Madhyamakavatara, ‘Het betreden van de Middenweg’. In de komende Zen Cirkel volgen we een eigentijdse interpretatie van dit belangrijke Sanskriet werk, die is afgestemd op het leven zoals wij dat leiden.

De tien bhumi’s reiken ons oefeningen aan die we in ons dagelijkse bestaan kunnen toepassen, zonder dat we de situatie waarin ons leven zich voltrekt hoeven te veranderen. Met andere woorden, we hoeven onze wereldse verantwoordelijkheden niet te verzaken. Juist daarom zijn de oefeningen die samenhangen met de tien velden waarin de bodhisattva aspecten van zichzelf herinnert, uitstekende wijzen van onderhoud om het meest wezenlijke in ons leven te blijven herkennen en in ons dagelijkse handelen te verwezenlijken. Voor een ieder die erin is geïnteresseerd om het spirituele naar het dagelijkse leven te brengen, schrijf je nu hier in

Valkuilen op het Pad

Geplaatst door op 10:25 in Blog | 0 reacties

Longchenpa besluit zijn Juwelenschip met het noemen van enkele valkuilen op de Weg. Valkuilen zijn er veel en ook hierin ligt het belang van een goede leraar. Deze heeft het Pad zelf gelopen, onder begeleiding van zijn leraar, en hij kent uit eigen ervaring de talrijke valkuilen die de verheven levenswijze sieren. Hij zal veelal niet helpen voorkomen dat de leerling valt, want vallen is onvermijdelijk. Hij zal de leerling wel bijstaan in zijn grondeloze val en hem helpen opkrabbelen en inspireren om toch vooral verder te gaan. Door het vallen verdiept de leerling zijn weg, zijn zicht reikt verder, zijn vertrouwen groeit. En nee, aan het vallen komt geen einde. Elke val confronteert de volger van de Weg met zijn menselijkheid. Met elke val incarneert het universeel scheppende verder in het weerbarstige vlees.

Ik citeer Longchenpa over twee beruchte valkuilen op het Pad. De eerste is het menselijke, al te menselijke toe-eigenen van de nonduale en onmiddellijke ervaring van aanwezigheid. In zen wordt dit ‘het vastzitten in het absolute’ genoemd. We hebben het Licht gezien en denken nu dat we God zelf zijn. Dit is ook zo, maar er is ook een andere kant. Dit is de kant van ons karma en ons vlees. Longchenpa schrijft: ‘Als je evenwel, ten gevolge van een nihilistische opvatting van openheid, geen mededogen hebt en verward bent over wat juist is en wat verkeerd, dan is dit een foutief zicht. Wanneer het zicht is geblokkeerd door deze fixatie, die is als een donkere afgrond, richt dan smeekbeden tot de spirituele gids, vertrouw op zuiver inzicht, beoefen liefde en mededogen, en train je geest in het gewaarzijn van het niet-permanente en de karmische consequenties van je daden.’

Zonder een leraar is de leerling die denkt dat hij God is zeker verloren. Volgens zijn levendige ervaring kan hij letterlijk niet meer stuk en maakt het niet uit wat hij doet of laat; hij staat op de top van de berg. Maar wat hij in deze ‘donkere afgrond’ niet ziet, is dat karma zich verzamelt als gevolg van zijn door het Licht verblinde handelen. Uiteindelijk zal het opgehoopte karma hem inhalen. Hopelijk weet zijn leraar hem eerder te verleiden van de berg af te dalen, want deze staat is met name schadelijk voor de mensen om dit Super-Ego heen. Hij maakt zonder mededogen levens stuk.

Een tweede valkuil die Longchenpa noemt is de identificatie met en de gehechtheid aan de beoefening. In zen heet dit: ‘de ziekte van zen.’ Door deze identificatie is de student niet in staat op een gegeven moment te ontdekken dat er geen enkel onderscheid bestaat tussen zijn dagelijkse leven en meditatie. Hij is niet in staat om zijn beoefening daadwerkelijk in zijn leven te integreren en zijn dagelijkse leven te leven als beoefening. Longchenpa schrijft: ‘Als je geïdentificeerd raakt met de pure aanwezigheid die komt als plezier, helderheid en afwezigheid van oordeel, vernietig dan deze identificatie door training in het juiste zicht en het onderzoeken van je staat van zijn. In die kalme, ruimtelijke gesteldheid, waarin geen enkele identificatie plaatsvindt met wat er ook verschijnt, is geen streven, volbrengen, meditatie, mediteerder of wazigheid. Dit is het ononderbroken, niet-conceptuele voortgaan waar openheid en helderheid zijn verenigd. Train hier de geest in de dimensie die vrij is van iedere zelf-identiteit.

Als dit zo is, dan ben je vrij van profane of religieuze handelingen en gedachten en leef je je leven zoals het komt en gaat. Hier is integrale zen een feit. Hier zit je temidden van kool en as, laat je je door niemand meer iets wijs maken en is de beoefening van meditatie precies hetgene wat je nu doet, zoals je dat doet. Ongekunsteld. Zonder meer of minder. Precies zo. De volmaakte uitdrukking van het universeel scheppende beginsel!

De vruchten van het Pad

Geplaatst door op 12:43 in Blog | 0 reacties

We volgen de verheven levenswijze omdat we in contact willen komen met het meest essentiële in ons leven en we dit contact willen onderhouden. We doen dit omdat we ons daartoe bewogen weten, ‘Boeddha zoekt Boeddha’, heet dat in het boeddhisme. Het is in deze zin vreemd om over vruchten van het Pad te spreken. Het Pad gaan, dat is de vrucht. Maar het is niet alleen hierom vreemd om over vruchten van het Pad te spreken. Nyingma meester Longchenpa schrijft in het hoofdstuk ‘Het resultaat’ van zijn ‘Juwelenschip’:

‘Er is geen enkele staat die niet deze onmetelijke staat van aanwezigheid is. Het is de verblijfplaats waar alles thuis is. Verblijf dus hier, want dit kan niet opgebouwd of afgebroken worden. Hier is het niet nodig om geleidelijk vooruit te gaan of iets te zuiveren.’

Er wordt niets ontwikkeld in het volgen van de verheven levenswijze, je komt nergens van af, geen van je kwaliteiten wordt getransformeerd, geen aandrift of diep ingesleten patroon wordt gezuiverd. Zijn er dan wel vruchten van het volgen van de verheven levenswijze? Je komt thuis, ofschoon je dit thuis nooit hebt verlaten. Dat is alles en dat is groots.

Gaandeweg het Pad wordt er wel iets helder. Longchenpa: ‘Het kenmerk van dit onophoudelijk zelf oprijzend, ongerept gewaarzijn is de volstrekte helderheid van de vijf zintuigen.’ Hier wordt niets ontwikkeld. Je gaat gewoonweg terug naar wat je ziet. En wat je ziet is precies dat. Wat je hoort is precies wat je hoort. Wat je denkt is precies wat je denkt. Wat je voelt is precies wat je voelt. Wat het is, dat weet je niet. Wat dat betreft leid je je leven in duisternis. Maar wat daarin oplicht is precies zoals het is. Glas en glas helder. Deze helderheid, ofschoon ze niet wordt ontwikkeld, is een vrucht van het Pad.

En, ‘Dit aanwezige gewaarzijn is vanaf het allereerste begin vrij van obstructies en wijkt niet af van de werkelijkheid zoals ze is. De individuele helderheid van de vijf wijzen van zintuigelijke waarneming en de individuele helderheid van de hartstochten, die zich manifesteren als de vijf wijzen van ongerept gewaarzijn, staan bekend als het spel van ongerept gewaarzijn. Omdat ze in zichzelf volledig zijn zonder dat er naar gezocht behoeft te worden, is er niets te hopen of te vrezen.’ Deze afwezigheid van hoop, dit volstrekt geen uitweg hebben, is de werkelijke vrijheid die een mens heeft. Hij kan nu rusten in wat is. Hij kan zich ontspannen en werken met de situatie zoals ze is. Zonder hoop heeft hij niets te vrezen. Ook dit is een vrucht van het Pad.

Tot slot, in de woorden van Longchenpa: ‘Bovendien is er geen ander doel dan de realisatie van natuurlijke vrijheid, zonder inspanning, foutloos, en zonder gebreken, het unieke feit van gewaarzijn, stralend vanuit zichzelf en vrij van beredenering.’ In deze zin krijgt de volger van de verheven levenswijze zijn leven terug. Hij hoeft naar niets anders meer te streven. Het Koninkrijk Gods is in hem. Hij is zichzelf genoeg. De volger van de verheven levenswijze is zelf de vrucht van het Pad.

Emoties en dagelijkse activiteit

Geplaatst door op 10:41 in Blog | 0 reacties

Om de verheven levenswijze te leiden, de levenswijze die uitgaat van onze essentie, ‘het universeel scheppende’, hoeven we helemaal niets te doen, alleen aanwezig te zijn en ons in deze aanwezigheid te laten bewegen. Dit geldt ook voor het omgaan met onze emoties. In de meeste situaties laten we ons leiden door onze oordelen over en diep ingesleten patronen met betrekking tot onze emoties. We laten ons leiden door geperverteerde emoties, emoties die zijn vervormd door wat we zelf met die emoties doen. Zelden laten we ons leiden door de emotie precies zoals ze is, een verlichte kwaliteit van ons leven en een exact op de situatie afgestemde energie. Agressie leidt ons als een geperverteerde angst. Hebzucht leidt ons als een geperverteerde begeerte. Matheid leidt ons als een geperverteerde lust. (Zelf)haat leidt ons als een geperverteerde woede. Als we de moed hebben om terug te gaan naar de emotie zelf, ‘voordat karma zich heeft verzameld’ (zie het fragment hieronder), dan komen we weer in contact met het heldere licht dat ons beweegt en de intelligente kwaliteit die het universeel scheppende ons biedt om ons leven te leiden.

Nyingma meester Longchenpa zegt hierover in het hoofdstuk ‘Gedrag’ van zijn ‘Juwelenschip’: ‘Mocht gehechtheid, afkeer, dofheid, trots of afgunst oprijzen, besef dan ten volle hun innerlijke energie. Herken hen in het allereerste moment, voordat karma zich heeft verzameld. Kijk het volgende moment onbevangen naar deze toestand en ontspan in de aanwezigheid ervan. Dan wordt ieder van de vijf hartstochten die oprijst een pure aanwezigheid, bevrijd op zijn eigen plaats, zonder te worden uitgesloten. De hartstocht komt op als ongerept gewaarzijn, helder, plezierig en niet bepaald door gedachten.’

Het op deze wijze werken met emoties kunnen we goed oefenen in meditatie. Zit fysiek en geaard, stevig geworteld in je onderbuik. Laat de emotie die opkomt opkomen. Blijf erbij en rust daar. Laat je aanwezigheid door de emotie vullen en voel de energie en de verlichte kwaliteit van deze emotie van binnen uit. Heel intiem. Zo raak je vertrouwd met je emoties.

Om de verheven levenswijze te leven hoeven we helemaal niets te doen. Alles wat we doen of laten is te veel. We leven een ongekunstelde aanwezigheid, onmiddellijk, zonder meer en zonder minder. En alles wat we doen is de directe expressie van het universeel scheppende.

Longchenpa: ‘Luister: zo pas je de leer toe. Ga niet in tegen wat je doet. Want doen en niet doen zijn ongeboren. In dit besef is wat je ook doet de ongeboren werkelijkheid.’

Dit is een kwestie van vertrouwen. Dit vertrouwen groeit door telkens weer aanwezig te zijn, terug bij mezelf, mijn gedachten uit te spannen, niet uit te zenden en te rusten bij wat er nu hier opkomt. Dit is het. Dit beweegt me. Dit is mijn bestaan ten diepste, dit is alles wat er is. Dit kan ik vertrouwen. Zo eenvoudig, en toch zo moeilijk om te doen.