Dogens Uji, onverdeelde inspanning

Geplaatst door op 11:02 in Blog | 0 reacties

Als ik zit op een kussen of op een stoel, als ik op het perron op mijn trein sta te wachten, of ik wandel met uitgespannen gedachten door een park of een bos en ik keer moeiteloos terug tot wat ik zie en wat ik hoor en blijf heel dicht bij wat zich aandient in mijn aanwezigheid, intiem met elk venster van de herinnering dat zich opent, elke golf van emotie die me vult en elk perspectief van wat op me toekomt dat zich ontvouwt, dan drukt tijdelijkheid zijn zich zonder enige inspanning mijnerzijds uit in alles wat op dit moment verschijnt: het getjilp van de vogels, de vertrekkende trein, het wiegen van het blad, een beklemmend gevoel van onbestemdheid, een adembenemende bustocht door de Chinese bergen. Zonder dat ik luister of kijk, denk of voel, drukt zich geheel vanzelf, voor de ene tijd dit en voor de andere tijd dat uit. Laat hem voor een tijd zijn ogen fronsen en knipogen. Hem? Dat is degene die nu deze woorden leest.

Gyoji heet dit in het Japans, ‘onverdeelde, onophoudelijke en moeiteloze inspanning’. Dogen Zenji schrijft hierover in Uji: ‘Het tijdelijkheid zijn van alle wezens doorheen de wereld in het water en op het land is uitsluitend de verwezenlijking van jouw onverdeelde inspanning (gyoji) op dit moment. Alle wezens van elke soort in de zichtbare en onzichtbare werelden zijn het tijdelijkheid zijn verwezenlijkt door jouw onverdeelde inspanning, passerend door jouw onverdeelde inspanning. Onderzoek dit vloeien nauwkeurig; zonder jouw onverdeelde inspanning hier en nu, zou er niets worden verwezenlijkt, zou er niets passeren.’

Degene die nu deze woorden leest, hoort met de oren, kijkt met de ogen, grijpt met de handen, spreekt met de mond en loopt rond met de benen. Er is niets wat hij niet doet en toch wordt er helemaal niets gedaan. Als ik niet uitzend, zie ik hem onophoudelijk passeren en hoor ik hem zich uitdrukken in elk gerucht dat weerklinkt.

Tot slot dit verhaal over de Chinese zen meester Yaoshan. Op een dag zat Yaoshan ergens te zitten en Shitou vroeg hem, ‘Wat ben je aan het doen?’ Yaoshan antwoordde, ‘Ik doe helemaal niets.’ Shitou vroeg, ‘Je zit dus maar een beetje te relaxen?’ Yaoshan antwoordde, ‘Als ik zou relaxen, zou ik nog steeds iets doen.’ Shitou zei, ‘Je zegt dus dat je niet iets aan het doen bent. Wat is dat dan, wat je niet doet?’ Yaoshan antwoordde, ‘Zelfs duizend wijzen weten het niet…’

 

Dogens Uji, zelfvergeten aanwezigheid

Geplaatst door op 10:15 in Blog | 0 reacties

Zoals ik eerder heb opgemerkt, kunnen we Dogens ‘Tijdelijkheid zijn’ lezen in het licht van de eerste grote realisatie van de historische Boeddha Shakyamuni. Volgens de Majjhima Nikaya I. 247 ervaarde Gautama Siddhartha in de eerste wake van de nacht, tussen negen ‘s avonds en twaalf uur ‘s nachts, diepgaand: ‘Dit, mijn concrete leven, is niets anders dan tijdelijkheid (Sanskriet: anitya, letterlijk, ‘zonder een bepaalde duur’).’ Als we in de navolging van Gautama Siddhartha gaan zitten op een kussen, met onze benen gekruist, onze rug recht als een antenne, onze handen in de meditatiemudra, onze borst open en onze ogen geloken, en we laten de boel de boel, spannen ons denken uit en ontvangen in plaats van uit te zenden, dan kan ons, geheel buiten onszelf om, het wonderlijke besef toevallen, dat er niets komt en niets gaat. Wat we tot onze stomme verbazing plotsklaps aan den lijve ervaren, veel concreter dan we het ons ooit zouden kunnen voorstellen, is dat er voor een tijd het kraken van het hout is, voor een tijd de zorg voor morgen, dat er voor een tijd het bezoek van mijn broer is van een week geleden, tegelijkertijd met en niet gehinderd door het flakkeren van de vlam van de kaars in dit moment. Niets van wat zich hier en nu voordoet komt. Niets van wat zich hier en nu voordoet gaat. Alles is hier en nu gegeven en alles is mijn leven op dit moment. Voor een tijd dit. Voor een tijd dat. Volkomen onbegrijpelijk.

‘Je mag veronderstellen dat tijd alleen maar wegstroomt en je niet beseffen dat tijd nooit aankomt. Ofschoon beseffen zelf tijd is, is het niet afhankelijk van zijn eigen arriveren. Mensen zien uitsluitend tijds komen en gaan en zien niet dat tijdelijkheid zijn in elk moment verblijft’, schrijft Dogen in Uji. Ofschoon wat zich hier en nu in mijn zittende aanwezigheid aandient voor een onbepaalde tijd duurt, gaat er nooit iets verloren. Ofschoon ik niets kan grijpen en begrijpen, is alles hier en nu vanaf het beginloze begin reeds gegeven.

Hoe ga ik zien dat er nooit iets verloren gaat, terwijl om me heen dierbaren, dieren en dingen vallen bij bosjes? Ik zal het niet kunnen zien, ik zal mezelf van mijn taken moeten ontheffen en zelfvergeten afzinken in mijn aanwezigheid in dit moment. Maar wie geeft er dan stem aan de wonderbaarlijke en paradoxale volheid van dit moment?

Jezelf herinneren betekent verlegen hakkelend en jezelf herroepend stem geven aan een fenomeen dat zo van zichzelf is vervuld, dat het door elk denkpatroon en elke bedding van de taal heen breekt. Je slaat de plank voortdurend mis, wat je je realiseert en zegt, dat is het niet en daarbij is het nu al weer anders. Voor een tijd dit, voor een tijd dat. De zoektocht die het jezelf herinneren is kent geen einde, omdat ze tijdelijkheid zijn zelf is. De Boeddha’s ontwaken komt noch gaat en ligt derhalve nooit binnen mijn bereik. Het is hier en nu gegeven, als ik zit met gekruiste benen, mijn gedachten uitspan, het ik van zijn taken onthef en verzink in dit zelfvergeten, eindeloze, zichzelf vervullende moment.

 

Dogens Uji, tijdelijkheid zijn is passeren

Geplaatst door op 10:05 in Blog | 0 reacties

‘Tijdelijkheid zijn heeft de kwaliteit van passeren (Jap. kyoryaku, vloeien, stromen, passeren)’, schrijft Dogen. ‘Het zogenaamde vandaag vloeit in morgen, vandaag vloeit in gisteren, gisteren vloeit in vandaag. En vandaag vloeit in vandaag, morgen vloeit in morgen.’ Ga maar eens voor een minuut of tien zitten op een stoel en check jezelf.

Als we uit onze stroperige beslommeringen terugkeren naar wat we horen als we gewoonweg luisteren en wat we zien als we simpelweg kijken, dan kunnen we niet ontkennen dat de werkelijkheid waarin we ons bevinden stroomt. Alles is op de meest concrete wijze in beweging en dit passeren is niet onderscheiden van ons bestaan op dit moment. Ons leven hier en nu IS passeren. ‘Denk niet dat passeren als de wind en regen is, die van oost naar west trekken. De totale wereld is niet onveranderlijk, hij is niet onbeweeglijk. Hij vloeit.’

Met de kernkwaliteit van passeren geeft Dogen het niet substantiële, niet solide, maar open en onbepaalde karakter van de werkelijkheid aan. Panta rei, alles stroomt, schreef de Griekse filosoof Heracleitos. Mijn aanwezigheid is een onophoudelijke passage en alles, niets uitgesloten, stroomt daarin mee. ‘Passeren is als de lente’, schrijft Dogen. ‘De lente met al haar talloze facetten wordt passeren genoemd. Als de lente passeert, dan is er niets buiten de lente.’ Voor de tijd dat het duurt. Tijdelijkheid zijn is niet statisch, het is niet een onbeweeglijke open ruimte. Tijdelijkheid zijn is passeren en alles passeert. Mijn aanwezigheid is onophoudelijk stromen en alles stroomt.

‘De lente stroomt onophoudelijk door de lente’, schrijft Dogen. ‘Ofschoon het passeren zelf geen lente is, voltrekt zich het passeren gedurende de gehele lente. Aldus is het passeren voltooid op precies dit moment van de lente.’

Als de trein op het station vertrekt, is mijn gehele leven op dat moment het passeren van de vertrekkende trein. Het maakt niet uit, of ik in de trein zit of op het perron sta te wachten, de vertrekkende trein is het passeren zelf en mijn gehele leven op dat moment passeert als deze vertrekkende trein. Het beton van het perron, het staal van de rails, de bankjes en borden en hoogspanningsleidingen en al mijn medereizigers zijn niet hard en substantieel, ze passeren in het passeren van de vertrekkende trein.

 

Dogens Uji, het alles omvattende nu

Geplaatst door op 10:20 in Blog | 0 reacties

‘Denk niet dat tijd alleen maar vervliegt’, schrijft Dogen Zenji. ‘Zie het vervliegen niet als de enige functie van tijd. Als tijd alleen maar vervliegt, dan zou je gescheiden zijn van tijd. De reden waarom je tijdelijkheid zijn niet helder ziet, ligt in jouw vooronderstelling dat tijd alleen maar voorbij vliegt.’

De tijd vliegt. Tijd verstrijkt. Tijd gaat voorbij. Maar is het verstrijken van tijd niet ons idee over tijd? Alleen als we onszelf losmaken van tijd en als het ware op een afstand naar tijd kijken, dan zien we tijd voorbij vliegen. In dat geval scheiden we ons van tijd en precies dit, zo herhaalt Dogen keer op keer, is onze grote onwetendheid met betrekking tot tijd. Ik kan mijn leven niet scheiden van tijd. Deze, mijn aanwezigheid, is tijd en mijn aanwezigheid is altijd hier en nu. Ik roep je naam en je antwoordt. Hier. Nu. Altijd nu.

Als je terugkeert naar wat je hier en nu aan den lijve ervaart, simpelweg naar wat je hoort en gewoonweg naar wat je ziet, hier en nu, dan kun je niet ontkennen dat tijd niet voorbij gaat. ‘De drie hoofden en acht armen van de vechtende geest zouden verleden tijd kunnen zijn. Het lichaam van de ontwaakte zou tegenwoordige tijd kunnen zijn. Toch zijn verleden en heden beide in het moment waarop je de bergen betreedt en de duizenden toppen ziet. Verleden tijd en tegenwoordige tijd verdwijnen niet’, schrijft Dogen.

Een van de wonderlijke implicaties van nikon (Japans), ‘het alles omvattende, eeuwige nu’, is niet alleen dat het nergens begint en nergens eindigt, maar dat er geen tijd verloren gaat. Het weldadige samenzijn met vrienden dat jaren geleden op de Wadden plaatsvond, is alleen maar nu, in dit moment van jouw aanwezigheid. Mijn een jaar geleden overleden moeder bezoek ik nu, op dit moment, in haar desolate kamer in het verpleegtehuis. Ik neem haar mee naar beneden, naar het restaurant en bestel een appeltaartje voor haar, nu, in dit moment. Ik vraag haar hoe haar week was, nu, in dit moment. Zij antwoordt, altijd nu. Niet alleen omvat dit mystieke moment alles wat ik zie en alles wat ik hoor, het omvat ook wat ik heb gezien en wat ik vermag te gaan horen. Tijd gaat niet voorbij. Er verstrijkt geen tijd. Mensen en dingen verdwijnen niet. Ze zijn nooit weg geweest. Altijd zijn ze hier, nu, in jouw stromende, passerende, vlietende tijdelijkheid zijn.

 

Dogens Uji, duale en nonduale ervaring

Geplaatst door op 09:15 in Blog | 0 reacties

Gewoonlijk, schrijft Dogen, zien we tijdelijkheid zijn aldus: ‘Voor een tijd was ik de drie hoofden en acht armen van een asura. Voor een tijd was ik het lichaam van een Ontwaakte. Al bestaan de bergen en rivieren nog steeds, ik ben ze lang geleden gepasseerd en verblijf nu in een juwelen paleis en een vermiljoenen toren (symbolen van ontwaken).’ In het dualistisch functioneren van ons bewustzijn, plaatsen we dingen en gebeurtenissen op een afstand van ons zelf. Gebeurtenissen zijn voorbij, komen op ons toe, of we proberen er vanaf te komen. Ons bestaan is duidelijk gescheiden van elk ander bestaan. Maar als we terugkeren naar ons aan den lijve ervaren, naar wat we horen en wat we zien, ontdekken we dat gebeurtenissen in het verleden, heden en toekomst elkaar niet hinderen en altijd hier en nu plaatsvinden, precies zoals dingen elkaar niet hinderen en altijd verschijnen in mijn aanwezigheid in dit moment. ‘Omdat tijd niet wordt gekenmerkt door komen en gaan, is het moment waarop je de bergen beklom hier en nu. Omdat tijd blijft komen en gaan, ben jij tijdelijkheid zijn hier en nu.’

Wat we aan den lijve ervaren, drukt Dogen dichtbij zijn ervaring blijvend en in nauwgezet gekozen bewoordingen uit: ‘Aangezien er niets anders is dan dit moment, is tijdelijkheid zijn alle tijd die er is. Elk moment is al wat bestaat, en dit is de totale wereld. Ga maar na of er iets, of enige wereld, is weggelaten uit het huidige moment.’ Dit is de nonduale ervaring, of de ervaring van ontwaken: alles, elk ding of wezen, van de onbeduidendste grasspriet tot de meest imposante berg, is bevat in jouw aanwezigheid op dit moment. Niets is uitgesloten. Jouw tijdelijkheid zijn draagt alles op de meest intieme wijze. Hoe kan er ooit een ding verdwijnen? Hoe kan er ooit een moment verloren gaan?

‘Slikt dit tijdelijkheid zijn niet het moment in waarop je de bergen beklom en het moment waarop je verbleef in een juwelen paleis en een vermiljoenen toren? Spuugt het ze niet uit?’ Immers, niets gaat verloren en niets verdwijnt in deze tijd dat het duurt. Niets kan je ontsnappen. En je kunt niets vasthouden. Alles is hier en nu gegeven op een ongrijpbare, onbegrijpelijke wijze.