Het Avatamsaka soetra. Door het knippen van de vingers

Geplaatst door op 08:52 in Blog | 0 reacties

Sudhana vraagt de Bodhisattva Maitreya om de Toren te openen en hem binnen te laten. De Bodhisattva treedt naar voren en knipt met zijn vingers en kijk, de deur gaat open! En welk een schouwspel wordt hem geopenbaard! De vertaling van het fragment die nu volgt is de meest accurate expressie van de non-duale ruimte (de eenheidservaring) die ik ken. De Toren is metafoor voor jouw leven als bodhisattva, dat paradoxale dubbelwezen. In de zelfvergeten activiteit van het knippen van de vingers opent de Toren en wordt een inzicht verschaft in Sudhana’s vraag: ‘Wat is verlichting?’

‘De Toren is wijds en uitgestrekt als de hemel. De Toren is versierd met banieren, juwelen, parelkettingen, gouden draden, spiegels, spitsbogen, pilaren, wolken van kostbare kleding, gouden bananenbomen, beelden van ontwaakten en zingende vogels. Binnen de Toren ziet hij honderdduizenden andere torens, eveneens prachtig versierd. Ook deze zijn weids en eindeloos uitgestrekt als de hemel en stralen in alle richtingen. Toch hinderen de torens elkaar niet in hun verschijning. Ze zijn duidelijk van elkaar onderscheiden in al hun karakteristieken, terwijl ze zich harmonieus in elkaar weerspiegelen, elke toren individueel en alle torens collectief. Er is een volkomen vermenging in een natuurlijke orde. Sudhana wordt overweldigd door vreugde en ontzag en hij buigt zijn lichaam in alle windrichtingen.’

‘En op het moment dat hij buigt, neemt hij door de kracht van Maitreya zichzelf waar in al die torens en in elke toren individueel, terwijl alle torens in een toren zijn bevat en elke toren alle torens bevatten. In een van de torens ziet hij hoe Maitreya voor het eerst intens verlangt naar het volledige ontwaken (bodhicitta). In een andere toren ziet hij Maitreya geabsorbeerd in de Samadhi van liefde (maitra), vandaar dat hij zijn naam, Maitreya, ‘De Geliefde’ kreeg. In een andere toren ziet hij Maitreya de paramita’s beoefenen, de tien stadia van het bodhisattva-pad doorlopen en hoe hij de leer van de Boeddha onderhoudt. Hij ziet hoe Maitreya zich de waarheid realiseert dat alle dingen ongeboren zijn. In weer een andere toren ziet hij hoe Maitreya door een soeverein vorst wordt verzocht zijn volk te begeleiden in het beoefenen van de tien Mahayana voorschriften. Sudhana ziet het rijk van de doden in een andere toren verschijnen, waarin de bodhisattva een groot licht uitstraalt dat alle levende wezens bevrijdt van de pijn van alle hellen. Hij ziet de bodhisattva in de wereld van de hongerige geesten (de preta’s), die hij laaft met voedsel en drank om hun intense lijden te verzachten. Hij ziet de bodhisattva in het rijk van de beesten, die hij traint met verschillende middelen.’

‘Sudhana hoort alle onderrichten van de Boeddha melodieus uit elke porie van de huid van alle bodhisattva’s komen. Hij ziet de Boeddha’s omringd door hun gemeenschappen, hij ziet de verschillende plaatsen van geboorte, hun families, hun lichaamsvormen, hun leeftijden, kalpas, landen, namen, onderrichten van de Dharma, en hun begeleiden en ondersteunen van alle wezens.’

Wordt vervolgd.

Het Avatamsaka soetra. Alles komt samen in jou

Geplaatst door op 09:03 in Blog | 0 reacties

Op zijn pelgrimage bezoekt Sudhana Maitreya bodhisattva die in de Vairocana toren verblijft met de vraag: ‘Wat is verlichting?’ Voordat de deur van de toren opengaat, is er nog een kwaliteit van de bodhisattva, dat paradoxale dubbelwezen, waarop hij zijn licht heeft te laten schijnen. Deze slaat voor hem de brug naar de overweldigende ervaring die hij krijgt als de deur zich opent. Alles in de ruimte en elk moment in de tijd komen samen in jouw aanwezigheid in precies dit moment en op precies deze plek. In de woorden van de pelgrim Sudhana klinkt dit aldus.

Sudhana beantwoordde hieraan met de volgende gatha’s: ‘Hier verblijven zij, die in een gedachte-moment alle kalpa’s (eonen, een kalpa is 4320 miljoen jaar), landen en Boeddha-namen omvatten en wiens alles doordringende zicht in een moment ontelbare kalpa’s kan doorzien. Hier verblijven zij, die in een gedachte alle onmetelijke kalpa’s ontvangen en die, terwijl ze zich op de wereldse wijze van denken toeleggen, vrij zijn van idee en onderscheid. Hier verblijven zij, die zich geoefend hebben in samadhi’s waarin binnen een gedachte-moment verleden, heden en toekomst worden gezien, terwijl ze leven in vrijheid. Hier verblijven zij, die met de benen gekruist zitten zonder zich te verplaatsen, zich manifesteren in alle wegen van bestaan doorheen alle landen. In een stofdeeltje wordt de totale oceaan van landen, wezens en kalpa’s, zoveel als er stofdeeltjes bestaan, gezien en deze vermenging vindt plaats zonder enige hindernis. Met alle stofdeeltjes wordt het mengsel van alle landen, wezens en kalpa’s gezien in hun veelvoud aan unieke verschijningen. O edele Maitreya, jij bent de oudste zoon van de Boeddha, jij leeft een leven zonder hindernis, jouw zicht gaat voorbij elke vorm, met jou in mijn gedachten buig ik voor jou.’

Nu zijn we klaar om naar binnen te gaan…

(Wordt vervolgd)

Het Avatamsaka soetra. De toren van Maitreya

Geplaatst door op 07:59 in Blog | 0 reacties

In de Boeddha’s samadhi verschijnt Sudhana, die in zijn pelgrimage onder leiding van Manjusri Bodhisattva (van wijsheid), meer dan vijftig leraren bezoekt met de vraag ‘Wat is verlichting?’ (Of: Wat is dit? Wie ben ik? Waar kom ik vandaan? Waar ga ik heen?) De allerlaatste leraar die hij bezoekt is Samantabhadra Bodhisattva, die hij uiteindelijk zelf wordt, maar daarvoor bezoekt hij eerst Maitreya Bodhisattva, die in Vairocana toren verblijft. Mahavairocana Boeddha, de Zon Boeddha, de ‘bron van alle Boeddha’s’, is DE Boeddha van de Gandavyuha. In het betreden van de toren, betreedt hij de onmiddellijke ervaring van het Wat?, het Wie?, het Waar? en het Waarheen?

‘Dit is de verblijfplaats van degenen die een kalpa (eon) in alle kalpa’s laten binnengaan en alle kalpa’s in een kalpa; die een land (kshetra) in alle landen doen binnengaan en alle landen in een land, zonder ook maar een land zijn eigenheid te ontnemen; die een dharma in alle dharma’s laten binnengaan en alle dharma’s in een dharma, zonder er ook maar een te vernietigen; die een wezen (sattva) in alle wezens doen binnengaan en alle wezens in een wezen, terwijl elk zijn eigen individualiteit behoudt; die ervaren dat er geen dualiteit is tussen een Boeddha en alle Boeddha’s en tussen alle Boeddha’s en een Boeddha; die alle dingen in een gedachte-moment (ksana) doen binnengaan en die alle landen bezoeken door een gedachte te laten oprijzen; die zich manifesteren waar er wezens zijn.’

‘Dit is de verblijfplaats van degenen die, ofschoon ze zelf reeds bevrijd zijn, zich in deze wereld manifesteren om anderen te laten rijpen; die, terwijl ze niet wijken van hun eigen verblijfplaats, overal heengaan om de orde der dingen in alle Boeddha-landen te bekrachtigen; die, terwijl ze de voetsporen van alle Tathagatha’s volgen, niet gehecht raken aan het concept Boeddha, die, terwijl ze alle soorten van gedachten binnengaan, toch volkomen vrij daarvan zijn; die, terwijl ze een duidelijk onderscheiden lichaam hebben, geen dualistische, egocentrische gedachten hebben, die, terwijl ze begiftigd zijn met een lichaam uit de Lokadhatu, ze niet zijn onderscheiden van de Dharmadhatu; die, terwijl ze het verlangen hebben door alle tijden die in het verschiet liggen heen te leven, toch vrij zijn van de gedachte van duur; die, terwijl ze zichzelf manifesteren in alle werelden, toch geen haar breed zijn verwijderd van de plaats waar ze verblijven (deze toren).’

‘Dit is de verblijfplaats van degenen die zichzelf vermaken waar alle dingen ongeboren zijn en toch niet verblijven in het ongeborene der dingen; die verblijven in de wereld waar de keten van oorzakelijkheid regeert, maar door de dingen in de wereld niet bevangen zijn; die de vier onmetelijkheden beoefenen, maar niet worden geboren in de wereld van vorm vanwege hun verlangen alle levende wezens te laten rijpen; die de vier vormloze samapattis beoefenen, maar niet worden geboren in de wereld van geen-vorm vanwege hun verlangen alle levende wezens te dienen met een groot hart; die samatha en vipasyana beoefenen, maar omdat ze alle levende wezens willen ondersteunen zelf geen ontwaken en bevrijding realiseren; die upekha (gelijkmoedigheid) beoefenen, maar niet gelijkmoedig zijn jegens wereldse zaken; die karma en hartstochten beheersen en toch in het belang van het rijpen van alle levende wezens onderhevig zijn aan karma en hartstochten; die zelf voorbij alle wegen van bestaan zijn en toch al die paden betreden in het belang van het disciplineren van alle levende wezens; die compassie beoefenen maar zich conventionele vriendelijkheid niet ontzeggen; die vriendelijkheid (metta) beoefenen maar gehechtheden niet hebben opgegeven; die vreugdevol zijn maar lijden aan het lijden van levende wezens; die alle voornemens van het achtvoudige pad beoefenen maar niet zoeken naar de opheffing van duhkha. Voorwaar, dit is de verblijfplaats van wezens begiftigd met zulke kwaliteiten.’

Als basistekst voor mijn vertaling heb ik het ‘palmblad manuscript’ van de Royal Asiatic Society in Londen gebruikt, folio 247b en verder, waar ik toegang toe had via mijn Sanskriet leraar destijds, de Indiase pandit Pran Paul, DE specialist op het gebied van Avalokitesvara (Kanzeon bodhisattva). Wordt vervolgd.

Het Avatamsaka soetra. Een paradoxaal dubbelwezen

Geplaatst door op 07:51 in Blog | 0 reacties

Het Avatamsaka soetra gaat niet alleen over de wonderbaarlijke realiteit van het alledaagse. Het gaat ook over dat paradoxale dubbelwezen dat we zijn: de bodhsattva, de eenheid van het onbeperkte ongeborene in onze strak geconditioneerde vleesjas. Een eenheid die we ons alleen kunnen realiseren en kunnen belichamen door toewijding. Lees deze uit het Sanskriet vertaalde passage uit het negenendertigste deel van het Avatamsaka soetra, de Gandhavyuha.

Alle bodhisattva’s vanuit alle windrichtingen van de wereld verzamelen zich met hun ontelbaar aantal volgers rond de Boeddha, ‘geboren uit het leven en de voornemens van Samantabhadra, de bodhisattva (van toewijding). Ze zijn vrij in hun gedrag, omdat ze reiken tot in alle Boeddha-landen; ze manifesteren ontelbaar veel lichamen, omdat ze reiken tot waar er Boeddha’s zijn; ze beschikken over een ongehinderd en scherp zicht, omdat ze de miraculeuze transformaties van alle Boeddha’s ontvangen; ze bezitten het vermogen om overal te gaan zonder zich te vestigen, omdat ze het niet nalaten op alle plekken te verschijnen waar de Boeddha’s ontwaken; ze beschikken over een grenzeloos licht, omdat ze de oceaan van alle Boeddha’s waarheden verlichten met hun zicht; ze beschikken over een onuitputtelijk vermogen van welsprekendheid, tot aan het einde der tijden, omdat hun spreken onomwonden is; ze verblijven in de hoogste wijsheid die geen grenzen kent, omdat hun gedrag zuiver en ongekunsteld is; ze bezitten geen vaste verblijfplaats, omdat ze zichzelf openbaren overeenkomstig de gedachten en verlangens van alle levende wezens; ze zijn vrij van bevangenheid, omdat ze weten dat er in feite geen wezens en substanties in de objectieve wereld bestaan; en tot besluit zijn ze in het bezit van een non-dualistisch weten dat zo ver reikt als de ruimte, omdat ze de gehele Dharmadhatu verlichten met hun netten van licht. Alle bodhisattva’s weten dat alles is als Maya, dat alle Boeddha’s als schaduwen zijn, dat alles wat bestaat, oprijst en vervalt is als een droom, dat alle vormen van karma zijn als beelden in een spiegel, dat het ontstaan van alle dingen is als een fata morgana, dat alle werelden slechts transformaties zijn. Wetende dat alle dingen onbepaald zijn, beoefenen ze het loslaten van weerstand en zijn ze nergens aan gehecht, ofschoon ze zich onvermoeibaar in dienst stellen van anderen; ofschoon ze een objectieve werkelijkheid herkennen, weten ze dat deze onbereikbaar is; in alle werelden openbaren ze zichzelf volkomen ongehinderd; ze worden in alle werelden geboren en nemen elke vorm aan; ze transformeren een klein stukje grond in een uitgestrekt landschap en een uitgestrekt landschap in een klein stukje grond; alle Boeddha’s verschijnen in een enkel ogenblik van hun gedachten; ze onderzoeken het totale universum in een glimp en zijn volstrekt niet verward; ze kunnen alle werelden in slechts een moment bezoeken.’

Als basistekst voor mijn vertaling heb ik het ‘palmblad manuscript’ van de Royal Asiatic Society in Londen gebruikt, folio 247b en verder, waar ik toegang toe had via mijn Sanskriet leraar destijds, de Indiase pandit Pran Paul, DE specialist op het gebied van Avalokitesvara (Kanzeon bodhisattva). Wordt vervolgd.

Het Avatamsaka soetra. In een enkele porie van de huid

Geplaatst door op 13:16 in Blog | 0 reacties

Tijdens de lock-down van dit voorjaar, maakte Maurice Knegtel een vertaling uit het Sanskriet van passages uit het negenendertigste deel van het Avatamsaka soetra, de Gandavyuha. Hieronder volgt de opening van dit negenendertigste deel.

Te Jetavana ging de Boeddha te midden van vijfhonderd arhats en vijfhonderd bodhisattva’s een samadhi binnen…

‘Dit alles komt voort uit de Boeddha’s miraculeuze goede daden, zijn miraculeuze werk van zuiverheid en zijn miraculeuze kracht; dit alles komt voort uit zijn miraculeuze vermogen om zijn lichaam te transformeren en het gehele universum te laten doordringen; dit alles komt voort uit zijn miraculeuze vermogen om alle Boeddha’s voort te brengen en alle Boeddha-landen met hun pracht in zijn lichaam te laten binnentreden; dit alles komt voort uit zijn miraculeuze vermogen om alle verschijnselen van de Dharmadhatu zich te laten manifesteren in een enkel deeltje stof; dit alles komt voort uit zijn miraculeuze vermogen om alle Boeddha’s uit het verleden, met hun opeenvolgende daden, zich te laten openbaren in een enkele porie van zijn huid; dit alles komt voort uit zijn miraculeuze vermogen om het gehele universum te verlichten met elke straal die uit zijn lichaam schijnt; dit alles komt voort uit zijn miraculeuze vermogen om stromen van transformatie, die alle Boeddha-landen vullen, uit een enkele porie van zijn huid te laten voortkomen; dit alles komt voort uit zijn miraculeuze vermogen om in een enkele porie van zijn huid de volledige geschiedenis van alle werelden, in alle richtingen, vanaf hun eerste verschijnen tot aan hun uiteindelijke vernietiging, te openbaren. Hierdoor verschijnen alle zuiverheid en pracht van de Boeddha-landen in deze grot te Jetavana.’

Dit alles komt voort uit jouw miraculeuze vermogen om te lopen met de benen, te grijpen met de handen, te praten met de mond, te ruiken met de neus, te horen met de oren, te zien met de ogen, te denken met het hoofd, te resoneren met elke porie in het lichaam.

Toen meester Ling-yün werd gevraagd hoe de dingen waren voor zijn verlichting, hief hij zijn stok. Toen hij vervolgens werd gevraagd hoe de dingen zijn na zijn verlichting, hief hij andermaal zijn stok.

Als basistekst voor mijn vertaling heb ik het ‘palmblad manuscript’ van de Royal Asiatic Society in Londen gebruikt, folio 247b en verder, waar ik toegang toe had via mijn Sanskriet leraar destijds, de Indiase pandit Pran Paul, DE specialist op het gebied van Avalokitesvara (Kanzeon bodhisattva). Wordt vervolgd.