Incarnatie. De dynamiek van wijsheid.

Geplaatst door op 07:51 in Blog | 0 reacties

Als je zit in, met en door je lichaam, maar ook als je je ademhaling volgt, zoals in de beoefening van aandachtsmeditatie, zal het je niet ontgaan dat zich geheel vanzelf een dynamiek voltrekt, die we de dynamiek van meditatie kunnen noemen. Deze dynamiek ontstaat als we ons iets voornemen te doen op ons kussen of op onze stoel. Bijvoorbeeld, onze ademhaling volgen. Of alleen maar zitten, met een rechte rug en kracht in onze onderbuik. Als het voornemen is genomen, begint zich geheel buiten onszelf om een dynamiek te voltrekken, waarin we afdwalen van ons voornemen en na verloop van tijd, ook geheel buiten onszelf om, weer terugkeren tot onze intentie.

Waarin dwalen we af? We dwalen af in wat we met de dingen en onszelf doen: onze concepten, ideeën, oordelen, vooronderstellingen, zorgen, hoop en wanhoop, maar ook onze angsten, ons verzet, onze woede, depressie, begeerte en hebzucht. We dwalen af in onze bevangenheid, de film die we zelf creëren als we iets met de werkelijkheid doen. Die film kan lang duren, maar vroeg of laat komt er een moment van pauze. In die pauze keren we, geheel buiten onze eigen wil en controle om, terug naar onszelf, naar wie we werkelijk zijn, de zoheid van onze concrete grond. Hier herinneren we onszelf en herinneren is niet iets dat ik zelf doe, maar dat me wordt gegeven. Ook herinneren we ons wat we onszelf hebben voorgenomen te doen: onze ademhaling volgen of tellen, of gewoonweg zitten in aanwezigheid. We volgen onze intentie en zijn thuis, dicht bij onszelf, in een mateloze intimiteit met de situatie waarin we ons bevinden. Voor de tijd dat het duurt, en dan, weer geheel buiten onszelf om, dwalen we af in onze mijmeringen, waandenkbeelden en ons emotionele tempeest.

De dynamiek van meditatie is de dynamiek van wijsheid, prajna genaamd in het boeddhisme. Prajna betekent concreet: onderscheidende helderheid, dat wil zeggen, een van nature gegeven helderheid waarin ik kan onderscheiden wat werkelijk is en wat ik daar in mijn hoofd van maak. Dit is het onderscheid tussen wakker en bevangen zijn. Door onophoudelijk af te dwalen van mezelf en weer terug te keren naar mezelf, wordt dit onderscheid langzaam aan helderder en helderder. Ik begin beter te zien dat er een verschil is tussen wat ik feitelijk zie en hoor enerzijds en wat ik daarvan maak anderzijds. En ik realiseer me waar ik in mijn hoofd mee bezig ben en wat werkelijk is.

Als ik vertrouwd raak met deze dynamiek in mijn meditatie, begin ik de dynamiek ook te herkennen en vertrouwen in mijn dagelijkse leven. Het aanroepen van mijn naam brengt me terug van mijn benauwde in gedachten verzonken zijn, naar de open ruimte van mijn bestaan. De regen in mijn gezicht doet me ontwaken uit mijn heilloze worsteling met mezelf en brengt het volmaakt vrije functioneren van mijn ware zelf in herinnering. Of, wanneer ik ga zitten in de trein, treed ik de pauze binnen van de film die ik van mijn leven en de werkelijkheid heb gemaakt. Door het gaan herkennen van deze natuurlijke dynamiek midden in mijn dagelijkse leven, kan ik mezelf toestaan meer te rusten in de pauzes die vallen en minder wanhopig te zijn als mijn bevangenheid me in haar greep houdt. Dit kan ik vertrouwen: ik keer altijd terug naar mezelf. Ik kom altijd weer thuis.

De dynamiek van afdwalen en weer terugkeren is tevens de dynamiek van stokken en stromen. Veelal loopt de as van het wiel van mijn leven aan als ik bevangen raak door mijn eigen creaties. Dat is niet erg, als ik mezelf maar de gelegenheid geef ook de pauzes in mijn film mee te nemen en mezelf te herinneren. Als ik mezelf herinner, stroomt mijn leven weer op de ongehinderde energieën die dit alledaagse moment vervullen. Er is niets aan de hand, totdat mijn leven stokt… En zelfs dat is geen probleem.

Incarnatie. Het lichaam als ingang, basis en bron

Geplaatst door op 07:50 in Blog | 0 reacties

Zen meditatie beoefen je met je lichaam, niet met je geest. Het is een fysieke activiteit, geen beoefening van aandacht. Je volgt niet je ademhaling of je gedachten, maar je zit, je bent lijfelijk aanwezig op de plek waar je lichaam zich bevindt.

Hoe zit je met, in en door je lichaam? Je neemt de houding aan die in de yoga traditie bekent staat als de ‘lotus houding’, met gekruiste benen, de linker hand in de rechter handpalm, de duimtoppen zachtjes tegen elkaar, de ellenbogen naar voren, de kin iets ingetrokken. Maar als je deze houding hebt aangenomen, zit je nog niet per se in je lichaam. Wellicht is je ademhaling nog hoog in je lijf en zit je feitelijk met je hoofd. Om werkelijk met, in en door je lichaam te zitten, zal je ademhaling moeten zakken naar je onderbuik en je vanuit je onderbuik in je lijf moeten treden. Hiertoe dien je je bekken ietsjes naar voren te kantelen, zodat je buik naar buiten bolt en je rug licht hol wordt en er vanzelf enige spanning ontstaat in de spieren van je onderbuik, zo’n zes centimeter onder je navel. Behulpzaam hierbij is dat je een zitkussen gebruikt en dat je van het zitkussen uitsluitend het voorste puntje benut. Of je zit letterlijk op het puntje van je stoel. Wanneer je spieren in je onderbuik zijn aangespannen, behoud die spanning dan constant, ook bij het uitademen. Op deze wijze zakt je ademhaling geleidelijk aan van je middenrif naar beneden, naar je onderbuik en ontstaat daar een kracht die je helpt echt in je lichaam te zitten. Als je zo zit, ademend vanuit je onderbuik en met een kracht in het zwaartepunt van je lichaam, dan zit je geaard, diep, diep geworteld in deze concrete grond. Je trekt je nu aan je kruintje naar het plafond en zit met een rechte rug, oprecht, als een antenne, als een ontvanger en doet helemaal niets meer. Alleen maar zitten. Alleen maar zijn. Aanwezig. In, met en door je lichaam.

Zo in, door en met je lichaam zijn vereist oefening. Je zult jezelf moeten toestaan meer en meer in je lichaam te zakken, meer los te laten en meer te vertrouwen in je fysieke aanwezigheid. In deze oefening groeit de intimiteit met jezelf, je lijf, je leven. Langzaam maar zeker raak je vertrouwd met het gegeven dat er niets is uitgesloten van jouw aanwezigheid in dit moment. Alles wat zich voordoet, dat ben jezelf. Deze oefening in intimiteit vereist discipline. Je zult in je agenda tijd moeten vrijmaken om te zitten in, door en met je lijf. Bijvoorbeeld elke dag een kwartier, of twee maal per week een half uurtje in de ochtend. Regelmaat en de intentie om werkelijk te zitten zijn belangrijker dan duur en frequentie. Als je eenmaal een ‘zit discipline’ hebt opgebouwd, begint er volstrekt onbegrijpelijk en oncontroleerbaar iets door te werken van deze fysieke intimiteit in je dag. Je voelt je meer gedragen, meer geaard, meer thuis, meer ontvankelijk.

Ofschoon de formele zitpraktijk zoals hierboven beschreven een basis legt, is het belangrijk je beoefening door te trekken naar andere activiteiten op je dag. Hier wordt introvert zitten in stilte, expressief en dynamisch lichaamswerk. Je kunt je oefenen in staan als je staat, waarbij je voelt dat je voeten op de grond staan, je knieën niet gestrekt, maar iets gebogen zijn en je zwaartepunt in je onderbuik ligt. Je kunt oefenen in gaan als je gaat, waarbij je voelt hoe je voeten zich afwikkelen en weer op de grond belanden, met je knieën iets gebogen en je kracht in je onderbuik. Tijdens vergaderingen zit je op het puntje van je stoel, ademend vanuit je onderbuik; je handen voelen het tafelblad, je billen voelen de rand van je stoel. Je gebruikt niet de lift maar de trap om omhoog of omlaag te gaan en je plaatst je voeten met enige kracht op de treden, je kracht in je onderbuik. Bij tijd en wijle laat je je ademhaling weer zakken naar je onderbuik, spant aldaar je spieren en zakt in je lichaam. Bij tijd en wijle daal je af in je zintuigen en luistert naar je luisteren, kijkt naar je kijken, voelt je voelen, voor een ogenblik maar, dan ben je weer terug in je lichaam.

Op deze wijze maak je op een ongekunstelde manier, in het leven precies zoals je het leidt, je lichaam tot de poort van het grote mysterie van leven en dood. Uitsluitend je lichaam is daartoe de ingang. Als je lijf werkelijk samenvalt met je lijf, vind je daar de Eeuwige, de verbinding, je aangeboren vrijheid en je thuis.

 

Incarnatie. Het afdalen van de berg

Geplaatst door op 07:37 in Blog | 0 reacties

De drieëndertigste Patriarch was Zen Meester Dajian Huineng. Hij werkte in de rijstmolen te Huangmei. Op een dag ging Zen Meester Daman Hongren de molen binnen en vroeg: ‘Is de rijst al wit?’ Huineng antwoordde: ‘Hij is wit, maar hij is nog niet gezeefd.’ Hongren sloeg drie keer tegen de molen met zijn staf. Huineng schudde drie keer met de zeef en ging de Patriarchs kamer binnen.

Denkoroku, Keizan Zenji, casus 34.

De weg van de bodhisattva is de weg in de samenleving. Traditioneel is de bodhisattva degene die is ontwaakt, maar er nadrukkelijk voor kiest niet het nirvana binnen te gaan en terug te keren in de wereld. In concreto betekent dit terugkeren in de wereld, het terugkeren naar en beoefenen in de samenleving, waar we werken voor ons levensonderhoud, onze relaties onderhouden, onze kinderen opvoeden, onze hypotheken afbetalen, onze maatschappelijke verantwoordelijkheden nemen, onze burgerplicht vervullen. Dit terugkeren in de wereld kan overigens ook geschieden zonder de ervaring van ontwaken en is ook op deze wijze niet minder belangrijk. Het is de beweging die we maken van de geconditioneerde en geritualiseerde ruimte waar we onszelf onderzoeken, de zendo, naar onze werkplek en ons huis, en weer terug. We hebben er nadrukkelijk voor gekozen om NIET ons leven in een klooster of ashram te slijten, vrij van de verantwoordelijkheden van de werknemer, ouder, echtgenoot, partner, kostwinnaar en burger.

Telkens weer keren we terug naar de worsteling. De worsteling met cynische machtsstrategen en stroperige miscommunicatie in de apenrots die de werkplek is. De worsteling met ons onvermogen en onze verwachtingen binnen onze relaties. De worsteling met de autonomie van en het loslaten van onze kinderen. De worsteling met de weerbarstige alterniteit van andere culturen en de verlammende patstelling in eigentijdse kwesties. Het afdalen van de berg is het nadrukkelijk kiezen voor deze worsteling. De bodhisattva komt zichzelf niet tegen in situaties die de goeroe of meester voor hem ensceneert. Hij verdiept zijn leven en bewustzijn in de worstelingen die het dagelijkse leven hem biedt. Hij moet zelf zijn broek ophouden, hij kan niet terugvallen op het bemoedigende geglimlach van gelijkgestemden en er is geen leraar die de situatie zegent. Hij realiseert zichzelf in de waanzin en de krakende inertie van het bare, profane bestaan. En deze realisatie deelt hij eens per week of een, of twee maal per jaar met zelfonderzoekers, die in kleine, intieme cirkels, ver uit het zicht van de gewone man en de religieus samenkomen. Zo wordt de witte rijst gezeefd. Dit is de manier waarop de eenentwintigste eeuwse westerling van de ijle top van de berg, naar de broeierigheid van het dal beneden afdaalt.

Incarnatie, het afdalen van de berg. De religieuze ervaring

Geplaatst door op 07:51 in Blog | 0 reacties

Twintig jaar na het verschijnen van mijn eerste boek Voorbij willen en weten (Servire 1998), waarin de vraag wordt gesteld hoe het heilige in onze tijd nog aanwezig kan worden gesteld, na tien jaar zen cirkel, die de beoefening in het dagelijkse leven ondersteund en op een eigentijdse wijze en in een eigentijdse taal de Indiase, Chinese en Japanse Dharma tot leven liet komen, en na het ontvangen van Inka, het laatste zegel van bekrachtiging binnen de zen traditie, dat ik op 25 juni 2018 van mijn leraar Genpo Roshi mocht aannemen, stel ik mezelf, als een door de traditie gelegitimeerde Zen Meester, de vraag wat nu mijn dharma is, het onderricht dat ik voorleef en nalaat. Aangezien de zen cirkel negen bijeenkomsten heeft, zet ik mijn dharma in negen facetten uiteen. Het kernwoord in deze negen facetten is incarnatie, ofwel het afdalen van de berg.

De religieuze ervaring

Shakyamuni Boeddha ontwaakte toen hij de ochtendster zag, en zei ‘Ik, de hele aarde en alle wezens zijn tegelijkertijd tot aanwezigheid ontwaakt.’

Denkoroku, Keizan Zenji, casus 1.

Wat incarneert? Dat, wat in de religieuze ervaring wordt gerealiseerd. Deze realisatie is de top van de berg, en daar begin ik in het delen van mijn dharma. Nee, de top van de berg is niet het doel van de weg. De ervaring van verlichting, ontwaken, satori, de mystieke ervaring, is niet datgene waarnaar we uiteindelijk streven. Zeker, ze is belangrijk op ons pad, maar haar belang ligt in de aanvang van onze beoefening. Bij de verlichtingservaring begint ons pad pas echt. Bij de top van de berg, daar begint onze reis. Daar zetten we de eerste stappen om te worden wat we ten diepste zijn. En zelfs als we de top nog niet hebben bereikt en de religieuze ervaring ons nog vreemd is, dan kunnen we alsnog beginnen met onze afdaling in de seculiere wereld en het verwezenlijken van onszelf in het gedoe van alledag.

Wat wordt er in de religieuze ervaring gerealiseerd? Wat is dat voor een ervaring? De religieuze ervaring is een ervaring die verbindt, dat in de eerste plaats: ze verbindt mijn individuele bestaan fundamenteel, intiem en op de meest concrete wijze met elk ander individueel bestaan. En ze verbindt mijn individuele bestaan met wat mijn individualiteit te boven gaat en wezenlijk draagt. Dit maakt de ervaring een religieuze ervaring. De ervaring gaat niet over mij, terwijl ze mijn leven wel bekrachtigd en wezenlijk betekenis geeft.

De religieuze ervaring is een ervaring van mijn totale wezen, lichaam, hoofd, hart en ziel. Ze heeft niets zweverigs of esoterisch, maar is feitelijk de meest concrete en intieme ervaring die een mens kan ondervinden: ze is een ervaring die nog niet door mijn denken is vervormd, ze is voorwoordelijk en prereflectief. De ervaring ligt buiten wat ik kan willen en weten. Dit maakt de ervaring ongrijpbaar en onbegrijpelijk. Ofschoon ze onbegrijpelijk is, is ze zelf-evident, ze brengt me iets in herinnering dat ik eigenlijk altijd al wist. En ofschoon de ervaring me onbegrijpelijk het meest nabij is, kan ik haar nooit bereiken of afdwingen. Ze valt me toe ‘als God het wil’…

Wat realiseer ik me in de religieuze ervaring? Dat mijn leven niet mijn leven is, maar het leven van iets volstrekt anders, dat hoewel het beperkt is door mijn fysieke vorm en condities, tegelijkertijd zonder geboorte is en zonder dood, zonder begin en zonder einde, grenzeloos en eeuwig, alomvattend en alomtegenwoordig, volmaakt vrij. In mijn door en door tijdelijke bestaan zit iets dat niet stuk kan en ik ben het niet.

Dogens Shoji, ‘Geboorte en dood’. Vrij van geboorte en dood.

Geplaatst door op 07:42 in Blog | 0 reacties

Derde deel van een teisho uitgesproken door Maurice Genko Knegtel Roshi, tijdens de stille zen zondag op 17 december 2017, als afscheid van Lazuli te Utrecht, dat tien jaar lang onderdak bood aan de Zen Cirkel Utrecht. De transcriptie is gemaakt door Eerwaarde Ben Claessens.

Zij die vrij willen zijn van geboorte en dood, zullen de betekenis van deze woorden moeten begrijpen. Als je zoekt naar een boeddha buiten geboorte en dood, dan is het alsof je naar het zuidelijk land van Yue wilt gaan, met je speer richting noorden, of het is als je de Grote Beer wilt zien terwijl je naar het zuiden gericht staat. Dan val je in geboorte en dood en verlies je de weg van bevrijding.

Wat Dogen zegt: als je de Boeddha, ontwaken, aanwezigheid, bevrijding zoekt buiten geboorte en dood, dan verlies je de weg van bevrijding. Hoe komt dat? Omdat de Boeddha er per definitie in zit, geboorte-en-dood IS het pad, er is niets daarbuiten. Dat is een van de lastige aspecten van onze weg. We willen al gauw ergens van af. Dat werkt in zen niet, je moet er midden in gaan zitten. Hoe krijg je een gezonde relatie met angst? Door je te laten overspoelen met angst! Door angst echt en volledig te zijn! Een wond heel je door de wond te zijn.

Begrijp dat geboorte en dood zelf nirvana zijn.

Alle Mahayana teksten zeggen: samsara IS nirvana. Het zijn niet twee verschillende zaken. De letterlijke betekenis van nirvana is: onverstoorbare vrijheid van geest. Het is geen zevende hemel of iets heerlijks ver weg van hier. Hoe kan een geest onverstoorbaar zijn? Door niet bevangen te zijn door concepten en daarmee, wat we met die concepten aanduiden, zélf te zijn.

Er is niets zoals geboorte en dood om te vermijden, er is niets zoals nirvana om te zoeken.

Waarom ‘niets zoals geboorte en dood?’ Wat is geboorte en dood? Het is wat hier gaande is, precies dit. Dit is een open energie, zolang ik niets met de ervaring doe. Het is onbepaald, leeg van enige substantie, sunyata.

Alleen wanneer je je dit realiseert, ben je vrij van geboorte en dood.

Nu volgt een stukje tekst dat in feite Dogens Uji in een notendop is.

Het is een misverstand dat geboorte in dood verandert. Geboorte is een fase die een periode op zich is, met een eigen verleden en toekomst. Om deze reden is in boeddha dharma geboorte begrepen als niet-geboorte. Dood is een periode op zichzelf, met zijn eigen verleden en toekomst. Om deze reden wordt dood begrepen als niet-dood.

Geboorte is een fase met een eigen verleden en toekomst, hetzelfde geldt voor dood. Dit moment bevat alles, in tijd en ruimte, maar drukt zich op een specifieke wijze uit, namelijk de wijze waarop we het nu ervaren. De totale toekomst, het totale verleden en alle wezens drukken zich uit in deze energie van geboren worden of van sterven. In deze ruimte bevinden zich al onze voorouders, maar ook ons (potentieel) nageslacht.

In geboorte is er niets dan geboorte. In dood is niets dan dood. Daaruit volgend, wanneer geboorte komt, ontvang en realiseer je dan geboorte. Wanneer de dood komt, ontvang en realiseer je dan dood. Probeer ze niet te vermijden of er naar te verlangen.

In het boeddhisme geldt pratityasamutpada als een van de meest authentieke onderrichten waarover de Boeddha heeft gesproken. Het is dé boeddhistische wijze van de werkelijkheid tegemoet treden, alles treedt op in afhankelijkheid van condities. Dat je iets meemaakt, treedt op in afhankelijkheid van condities, er gaat iets aan vooraf, er zijn omstandigheden, handelingen, gebeurtenissen en situaties die geleid hebben tot wat er nu is. Al die condities maken het mogelijk dat ‘dit’ en niets anders dan ‘dit’ plaatsvindt. Alles zit erin besloten, alles baart die ene conditie. Dogen vraagt terecht: is er ook maar iets dat op dit moment is uitgesloten van jouw aanwezigheid hier en nu? Een prachtige vraag. Deze tekst heeft dan ook alles met de instelling van de beoefenaar te maken. Hij zegt: als geboorte komt, ben geboorte! Als het regent, ben de regen! Enz..

In zen is de uitgang de ingang. Als je vrij wilt worden van dood, is dood de ingang. Als je vrij wilt worden van angst, is angst de ingang. Als je vrij wilt worden van je vader en moeder, wees je vader en je moeder, zij zijn de ingang. Die instelling wordt in de volgende tekst perfect verwoord:

Deze geboorte en dood is het leven van de Boeddha. Als je het wilt buitensluiten, zal je je leven als Boeddha verliezen. Als je eraan hecht en erin wilt verwijlen, zal je je leven als boeddha ook verliezen. Wat resteert is slechts een holle vorm van leven. Alleen wanneer je geboorte en dood niet afwijst of ernaar verlangt, zal je Boeddhanatuur binnengaan.

Analyseer het niet en spreek er niet over. Vergeet je lichaam en geest en werp ze in het huis van de Boeddha, dan is alles tot stand gebracht door de Boeddha.

Vertrouw je aanwezigheid. Vertrouw erop dat het in orde is dat je hier bent.

Als je dit navolgt ben je vrij van geboorte en dood en word je een Boeddha zonder inspanning of berekening. Wie zou er dan nog nadenken?

Als je aanwezig bent, ben je het al. Het laatste stukje tekst is mijn inziens later toegevoegd.

Er is een eenvoudige manier om een Boeddha te worden. Als je je terugtrekt van onheilzame acties, niet gehecht bent aan geboorte aan dood en compassievol bent jegens alle levende wezens, als je respectvol bent naar ouderen en aardig voor kinderen, niets uitsluitend of begerig naar iets, zonder peinzen of zorgen, kun je waarlijk een Boeddha genoemd worden. Zoek niet naar iets anders.

Wat is je conclusie? Dan maar geen Boeddha worden en liever een bodhisattva, ‘een Boeddha in wording’ blijven? Of raadpleeg je deze tekst in je dagelijkse leven?

Een nieuwe Zen Cirkel onder leiding van Maurice Genko Knegtel Roshi start op maandagavond 24 september, 19.30 uur, in het Graalhuis in Utrecht. Informatie en opgave deze link.