Wat is jouw dharma?

Geplaatst door op 14:26 in Blog | 1 reactie

Hoe leef je wat je ten diepste bent?
Ter gelegenheid van Gertjan Sunyata-Sunyata Mulder Sensei’s Dharma-transmissie

Op ons geestelijke pad herinneren we onszelf totaal anders dan wie we denken wie we zijn. Wie we zijn komt gaandeweg ons zelfonderzoek in een volstrekt ander licht te staan door de realisatie van ons ware zelf. Ons ware zelf is het zelf dat echt is, dat we aan den lijve ervaren en niet iets, wat we van onszelf hebben gemaakt.

De realisatie van ons ware zelf is een numineuze ervaring, zoals Tjeu van den Berk het in navolging van C.G. Jung heeft genoemd in zijn boek ‘Het numineuze’ (Uitgeverij Meinema, 2005). We kunnen ook zeggen: ze is een mystieke ervaring, een non-duale ervaring, of een sacrale ervaring, een ervaring van het gans andere, voorbij mijn willen en weten, een ‘buitenplaats’ (Grieks: sak) waar ik nooit bij kan.

Wat realiseren we ons als we onszelf ten diepste ervaren, zonder de vervormingen van ons intentionele bewustzijn, van onze aanduidingen, ons denken, onze voorkeuren en gevoelens? Wat we ons dan realiseren, dat kunnen we niet zeggen. We weten het niet. Woorden keren ervan terug, ideeën schieten eraan voorbij, het ontglipt aan onze kenvormen. Ik weet niet wat ik ten diepste ben.

Maar als ik aan dit niet weten voorbij ga, dan kan ik wel degelijk uitdrukking geven aan de realisatie van mijn ware zelf. Die uitdrukking is mijn ware zelf niet, zoals de wijzende vinger niet de maan is. Die uitdrukking is mijn ware zelf niet, het is de realisatie van een aspect van mijn ware natuur. Wat ik me realiseer, is slechts een facet, een kant van de veelzijdige diamant die ik ten diepste ben.

Drie aspecten van mijn ware natuur

Naast Shitou ‘Wat in het blikveld verschijnt, dat is de Weg’ Xiqian (700 – 790), schrijver van de Sandokai, ‘De identiteit van veelheid en eenheid’, is Mazu ‘Meester Paard’ Daoyi (709 – 788) historisch gezien een van twee grondleggers van Zen in China. De latere twee stromingen van Zen, de Rinzai en de Soto, vinden in deze Meesters hun oorsprong. Bij Meester Mazu, die ging als een os en loerde als een tijger en wiens uitgestoken tong zijn gehele neus bedekte, komen we drie belangrijke aspecten van de realisatie van onze ware natuur tegen in de volgende drie anekdotes. Overigens zijn deze anekdotes weer pregnante expressies van Mazu’s Dharma, zijn hoogst eigen wijze waarop hij leefde wat hij ten diepste was.

Eerste anekdote. Op een dag vergezelde Baizhang zijn leraar Mazu tijdens een wandeling. Een vlucht wilde ganzen vloog juist voorbij. Mazu vroeg: ‘Wat is dat?’ Baizhang antwoordde: ‘Wilde ganzen’. Mazu vroeg: ‘Waar zijn ze heen gevlogen?’ Baizhang antwoordde: ‘Ze zijn al weg.’ Mazu pakte Baizhang bij zijn neus en draaide deze zo hard om, dat de laatste het uitschreeuwde van de pijn. Mazu vroeg: ‘Hoe kun je zeggen dat ze zijn weggevlogen, terwijl ze al die tijd hier zijn geweest?’ Toen Baizhang deze woorden hoorde ontwaakte hij.

Deze anekdote drukt de fundamentele verbondenheid en intimiteit met alles wat is als een aspect van mijn ware zelf uit. Dit is expliciet het mystieke aspect van mijn ware natuur, het numineuze bij uitstek. Niets is gescheiden van mijn aanwezigheid in dit moment. Alles wat zich voordoet, verschijnt in mijn aanwezigheid, hier, in dit beperkte lijf. Er is geen buiten en geen binnen, geen komen, geen gaan, geen gans, geen geluid en niemand die hoort, er is alleen maar ‘Gak! Gak!’

Tweede anekdote. Op een dag toen Feng een zware kruiwagen voortduwde zat Mazu met uitgestrekte benen op de weg. Feng vroeg: ‘Zou de eerwaarde zijn benen willen intrekken?’ Mazu antwoordde: ‘Wat eenmaal is uitgestrekt, wordt niet ingetrokken.’

Feng zei: ‘Wat eenmaal in beweging is gezet, kan niet worden gestopt’ en hij reed met de zware kruiwagen over de benen van Mazu. Met gewonde benen ging Mazu terug naar de zaal van het onderricht, greep een bijl en sprak: ‘Degene die zojuist de benen van deze oude monnik verwondde komt naar voren.’ Feng kwam te voorschijn en strekte zijn nek uit voor Mazu. Mazu legde de bijl weg.

Deze anekdote drukt de indringende realisatie uit dat dit het is, deze uit diepe karmische sporen geweven vleesjas is alles wat er is. Alles komt samen in wat ik ben, precies zoals ik dat ben, zoals ik dat opgetreden in afhankelijkheid van alle condities die mijn leven bepaalden ben geworden. Amor fati: wat eenmaal in beweging is gezet, kan niet worden gestopt. We rijden voortdurend over de benen van anderen heen. Dat is tragisch en we kunnen ons er maar beter van bewust zijn en ervoor gaan staan: ‘Ja, Meester, hier ben ik, ik kan niet anders.’ Met deze zo concrete karmische vleesjas heb ik het te doen, dit is het enige instrument in handen van alle dharma’s.

Derde anekdote. Meester Wu-yeh van Fen-chou kwam bij Mazu in de leer. Mazu sloeg hem gade met zijn knappe verschijning en zijn stem als een klok. Daarop sprak hij: ‘Wat een indrukwekkende Boeddha-hal en er is geen Boeddha in te vinden!’ Yeh viel op zijn knieën en vroeg: ‘De geschriften van de Drie Voertuigen begrijp ik in grote lijnen. Ik hoor voortdurend spreken over de Zen leer “Jouw aanwezigheid is de Boeddha” en daar begrijp ik niets van.’ Mazu sprak: ‘Juist de aanwezigheid die het niet kan begrijpen, die is het, en verder is er niets anders.’ Yeh vroeg: ‘Welke is dan de bekrachtiging die de Meester Patriarch uit het Westen in het geheim overleverde?’ Mazu antwoordde: ‘Eerwaarde, wat maak je je druk! Ga nu maar weg en kom een andere keer terug.’ Yeh maakte aanstalten om naar buiten te gaan. Toen riep Mazu: ‘Eerwaarde!’ Yeh draaide zijn hoofd om. Mazu vroeg: ‘Wat is het?’ Yeh ontwaakte en maakte een volle buiging. Mazu sprak: ‘Jij dwaas, waarom buig je?’

Deze derde anekdote brengt in herinnering dat niet ik het ben die mijn hoofd omdraait en reageert, maar dat er iets anders door me heen werkt. Ik kom altijd te laat. Ik arriveer als de handeling al heeft plaatsgevonden, het geluid reeds heeft geklonken, de gedachte is gepasseerd. De ander en al het andere zijn al binnen nog voordat ik ‘Ik’ kan zeggen. Iets gaat zijn gang en ik ben het niet. Precies dit is mijn ervaring van het sacrale, het ‘gans andere’ bij uitstek en een derde aspect van mijn ware zelf.

Op basis van deze drie aspecten van mijn ware natuur, wat is nu mijn Dharma? Hoe leef ik wat ik ten diepste ben? Op welke wijze druk ik mijn ware zelf uit?

Integrale zen

Integrale zen: mijn dagelijkse activiteit is meditatie. Ik druk het uit in alles wat ik doe, op elke plek waar ik ben en in elke relatie die ik aanga. Dus altijd midden in de samenleving, op de werkplek, in het opvoeden van de kinderen, in mijn jachtige gang door de grootstad, zonder extra’s. Dit is dus op geen enkele wijze zichtbaar voor anderen, het heeft weinig religieus of geëngageerds, ik kan er niets aan ontlenen. Voor mezelf is het eindeloze oefening, ik zal telkens weer terug moeten keren uit mijn bevangenheid en de zuigende werking van mijn diepe karmische sporen naar mezelf, mijn aanwezigheid, de werkvloer waar de werkelijkheid werkt. Hoe ik dat doe, dit terugkeren naar mezelf, is hoogst persoonlijk en werkt alleen voor mij. Voor mij is dit auditief waarnemen. Ik keer on the spot terug naar wat ik hoor en wat hoort en ben onmiddellijk terug bij mijn ware zelf. Voor anderen kan het kijken, ruiken of aanraken zijn, een terugkeer naar de ademhaling of de onderbuik, of het kunnen energetische oefenen zijn, zoals stevig staan met beide voeten op de grond, of het rechten van de rug, openen van de borst en in de gegeven situatie fysiek aanwezig zijn.

Initiatie

Initiatie: mijn dagelijkse leven is het uitoefenen van aspecten van mijn ware natuur. Om te leven wat ik ten diepste ben, moet ik gaan staan voor wat ik ten diepste ben. Dit doe ik in initiatie rituelen. Het eerste initiatie ritueel waarin ik dit doe is Jukai, het ontvangen van de tien voornemens die me eraan herinneren wie ik werkelijk ben. Een tweede initiatie is een verdieping hiervan, Shuke, het onvoorwaardelijk leiden van mijn leven precies zoals het is. Een derde initiatie is Shiho, de bekrachtiging van mijn leven zoals het is.
In het ritueel zeg ik ten overstaan van mijn geliefden en mensen met wie ik samen deze weg ga wie ik ten diepste ben: de Boeddha, de altijd wakkere aanwezigheid, de Dharma, alles wat in die wakkere aanwezigheid verschijnt en de Sangha, de orde der dingen in zowel de ruimte als de tijd. Ik krijg een rakusu, de verkleinde vorm van het kleed van de Boeddha, ‘het lichaam van de Boeddha’, ter herinnering. Elke keer als ik de rakusu omdoe, herinner ik mezelf eraan wie ik werkelijk ben.

Maar ik neem me bij mijn ‘doorgang’, hetgeen een initiatie feitelijk is, ook bepaalde zaken voor die ik vanaf dat moment voornemens ben uit te oefenen, in praktijk te brengen. De zaken die ik me voorneem zijn aspecten van mijn ware zelf, zoals ik deze wellicht heb gerealiseerd. Zo is bijvoorbeeld ‘niet doden’ een eindeloze oefening, die me eraan herinnert dat ik fundamenteel en intiem verbonden ben met alles wat leeft. Zo is ‘niet nemen wat me niet is gegeven’ een eindeloze oefening, die me eraan herinnert dat mijn ware natuur onbeperkt is en ik feitelijk een vanuit een overvloed leef en geen tekort. Zo is ‘geen schadelijke verdovende middelen gebruiken’ een eindeloze oefening, die me eraan herinnert dat ik feitelijk altijd wakker ben, het oog slaapt nooit. En ‘niet liegen’ is een eindeloze oefening, die me eraan herinnert dat ik leef vanuit de enige realiteit die is, maar die ik nooit zal kunnen aanduiden, uitspreken, kennen of als ‘waar’ zou kunnen bestempelen.

Incarnatie

Incarnatie: het licht laten doordringen tot in elke porie van mijn huid. Om de Dharma in mijn leven zich vrijelijk te laten uitdrukken, moet ze vrijelijk beschikking hebben over alle kwaliteiten en patronen waaruit mijn leven is geweven. Mijn vleesjas moet niet te strak zitten om vrij te kunnen functioneren. Dit betekent dat emoties, wilsafecten, afkomst, verleden, mijn diepliggende karmische sporen in het licht moeten komen, zodat dat ik weet dat ze er zijn en er vrijelijk gebruik van kan worden gemaakt. Zolang emoties onder de grond zijn gestopt en patronen in het donker functioneren als een guerrilla, beperk ik mezelf en ben ik een gehandicapte Boeddha. Pas als ik mijn individuele bestaan in al zijn aspecten en facetten heb aangenomen en daarvoor volledig en diep heb gebogen, is de Dharma in staat vrijelijk gebruik te maken van deze unieke vleesjas waarmee het in de wereld staat. Dan zijn al mijn kwaliteiten ‘verlichte kwaliteiten’, afgestemd op en in dienst van de situatie. Daar werkt het ‘gans andere’ ongehinderd en onbeperkt door me heen: iets gaat zijn gang en ik ben het niet. Mijn leven is een pijp om de Dharma doorheen te laten stromen.

Het in het licht laten treden van mijn emoties en diepliggende patronen betekent oefenen, oefenen, oefenen. Oefenen met Jungiaanse handvatten zoals opstellingen en energetisch werk. Oefenen met Tibetaanse technieken om geperverteerde emoties zoals angst, in de geperverteerde vorm van agressie, mezelf geheel ten deel te laten vallen en tot in elke porie van mijn lichaam te ervaren, tot het moment waarop ik angst ben geworden, niets dan angst, enkele en alleen deze open en verlichte energie. Pas dan ben ik innerlijk vrij om angst in elke situatie te laten opkomen en te laten werken voor mij, in plaats van blind gedreven te worden door de geperverteerde angst in de vorm van agressie.

Uitgaande van jouw herinnering aan jouw ware natuur, die in niets verschilt van mijn ware natuur, wat is nu jouw hoogst persoonlijke en volstrekt unieke uitdrukking van wie je werkelijk bent? Ofschoon de Dharma noch van jou is, noch van mij, heb ik je mijn Dharma gegeven en heb jij die schier twintig jaar lang ontvangen. Nu vraag is je Shunyata-Shunyata Sensei, wat is nu jouw Dharma?

PS Het Sanskriet begrip Dharma is een begrip met een rijke betekenis. De beperkte betekenis van het woord Dharma is ‘onderricht, leer’, maar ook ‘Weg’ en ‘Wet’. De betekenis van het woord dharma’s is ‘dingen’, zowel de zogenaamd levenloze als de levende dingen. De bredere betekenis van het woord Dharma is ‘datgene wat door me heen stroomt’, ‘iets gaat zijn gang’. Daarmee is mijn Dharma mijn karma, maar valt het er niet mee samen!

Vanaf woensdag 19 januari 2022 leidt Maurice Genko Knegtel Roshi een stilteretraite in de bossen van Eerbeek. Voor een mooi begin van het nieuwe jaar!

Jouw weg is inclusie

Geplaatst door op 13:55 in Blog | 0 reacties

Laten we nog een keer teruggaan naar de koan uit Keizan Zenji’s Denkoroku, ‘De transmissie van het Licht’, die gaat over de fases op jouw weg:

‘De vierendertigste Patriarch was Grote Meester Qingyuan Xingsi. Hij oefende in de gemeenschap van Caoxi (van de Zesde Patriarch Huineng). Hij vroeg de Patriach: ‘Wat kan ik doen om niet in een fase te belanden?’ De Patriarch vroeg: ‘Wat heb je tot dusverre gedaan?’ De Meester antwoordde: ‘Ik heb nog geeneens de Heilige Waarheden geprobeerd.’ De Patriarch vroeg: ‘In welke fase zul je eindigen?’ De Meester zei: ‘Als ik nog geeneens de Heilige Waarheden heb geprobeerd, welke fase kan er dan zijn?’ De Partiarch was zeer onder de indruk van zijn vermogen.’ (Keizan Zenji, Denkoroku, kwestie 35 Qingyuan Xingsi (660 – 740))

De vraag waarmee Qingyuan Xingsi bij de Zesde Patriarch terecht kwam, komt voort uit de realisatie dat fasen op jouw weg onontkoombaar zijn. Hoe graag je ook sneller zou willen gaan, hoe zeer je ook een fase zou willen overslaan, of gewoonweg direct willen zien waar het in jouw leven over gaat en meteen die ellendige weerstand loslaten, je kunt niet om de fasen op jouw weg heen. Vandaar de vraag: ‘Wat kan ik doen om niet in een fase te belanden?’

Maar er is ook een andere kant aan deze kwestie. Als de Patriarch vraagt: ‘Wat heb je tot dusverre gedaan?’, antwoordt Qingyuan: ‘Ik heb geeneens de Heilige Waarheden geprobeerd.’ Ook dit is waar. Degene die door de verschillende fasen heengaat, is degene die nu deze woorden leest en ik ben dat niet. Dit is het ‘gans andere’ dan ik. Iets gaat zijn gang. Noem dit ‘Het Geheim’ of ‘Het Mysterie’, maar het is heel concreet en heel dichtbij, zo dichtbij dat je er gemakkelijk aan voorbij gaat. Dus degene die kijkt met je ogen, hoort met je oren, praat met je mond en loopt met je benen is nog niet eens met de heilige waarheid van het lijden begonnen en zal ook nooit in een fase eindigen. Ook dit is waar. Tegelijkertijd is de onontkoombare opeenvolging van fasen de enige wijze waarop dit Grote Mysterie van Leven en Dood zich op jouw weg als proces uitdrukt. Iets gaat zijn gang en toont zich in fasen: jouw eerste kennismaking met zit meditatie, jouw fasen van twijfel, het failliet van jouw onderneming en de fase van stilstand, maar ook in jouw doorkijkjes op jouw weg en in je verblijven op de top van de berg. Dus, dat wat nooit in een fase belandt, drukt zich uit in precies deze fase waarin jouw weg als proces zich nu bevindt.

Als we ons realiseren wie we zijn, realiseren we onszelf als een paradoxaal dubbelwezen en onze weg als een proces van inclusie. Immers, de bodhisattva is enerzijds bodhi, de onbeperkte, onbepaalde, ongeboren, ongehinderde aanwezigheid waarin alles verschijnt. Anderzijds is de bodhisattva sattva, deze beperkte, door en door geconditioneerde, sterfelijke, karmische vleesjas, met zijn diep ingesleten patronen. Tegelijkertijd! Jouw weg als proces van inclusie is een steeds vrijer bewegen tussen deze beide, elkaar uitsluitende polen van jouw bestaan. Jouw weg is JOUW weg en tegelijkertijd gaat iets zijn gang dat totaal anders is dan wat jij bent en dat van een volstrekt andere zijde komt dan van jouw kant.

Jouw weg als een proces van inclusie wordt beschreven in de vijfde fase van Dongshan Lianjie’s Vijf Fasen van Ontwaken, waarvan we de eerste fase (kensho, onze glimpen) en de derde fase (satori, een staat van wakker zijn) reeds hebben besproken:

‘Als je niet verstrikt raakt in zijn of niet-zijn,
Wie durft zich dan nog bij jou aan te sluiten?
Iedereen wenst de stroom van het gewone leven te verlaten,
Maar uiteindelijk kom je terug
En zit te midden van as en kool.’

De vijfde fase van ontwaken heet Daikensho, ‘het Grote Ontwaken’, dat binnen de zen traditie ook wel wordt omschreven als ‘de Grote Teleurstelling’. Immers, ‘Iedereen wenst de stroom van het gewone leven te verlaten’, maar uiteindelijk kom je terug bij jezelf, precies zoals je bent, met alles erop en eraan. Dit is het finale jezelf aannemen voor wie je bent, de ultieme bekrachtiging van je bestaan. Maar dit zelf heeft wel een andere gedaante dan toen je met jouw weg als proces begon. Ofschoon je wordt geleid door diep ingesleten patronen, functioneer je volmaakt ongehinderd, tegelijkertijd! Ofschoon je door en door sterfelijk bent, zit er iets in je dat niet stuk kan. Ofschoon je van fase naar fase gaat, ben je nog niet eens met de Heilige Waarheden begonnen! Je bent precies zoals je bent EN je bent het eeuwige Licht waarin alles verschijnt. Ofschoon je ongeboren bent en volkomen ongehinderd functioneert, zit je te midden van as en kool in het leven dat je altijd al hebt geleid. Zo is jouw weg als proces rond, je keert bij jezelf terug zoals een vogel terugkeert op haar nest. Nu is het goed. De ‘Grote Teleurstelling’ is een Grote Bevrijding!

Maurice Genko Knegtel Roshi leidt een zen stilte weekend op 11 en 12 december 2021 in Utrecht en een stilte retraite van 19 tot en met 23 januari 2022 in Eerbeek

Jouw weg is incarnatie

Geplaatst door op 15:06 in Blog | 0 reacties

Of je nu vanaf de top van de berg afdaalt naar beneden, of je hebt al je ondernemingen en projecten op jouw weg teloor zien gaan, of nog niet, vanaf het begin af aan is jouw weg een proces van incarnatie, letterlijk het ‘vleesworden’ van het onbeperkte en ongeboren weten (jnana, het licht waarin alles verschijnt). Vanaf het begin af aan is jouw weg een in het licht van jouw aanwezigheid laten treden van alle instrumenten en kwaliteiten die jouw leven rijk is. En het ontzetten van deze kwaliteiten, zodat degene die nu deze woorden leest er vrijelijk gebruik van kan maken. Jouw weg is het stapje voor stapje realiseren en ontzetten van elk aspect van jezelf en het vervolgens toe-eigenen van elk instrument of elke kwaliteit waarmee jij in de wereld functioneert.

Wat betekent jouw weg als incarnatie nu concreet? Het kan zijn dat jouw weg in een fase belandt, waarin het ambachtelijk toe-eigenen van emoties een centrale rol speelt. Het betreft hier de emoties die zijn onteigend, de dienaren van degene die nu deze woorden leest, die zijn weggestopt in de kruipruimte onder het huis. Veelal zijn de eerste emoties die dienen te worden ontzet angst, verdriet, woede, hebzucht, lust, na-ijver, jaloezie en je drang tot competitie. Zo’n onteigende emotie dient eerst in het licht van jouw aanwezigheid te komen, ze moet worden GEZIEN, om daarna stapje voor stapje te worden aangenomen, gevoeld te worden in je gehele lijf, porie na porie, net zo lang tot jij zelf de emotie bent. Pas dan belichaam je die specifieke energie en die specifieke helderheid, want emoties zijn jouw vensters op de werkelijkheid, naast je vijf zintuigen.

Het zijn deze specifieke kwaliteiten waarvan bodhi gebruikt maakt om afgestemd in situatie te functioneren. De emotie geeft je de exacte informatie en de juiste energie die je nodig hebt om te doen wat je in de gegeven situatie hebt te doen. Dit is echter alleen zo als de emotie vrij is om naar behoren te kunnen functioneren, dat wil zeggen als ze is toegeëigend en aangenomen als deze specifieke kwaliteit van onze karmische vleesjas sattva. Als de emotie vrijelijk door mijn lijf stroomt, is dit instrument ongehinderd te gebruiken, afgestemd op de specifieke situatie. Dit geldt niet alleen voor emoties zoals angst, woede en verdriet, maar ook voor de diep ingesleten patronen waaruit mijn leven is geweven.

Deze patronen maken dat we zijn wie we zijn. Toch kunnen we sommige patronen beter hebben dan andere. Tegen sommige van onze patronen voeren we een strijd van leven op dood. Vaak zien we deze patronen helemaal niet, maar projecteren we ze op een ander en gaan vervolgens daarmee het gevecht aan. Het is oprecht schrikken wanneer ik me realiseer dat het vermaledijde patroon waartegen ik me altijd heb verzet, juist bij mijzelf hoort, dat het een onvervreemdbaar deel is van mijn eigen leven. Na deze realisatie breekt een fase aan op mijn weg als proces waarin ik moet leren buigen voor mijn patroon. Dit wil concreet zeggen, dat ik het patroon telkens weer in het licht laat treden, de weerstand bij mezelf voel opkomen, mij wederom richt op het patroon zelf, net zo lang totdat ik vrij genoeg ben om mijn patroon aan te nemen zoals het is. Alleen dan kan het patroon voor mij gaan werken, ontzet, maar tot die tijd werkt het tegen mij, als een permanente bron van verzet, lijden en ongenoegen.

Ook het ego, de stuurman van de Meester op het schip die nu deze woorden leest, moet worden ontzet en toegeëigend, in een van de fase op jouw weg als proces. Het ego is of in de kruipruimte onder het huis beland, of in de stoel van de Meester zelf en in beide gevallen disfunctioneert de gehele organisatie die ik mijn leven noem. Het ontzetten van het ego is het terugbrengen van dit specifieke instrument naar zijn natuurlijke functie en positie. Ook nu dient het ego telkens weer in het licht te treden, aangenomen te worden als een wezenlijk deel van mijn huishouding en te functioneren afgestemd op de situatie waarin mijn leven zich bevindt. Aandacht voor mijn ego is hierin van het grootste belang, eigenlijk hoeven we ons ego alleen maar met ontvankelijke aandacht te blijven volgen, zonder oordeel, om het na verloop van tijd zijn natuurlijke functie als stuurman van het schip te laten hervinden.

Op deze wijze kunnen alle instrumenten van degene die nu deze woorden leest in het licht komen en toegeëigend worden en wordt sattva, onze karmische vleesjas, stukje voor stukje aangenomen en bij ons volle bewustzijn andermaal geboren. Zo begint het leven van de bodhisattva, die we allemaal van naturen zijn; een paradoxaal dubbelwezen dat wordt geleid door een ster en dat kijkt met de ogen, hoort met de oren, voelt met het hart, kiest met de onderbuik, loopt met de benen, functioneert met patronen, stuurt met het ik en overweegt met zijn brein.

(Wordt vervolgd)

Maurice Genko Knegtel Roshi leidt een zen stilte weekend op 11 en 12 december 2021 in Utrecht en een stilte retraite van 19 tot en met 23 januari 2022 in Eerbeek

Het verblijf op de top is een val naar beneden

Geplaatst door op 14:34 in Blog | 0 reacties

Gedurende jouw weg als proces raak je geleidelijk aan vertrouwd met de beweging die je terugvoert naar je bron, je thuis, waar alles precies is zoals het is, waar alles samenkomt in jou en samenvalt met jouw aanwezigheid. Deze beweging terug naar je lijf komt in de loop van je beoefening vaker voor en gaat steeds meer als vanzelf. Je leeft daarmee meer vanuit het pre-reflectieve en het voor-woordelijke, raakt minder verstrikt in gedachten constructies en emotionele bevangenheid en je ervaart de wereld op een directere, intiemere en open wijze. Wanneer het meer gangbaar is om vanuit dit perspectief van open aanwezigheid te leven, dan wordt dat in de zen traditie satori genoemd, ‘leven vanuit de staat van verlichting’ ook wel ‘het verblijf op de top van de berg genoemd. Dit is het derde niveau van verlichting.

Op deze top van de berg is het uitzicht lucide helder. Je kunt hier eindeloos ver kijken en je hebt de eeuwigheid om in te verwijlen, letterlijk, alles is onbeperkt open, onbepaald en precies zoals het is en hier gebeurt helemaal niets. Er is geen situatie, geen oorzaak, geen invloed van handelen of denken, geen karma. Je kunt doen wat je wilt. Het maakt niet uit. Je bent volkomen vrij op de top van de berg, klaar wakker en alles valt hier en nu samen met jou.

Deze toestand van gereedheid van geest, waarin het niet uitmaakt wat je doet, alles OK is en je volmaakt vrij bent, is gemakkelijker vol te houden in een klooster of geloofsgemeenschap, waar het dagelijkse leven helemaal draait om jouw religieuze beoefening. In het dagelijks bestaan in de samenleving, met een baan, een gezin en maatschappelijke verantwoordelijkheden is het een stuk lastiger om te leven vanuit een open en onverstoorbare aanwezigheid; je voegt je immers telkens weer in de diepe sporen der conventie.

De fase van het verblijven op de top van de berg, in de vrije, onbepaalde ruimte, met een lucide helderheid, wordt ook wel het ‘vastzitten in het absolute’ genoemd. Immers, ALLES is open en onbepaald en is niet onderscheiden van jouw aanwezigheid. De Japanse zen meester Hakuin noemde het: ‘de ziekte van zen’. Je zit vast in de bodhi-kant van je bodhisattva bestaan en kan feitelijk geen kant meer op, immers een ander perspectief is er niet. Als dan ook nog het ego dit perspectief claimt en meent dat hij God zelf is, dan bevind je je in een weinig benijdenswaardige fase, die voor jezelf misschien hemels is, maar voor je naasten een verschrikking. Leraren, begeleiders, Guru’s menen dat ze de Verlosser zijn en dat ze alles kunnen maken. Niets heeft immers consequenties. Het verblijf op de top van de berg is nu een regelrechte ego-trip. Dit is een gevaarlijke fase, want jouw karma verzamelt zich evenwel, al wordt het ontkend. En zo bouwt de invloed van je handelen zich op om zich bij een kritische massa tegen je te keren. Karma haalt je als het ware in en rekent met je af bij de achterdeur. Zo verbleef mijn leraar Genpo enige tijd op de top van de berg, in een absolute fase, met een ongebreidelde helderheid en scherpte aangaande de Dharma, maar een regelrechte ramp voor zijn omgeving. Hij was niet te genieten en niet corrigeerbaar. Tijdens zijn Nederlandse retraite in de Tiltenberg bij Vogelenzang in 1998, haalde zijn karma hem in en werd hij ’s nachts verteerd door jaloezie en wroeging. Hij sliep de gehele week niet en dwaalde ’s nachts rond door de bollenvelden. Aan het einde van de retraite werd hij verteerd door spijt.

Voor mijzelf als een zen student met een gezin en een baan in de wereld verliep mijn verblijf aan de top van de berg minder dramatisch. De periode waarin ik in het pre-reflectieve en het voor-woordelijke verbleef, in elk geval tijdens de retraites, was ik klaarwakker, gereed en glashelder, zo helder dat ik zelf mijn leraar publiekelijk tijdens zijn onderrichten verbeterde. In de periode daarna begon geheel vanzelf de afdaling van de berg met een vertroebeling van mijn helderheid. Ik heb die helderheid nooit meer zo intens teruggekregen en verkeer sindsdien in wat mijn spirituele opa Maezumi Roshi ’the hazy moon of Enlightenment’ noemde. Soms zie je het, soms zie je niet.

Vanaf de top van de berg wordt de afdaling ingezet, de langzame incarnatie van de onbepaalde, onbeperkte en ongeboren bodhi in sattva, de beperkte en van de diepe sporen van patronen doortrokken karmische vleesjas. Op basis van dit onbepaalde, open, voor-woordelijke en pre-reflectieve wordt sattva beetje bij beetje aangenomen, precies zoals het is, met alle patronen en eigenaardigheid van dien. Vanuit de onbeperkte ruimte van de top van de berg gezien, is er niets anders dan dit. Zo wordt de bodhisattva geboren, in vol bewustzijn en aanwezigheid. Dit is het. Hier komt alles samen. Jij, met al je onvolkomenheden, unieke talenten en schaduwkanten, met al je diep ingesleten patronen, jij bent de enige onder de hemel en op de aarde. Alleen jij en niets en niemand anders.

(Wordt vervolgd)

Maurice Genko Knegtel Roshi leidt een zen stilte weekend op 11 en 12 december 2021 in Utrecht en een stilte retraite van 19 tot en met 23 januari 2022 in Eerbeek

Jouw weg is overgave

Geplaatst door op 15:13 in Blog | 1 reactie

Vanaf het volgen van de ster is jouw weg een weg van overgave: je laat je leiden door iets dat jij niet bent. Er is geen enkele garantie en geen enkele gegronde reden en toch ga je jouw weg, of beter, iets gaat zijn weg in en door jou. Dit vooronderstelt overgave, maar het is weinig bewust.

In processen van twijfel, falen en stilstand vindt overgave ook vaak op een onbewuste wijze plaats. In het proces breekt totaal onverwacht en buiten het bereik van mijn vermogen iets af. Dit is overgave aan iets anders dan ik.

Wanneer overgave een meer bewust proces wordt, dan is het een van de fasen op jouw weg. Zowel de intentie om jezelf aan iets of iemand over te geven, als het spanningsveld dat deze oproept is bewust. Dit bewustzijn van het proces van overgave roept drie vragen op: waarom is overgave onvermijdelijk op jouw weg? Waarom is overgave zo moeilijk te volbrengen? En wat is het kader waarbinnen ik overgave als een bewust proces het beste kan beoefenen?

Als Qingyuan Xingsi in kwestie 35 van de Denkoroku zegt ‘Ik heb nog geeneens de Heilige Waarheden geprobeerd’, dan spreekt hij niet vanuit het ik zelf, maar dan spreekt hier iets anders dan ik. Dit is de Ene die nu deze woorden leest, die kijkt met de ogen, hoort met de oren, spreekt met de mond en grijpt met de handen. Dit is het enige dat werkzaam is, de rest is erbij bedacht. Het ik echter eigent zich al deze activiteiten toe: het is het ik dat denkt, het ik dat ademt, het ik dat ziet en het ik dat hoort, zo denkt het ik. In feite gaat hier iets geheel anders zijn gang, maar van dit andere word ik me pas bewust, wanneer het ik de greep op mijn leven loslaat en het gewoon even uit de weg gaat! Wat ik tussen mij en mezelf in plaats, wordt voor even losgelaten. Dit is onvermijdelijk als ik wil zien wie ik werkelijk ben.

Het klinkt gemakkelijk, ‘we laten voor even los’, maar het is feitelijk onmogelijk. Ik kan mijn ik niet loslaten. Ik kan mezelf niet overgeven. Dit zou immers een daad van het ik zelf zijn. Dus valt overgave me toe, zoals door metaalmoeheid een brug afbreekt, totaal onverwacht, volkomen ongepland en volstrekt ongewild.

Waaraan kan ik me overgeven in een kader waarin overgave een bewust proces wordt, dus met de bewuste intentie mezelf over te geven en het bewuste spanningsveld dat hiervan het gevolg is? Ik kan me overgeven aan de Boeddha, of aan God, aan het moment, of aan ‘Het Leven’. Maar eigenlijk is dit te vrijblijvend, omdat ik hierin, als het er echt op aan komt, nog teveel zelf kan bepalen en teveel over mezelf beschik.

Een van de kaders waarin ik een serieus proces van overgave binnenga is zit meditatie, met name shikan taza, ‘alleen maar zitten’. Het eerste gedeelte van de meditatie wordt nog geheel door het ik bepaald: mijn bekken kantelen, kracht in mijn onderbuik, naar de onderbuik toe ademen, mijn rug rechthouden, mijn ellebogen naar voren houden, mijn kin ingetrokken houden. Op een gegeven moment echter begint geheel buiten mezelf om iets volstrekt anders te werken dat het ik. Niet ik zit dan, maar het zitten zit. Ik vergeet mezelf in een bewust proces van loslaten, terwijl ik dat niet doe. Iets gaan zijn gang en precies dat is de realisatie.

Een zelfde bewust proces van loslaten doet zich voor in mijn worsteling met ziekte en verlies. Er is een bewuste intentie om mijn greep los te laten en aan te nemen wat is en er ontstaat een bewust spanningsveld rond deze intentie. Dit spanningsveld is te vergelijken met het smeden van een Samoerai zwaard: dat gaat in het vuur, om vervolgens in het ijs te gaan en daarna weer in het vuur en dan weer in het ijs. Op een gegeven moment breekt mijn weerstand en laat ik los, geheel buiten mezelf om. Dan draagt iets anders dan ik, iets dat nog niet eens aan de Eerste Edele Waarheid van het lijden is toegekomen…

Een ander bewust proces van overgave vinden we in de vriendschaps- en liefdesrelatie. Ook hier is het bewuste voornemen om los te laten en mezelf over te geven aan de ander het beginpunt van het proces. Zo ontstaat een spel van loslaten en vasthouden, mezelf laten gaan en mezelf terugtrekken, twee stappen naar de vriend toe en een stap terug naar mijn veilige ruimte en deze dans net zo lang, totdat beide vrienden of minnaars zich laten dragen in de tussenruimte tussen de twee vrienden in: de intimiteit beweegt ze op en neer en van de ene kant naar de andere. Ook hier word je gedragen door de Ene die deze woorden leest, die fronst met jouw wenkbrauwen en knippers met jouw ogen. Iets gaat zijn gang en ik ben het niet.

Het proces van overgave aan de leraar of lerares is misschien wel het kader waarin overgave in het meest volle bewustzijn kan worden beoefend. Immers, de leraar of lerares kan de overgave op de spits drijven, zodat de leerling eenvoudigweg niet meer kan ontsnappen aan het spanningsveld dat dan ontstaat, noch aan de uitkomst daarvan. Overgave aan de leraar of lerares is op zichzelf al ‘een dingetje’. Immers, aan wie geef je je eigenlijk over? Heeft hij of zij wel het beste met jou voor en wat staat je te wachten als je jezelf overgeeft? Is de leraar wel competent en te vertrouwen? Het proces van overgave wordt pas echt spannend, wanneer de leraar en de leerling samen op een kernvoorwaarde van de leerling stuiten, bijvoorbeeld: je mag alles van me hebben en ik ben bereid om alles los te laten, behalve MIJN TIJD. Immers, mijn tijd is mijn leven. En laat de leraar nu juist dit op scherp zetten: ‘Ik wil dat je op mijn retraite verschijnt en dat je niet nog eens je familie in Nieuw-Zeeland gaat opzoeken in de periode waarin mijn retraite is!’ Hier begint een strijd op leven en dood rond het loslaten van de kernvoorwaarde en het kan serieus buigen of barsten, de relatie tussen leraar en leerling staat echt op scherp. Als de overgave daadwerkelijk plaatsvindt, dan krijgt de leerling voor het eerst in vol bewustzijn zijn leven terug, precies zoals het is.

Ook hier geldt weer, je realiseert je wie je bent en je neemt je leven aan zoals het is, via de ander, je vriend, je geliefde, je kinderen niet te vergeten, of je leraar of lerares. De ander geeft mij aan mezelf terug, zodat ik voor het eerst in mijn leven, in vol bewustzijn, mijn leven kan ontvangen. Pas dan ben ik waarachtig geboren!

(Wordt vervolgd)

Maurice Genko Knegtel Roshi leidt een zen stilte weekend op 11 en 12 december 2021 in Utrecht en een stilte retraite van 19 tot en met 23 januari 2022 in Eerbeek.