Incarnatie. Rites de passage

Geplaatst door op 08:57 in Blog | 0 reacties

Het proces van incarnatie kent momenten van articulatie, waarin de realisatie van het zelf wordt bekrachtigd en waardoor de incarnatie wordt geïntensiveerd.

Een van die momenten van articulatie is Jukai, ‘Het ontvangen van de zestien bodhisattva voornemens’. Dit moment komt voort uit een realisatie van het zelf. Ik realiseer me dat mijn leven niet mijn leven is. Mijn leven is het leven van iets anders. In de boeddhistische traditie wordt dit ‘andere’ de Boeddha genoemd, de wakkere, alomvattende aanwezigheid, en de Dharma, al wat in die aanwezigheid oplicht, en de Sangha, de harmonie tussen beide, waardoor geen sneeuwvlok op de verkeerde plaats valt. In de articulatie die Jukai is, spreek ik ten overstaan van mijn familie, vrienden, maar ook de gemeenschap met wie ik mijn weg deel, uit dat mijn leven niet mijn leven is, maar het leven van de Boeddha, de Dharma en de Sangha. Dit gaan staan voor wat ik werkelijk ben heeft implicaties. Dit zijn de zogenaamde tien bodhisattva voornemens, niet doden, niet stelen, niet liegen, niet seksueel misbruiken, et cetera. Deze voornemens komen rechtstreeks voort uit de ervaring dat mijn zelf een wakkere aanwezigheid is en intiem en fundamenteel verboden met alles wat bestaat. Ook deze tien voornemens spreek ik ten overstaan van mijn naasten uit. Zij zijn de getuigen van mijn uitkomen voor wat ik werkelijk ben. Daarnaast krijg ik een nieuwe naam, die vaak een kwaliteit verwoordt die met mijn bestaan is verbonden. En ik krijg een verkleind ‘monnikskleed’, de rakusu, het lichaam van de Boeddha, dat me vanaf dat moment telkens weer aan mijn voornemens en mijn ware identiteit herinnert. Dit alles voltrekt zich in een ceremonie vol met symboliek en ritueel, aangezien symboliek en ritueel kunnen articuleren wat ik zelf niet kan zeggen.

Na Jukai breekt een nieuwe fase aan in mijn beoefening. Naast de vragen en thema’s die ik reeds heb, komt er een vraag bij: hoe leef ik het leven van de Boeddha, de Dharma en de Sangha? Hoe geef ik uitdrukking aan mijn zojuist gerealiseerde en bekrachtigde ware zelf? In die beoefening zal ik telkens falen in mijn intenties, maar dat is niet erg: ik weet wie ik ben en het vlees is weerbarstig. Incarneren betekent vanaf dit moment in de meest concrete zin de alomvattende, ongeboren, wakkere aanwezigheid in mijn tijdelijke, beperkte, begoochelde lijf laten incarneren.

Als ik mij heb voorgenomen mijn leven daadwerkelijk te leven als het leven van de Boeddha, de Dharma en de Sangha en niet als mijn leven, stuit ik onvermijdelijk op mijn voorwaarden die dit besluit in de weg zitten. Ik wil het leven van de Boeddha, Dharma en Sangha wel leiden, maar mijn tijd is mijn tijd, en niet de tijd van iemand anders. En ik wil het wel leiden, maar dan wil ik er ook iets voor terug hebben. Ik wil het wel leiden, maar ik wil er niets voor opgeven. Ik wil het wel leiden, maar onder mijn eigen voorwaarden. In de relatie met de leraar of lerares worden een of enkele van mijn meest dierbare voorwaarden in het licht gebracht, gerealiseerd en ter discussie gesteld. Op een gegeven moment is het letterlijk buigen of barsten: of de relatie met de leraar breekt, of ik buig en laat mijn voorwaarde vallen. Dan ben ik vrij om mijn leven onvoorwaardelijk te leven. Deze diepere articulatie van het zelf wordt uitgedrukt en bekrachtigd in Shuke Tokudo, ‘de rite de passage van het onvoorwaardelijke leven’. Nu verbind ik mijn leven onvoorwaardelijk aan het leven van de Boeddha, de Dharma en de Sangha en ik druk dit uit door mijn hoofdhaar af te scheren als een teken van mijn intentie en het kleed van de Boeddha, de kesa, om mijn lijf te draperen. Mijn beoefening verdiept zich met de vraag hoe ik mijn leven onvoorwaardelijk kan leven?

Een derde articulatie in het proces van incarnatie is Shiho, ofwel de Dharma-transmissie waarin mijn bestaan wordt bekrachtigd als het leven van de Boeddha, de Dharma en de Sangha. In deze rite de passage neem ik de symbolen van de Boeddha aan, de mala (rozenkrans), de leraarsstaf, de okerkleurige pij, de documenten en bloedlijnen van de traditie. Nu ben ik een levende Boeddha, maar mijn afdalen van de berg is geenszins voltooid. Want hoe leidt de levende Boeddha zijn leven met mijn beperkte lijf, mijn starre patronen, onwrikbare gewoonten, aanzuigende verslavingen, vierkante eigenaardigheden en unieke kwaliteiten?

 

 

Incarnatie. Wegen van incarnatie III

Geplaatst door op 08:53 in Blog | 0 reacties

In het kielzog van onze intentie volgt de beoefening. Als we ons voornemen onze ademhaling te volgen of alleen maar te zitten, dan komt vanzelf de dynamiek op gang die ik de dynamiek van wijsheid heb genoemd. Het enige wat ik heb te doen is mijn intentie onderhouden, haar me bij tijd en wijle in herinnering brengen en wellicht faciliteiten scheppen om mijn intentie tot uitvoer te kunnen brengen, zoals een meditatiehoekje creëren.

Als ik mezelf iets wil voornemen, dan kan ik kiezen uit een groot scala aan intenties. Er zijn vier bodhisattva voornemens die ik in praktijk zou kunnen brengen:

Hoe talloos de levende wezens ook zijn, ik neem ze voor ze allen te bevrijden

Hoe peilloos de oorzaak van lijden ook is, ik neem me voor haar geheel te verwijderen

Hoe talloos de dharma’s ook zijn, ik neem me voor ze allen te verstaan

Hoe eindeloos de Boeddha weg ook is, ik neem me voor hem ten einde te gaan

Daarnaast zijn er tien ethische voornemens (niet doden, niet stelen, niet liegen, niet seksueel misbruiken, niet jezelf bedwelmen, et cetera) en zes paramita’s, de zes bodhisattva praktijken, zoals geven, energie geven en geduld beoefenen.

Al deze voornemens zijn een uitdrukking van aspecten van mijn ware zelf. Zo is geven een uitdrukking van de overvloed die mijn leven feitelijk is. Er is niets dat me ontbreekt en er is niets dat ik kan vasthouden. Zo is niet doden een uitdrukking van het feit dat mijn leven al het andere leven IS. Het doden of kwaad berokkenen aan een ander leven is het doden en kwetsen van mijn eigen bestaan. Door het beoefenen van mijn intentie (geven, niet doden) laat ik dat aspect van mijn ware zelf waar de intentie voor staat langzaam maar zeker in mijn lijfelijke bestaan inslijpen. Mijn vlees is zwak en traag, mijn patronen zijn weerbarstig en taai, dus de realisatie van dat aspect van mijn ware zelf gaat niet over een nacht ijs. Ik zal telkens weer terugvallen in oude patronen en weerstanden en de luiheid van het vlees, maar de intentie wederom oppakkend breng ik me opnieuw mijn ware zelf in herinnering. Op een bepaald moment in het proces van beoefening van mijn voornemen kantelt er iets en vanaf dat moment begint het voornemen mij te beoefenen. Ik geef niet meer, maar wordt gegeven. Ik beoefen niet meer ‘niet doden’, maar bekrachtig elk bestaan dat ik tegenkom op een volstrekt vanzelfsprekende wijze. Alles wat ik doe is incarneren en ik hoef mijn leven zoals ik het leid daar niet voor te veranderen.

Welk van de vele voornemens ik voor mezelf in praktijk wil brengen, hangt geheel af van met welk aspect van mijn ware zelf ik heb te werken in deze levensfase. Als ik bemerk dat een bepaald thema telkens terugkeert, bijvoorbeeld het verdoven van mezelf op allerlei manieren, of als ik telkens tegen dezelfde weerstand aanloop, bijvoorbeeld het moeilijk kunnen loslaten of het geen rust kunnen nemen, dan kies ik op basis van dat thema of die weerstand mijn intentie: geen verdovende middelen meer gebruiken, geven beoefenen, of juist geduld. Zo werk ik innerlijk, zonder dat iemand er iets van merkt en zonder dat ik daarvoor vreemde dingen doe, met aspecten van mijn ware zelf die in de fase waarin ik me thans bevind urgent zijn. De urgentie bepaalt de intentie. De intentie trekt mijn beoefening. Mijn beoefening laat de Eeuwige vlees worden.

Incarnatie. Wegen van incarnatie II

Geplaatst door op 09:49 in Blog | 0 reacties

De eerste weg van incarnatie is het langs de emotie of het patroon gaan dat in afhankelijkheid van de situatie waarin je je bevindt optreedt. Je proeft en voelt de emotie of het patroon tot in je diepste vezels, je neemt haar onvoorwaardelijk aan, valt met haar samen en laat haar weer gaan om terug te keren tot de situatie waarin je je bevindt. Deze eerste weg van incarnatie is de weg van zelfrealisatie en we hebben hem besproken in het artikel over de diepe sporen van karma.

De tweede weg van incarnatie is de weg van zelfexpressie, waarin we niet alleen onszelf realiseren voor wie we zijn, maar onszelf ook onvoorwaardelijk uitdrukken. Deze weg betreft ook beoefening on the spot. Je hoeft hiervoor niet weg te gaan uit de situatie waarin je je bevindt, maar je gebruikt deze situatie als oefenplaats en doet verder niets anders of extra’s dan hetgeen je feitelijke doet. Alleen dat moet je dan wel doen!

Het betreft hier: de juiste intentie, het juiste spreken, het juiste handelen, de juiste levenswijze en de juiste inspanning. ‘Juiste’ betekent hier niet het ethisch juiste of goede, maar hetgeen dat ‘klopt’ in de situatie waarin je je bevindt. Het is de vertaling van het Sanskriet woord samyak, ‘samenvallen met’, ofwel intiem zijn met de situatie waarin je je bevindt en van daaruit handelen.

De juiste intentie komt rechtstreeks voort uit het leven zoals je het hier en nu leidt. De vraag is: wat heb jij te doen in deze fase van je leven? Het antwoord op deze vraag zal in verschillende fasen van je leven misschien anders zijn, daarom heb je bovenstaande vraag herhaaldelijk aan jezelf in ernst te stellen. Wat je jezelf voorneemt om te doen, moet kloppen met wie je bent.

Het juiste spreken is een spreken dichtbij mezelf, waarin ik geen woord heb gezegd. Het is een uitspreken van mijn diepste essentie. Niet een spreken vanuit mijn ‘ik’, dat onverzettelijke bastion dat gescheiden is van de rest van de wereld en als een eiland rust in de situatie. Het is een spreken vanuit het zelf dat intiem is verbonden met elk aspect van de situatie. Het juiste spreken drukt de situatie uit precies zoals ze is en het zelf is hierin de pijp waardoorheen de situatie stroomt. Als in deze stroom geen positie wordt ingenomen, maar onmiddellijk tot expressie wordt gebracht, dan stroomt de situatie door mijn spreken heen en stroomt mijn essentie.

De oefening in het juiste handelen nodigt me uit om telkens terug te gaan naar mezelf, mijn lichaam en in intimiteit met de situatie waarin het zich bevindt af te stemmen op wat zich in mijn handelen tot uitdrukking brengt. Hier werkt de Eeuwige in de eindige wereld.

Bij de beoefening van de juiste levenswijze moet ik blijven checken, of wat ik doe en met wie ik ben nog klopt, of ze een adequate uitdrukking zijn van wie ik ben. Bij tijd en wijle stel ik mezelf de vraag: klopt het in deze fase van mijn leven, dat ik dit doe, met deze mensen, op deze plek? Ik kan nooit zelfverzekerd achterover leunen en ervan uitgaan dat ik er ben. Ik ben er, altijd, en arriveer voortdurend op een plek en met een werkzaamheid die nooit vastligt, maar zich onophoudelijk ontvouwt vanuit mijn werkzame handen.

De beoefening van juiste inspanning is het energetisch afstemmen op de energie die me draagt in een situatie. Hiertoe zal ik mijn verkramping rond het object van mijn weerstand of verlangen moeten loslaten, minder doen, minder inspanning leveren, om vervolgens af te stemmen op het resoneren met de energie in de situatie. Uiteindelijk betekent de juiste inspanning geen inspanning, maar een gedragen worden door de energieën binnen een situatie. ‘Het werkt.’

Incarnatie. Je spirituele agenda

Geplaatst door op 09:17 in Blog | 0 reacties

‘De volmaakte weg is niet moeilijk, voor wie geen voorkeuren kent. Alles wordt volledig en onverbloemd geopenbaard, aan wie vrij is van liefde en haat. Maar reeds het geringste onderscheid, doet hemel en aarde splijten. Wie de werkelijkheid recht in de ogen wil zien, dient het delende denken tot zwijgen te brengen.’

Hsin Hsin Ming, de openingsregels

Ons spirituele pad is als het uitpakken van een geschenk dat uitbundig is ingepakt. Elke fase van het pad bestaat uit het verwijderen van weer een prachtig stuk pakpapier, dat een lust is voor het oog en een belofte voor de toekomst. We blijven echter maar uitpakken, vel na vel en ons cadeau lijkt steeds minder voor te stellen. Als we uiteindelijk het laatste vel pakpapier verwijderen, kijken we onthutst naar wat we in onze handen houden. ‘Er zit niet zo veel in het zen van Huangbo’, zei Meester Linji over de Dharma van zijn leraar. Maar hij bedoelde eigenlijk hetgeen hij in zijn handen hield na het uitpakken van al dat fraaie pakpapier. Uiteindelijk brengt ons pad ons terug naar ons leven precies zoals het is, incompleet, incompetent, klungelig, knorrig, vol gebreken en blinde vlekken en geweven uit taaie patronen die ons maken tot wie we zijn. ‘Hier sta ik dan, ik kan niet anders.’ Ecce homo, en al die prachtige vellen pakpapier waren niet meer dan de grote verwachtingen die ik zelf aan het begin van mijn spirituele weg heb gecreëerd.

Onze geestelijke weg is te vergelijken met het opschonen van onze spirituele agenda. Een voor een strepen we door schade en schande wijs geworden onze afspraken met onszelf uit onze agenda weg. Ik ga dit pad om wijzer te worden, milder, meer compassievol. Ik ga dit pad om verlicht te raken, alwetend en ongenaakbaar. Ik ga dit pad om een beter mens te worden, minder op mezelf gericht en minder gedreven door patronen en verslavingen. Ik ga dit pad om van al die zaken af te komen die me dwars zitten. Ik ga dit pad om volmaakt vrij te worden en de eeuwigheid te verkrijgen. Ik ga dit pad om zeker te weten en me nooit meer in de war te laten brengen. Ik ga dit pad om een Meester te worden en controle te hebben in elke situatie waarin ik me bevind. Ik ga dit pad om gelijkmoedig te worden en door niets meer van de wijs te worden gebracht. Als deze afspraken in mijn agenda worden een voor een doorgestreept, zodat er te lange leste enkel nog lege pagina’s achterblijven, met slechts de datum en de dag daarop vermeld. Dat is wat ik heb te doen, mijn leven leiden precies zoals het is, als de Tathagatha, ‘zo gekomen, zo gegaan’.

De finale bekrachtiging op de zen weg, inka, het laatste zegel van bevestiging, dat de beoefenaar een ‘Meester’ maakt, is de grootste desillusie van een spirituele carrière. Niets van wat ik me had voorgesteld is uitgekomen. Ik blijf achter zonder hoop op dat het beter wordt; dit is het en dit is wat ik volhartig aanneem en belichaam. Ik hoef niets anders meer te verwachten en niet op beterschap te rekenen, het is precies goed zoals het is. Ironisch genoeg ligt hierin alle vrijheid die een mens kan hebben, en zijn levensgeluk.

Incarnatie. Samskara, de diepe sporen van karma

Geplaatst door op 08:31 in Blog | 0 reacties

De vraag ‘Hoe ga ik om met mijn emoties en patronen?’ is een van de meest gestelde vragen op het spirituele pad. Die vraag wordt vaak gesteld vanuit de verwachting dat onze emoties en patronen gaandeweg onze beoefening wel minder zullen worden en dat we ze op een gegeven moment zelfs zouden kunnen transformeren tot iets waar we geen last van hebben. Wat deze hardnekkige verwachting betreft, haar bespreek ik graag in mijn volgende blog, ‘Je spirituele agenda’. Als het gaat om incarnatie, het vlees worden van het ongeboren, alomvattende, ene alomtegenwoordige, gaat het om het onvoorwaardelijk bekrachtigen van elke vezel van mijn individuele bestaan. Immers, in mijn individuele bestaan drukt het ongeborene zich uit. Ik zal mijn leven met alles wat erop en eraan zit, zonder uitzondering, moeten aannemen. En een van de lastigste zaken om aan te nemen, dat zijn de emoties en patronen die me het meest in de weg zitten.

Het afdalen van de berg kent wat betreft het aannemen van de diepe sporen en energieën waaruit mijn leven is geweven, drie stappen die telkens weer worden herhaald in mijn dagelijkse beoefening. Het werken met emoties en karmische patronen is een van de belangrijkste oefeningen als het gaat om mijn dagelijkse leven als een spirituele praktijk.

De eerste stap is het leren waarderen van mijn meest irritante emoties en patronen. Prettige emoties en behulpzame patronen, daar heb ik wat aan. Maar patronen die me telkens weer beteugelen en benauwen, mijn cynisme, mijn minderwaardigheidscomplex, mijn depressie, mijn autoriteit ondermijnend gedrag, mijn eindeloos relativeren en emoties die me verlammen en verstikken, zoals mijn angst, mijn voortdurende gevoel van onzekerheid, mijn trots, daarvan heb ik echt last en ondervind ik hinder in mijn dagelijkse functioneren. Deze zou ik het liefst willen vergeten, willen veranderen of willen vernietigen. De weg van de incarnatie is echter de weg van het omarmen, toe-eigenen en belichamen. Ik zal juist die patronen en emoties moeten leren waarderen waar ik voor terugdeins. Ik zal moeten leren inzien dat deze patronen een wezenlijk deel van mijn persoonlijke leven uitmaken en dat ik zonder die patronen en emoties niet degene zou zijn die ik nu ben. Ze hebben me in mijn verleden gediend en beschermd. Ze zijn middelen die me in staat hebben gesteld om om te gaan met lastige en bedreigende situaties. Misschien hebben ze nu niet meer die functie, maar het feit dat ze me hebben gebracht tot waar ik nu ben, betekent dat ze de waardering verdienen die ik schenk aan alles wat me dierbaar is. Ten slotte zal ik van mijn meest vermaledijde emoties en patronen moeten gaan houden. Pas dan kan ik oprecht van mezelf gaan houden en beginnen te leven in licht en vrijheid.

De tweede stap is het daadwerkelijk belichamen en beleven van mijn patronen en emoties. De mij beperkende emotie of het me belemmerende patroon staat altijd als een wachter voor me. Ik deins er altijd voor terug. Ik wil het niet zien. Het afdalen van de berg impliceert dat ik nu, misschien voor het eerst van mijn leven, langs deze wachter ga, om een uitweg te vinden uit de patstelling omtrent mijn emoties en diep ingesleten patronen. Waar ik terugdeins voor mijn angst, doe ik nu precies het tegenovergestelde. Ik ga langs mijn angst heen, ik zal hem diep in het gezicht kijken, ik zal zijn adem ruiken en zijn huid voelen en ik zal ten slotte de angst zelf zijn om werkelijk vrij te worden van mijn angst. Dit is een proces waarin ik eindeloos langs mijn wachter ga en de wachter zelf word, om gaandeweg vertrouwd te raken met wie ik werkelijk BEN. Angst. Jaloezie. Een minderwaardigheidscomplex. Cynisme. Narcisme. Depressie. Ik zal al deze vezels van mijn bestaan werkelijk moeten belichamen om in vrijheid mijn leven te leiden en vrij de emoties en patronen waaruit ik ben geweven te gebruiken in dienst van mijn eigen functioneren.

En dit is de derde stap op mijn weg, afdalende van de ijle bergtop, die zonder emoties of patronen is en zelfs zonder karma, de invloed van mijn handelen, denken en spreken. Gaande mijn weg naar beneden leer ik mijn emoties en patronen waarderen, ik leer ze intiem en aan den lijve kennen, ze worden me meer vertrouwd, zodat ik met humor naar mezelf kan kijken. De emoties en patronen hebben altijd een waardevolle functie gehad en nu geef ik ze de ruimte om ongehinderd te functioneren in situaties waarin ze optreden in afhankelijkheid van de gegeven condities. In een bedreigende situatie ben ik bang en de angst helpt me precies het juiste te doen in de situatie waarin ik me bevind. Als het donker wordt, helpt de duisternis me zaken te herijken en terug te keren naar de plek in de natuurlijke orde die me is gegeven. Ik begin mezelf meer aan te nemen zoals ik ben en kan daardoor vrijer mezelf zijn en op mijn unieke wijze functioneren en aan situaties beantwoorden. Aldus incarneert het vrij functionerende Eeuwige in mijn tijdelijke, weerspannige vlees.