De vleesjas en de camerawacht

Geplaatst door op 08:43 in Blog | 0 reacties

Teisho’s uitgesproken door Maurice Genko Knegtel Roshi tijdens de Izen intensive 2019 in Eerbeek. Deel 7 (slot).

Maar dat is niet het enige dat we ons herinneren. We herinneren ons ook iets anders, namelijk dat die peilloze, oneindige aanwezigheid zich bevindt in een min of meer strakke vleesjas, strak in de zin dat die aanwezigheid is beperkt tot bepaalde afmetingen. Die aanwezigheid is niet te scheiden van deze vleesjas, die benen, voeten, armen en handen heeft. Die jas heeft andere eigenaardige eigenschappen, namelijk het vermogen visuele beelden te laten verschijnen, auditieve ervaringen te laten weerklinken, om koude en warmte te voelen, om de soep in de keuken te ruiken en te proeven en nog veel meer vermogens. De jas werpt vensters open op de wereld in bepaalde emoties, woede opent een venster naar de wereld, net als angst, verdriet, vreugde. Al naar gelang de situatie, of niet. Je kunt zeggen: we kunnen ons herinneren dat het eindeloze Licht dat we op het kussen ervaren tegelijkertijd in een vleesjas is verstopt, een vleesjas met wonderbaarlijke vermogens, waardoor die aanwezigheid zichzelf in talloze kwaliteiten tot uitdrukking brengt. Wat zie ik? Wat hoor ik? Wat ruik ik?

Die vleesjas heeft het vermogen zaken te overdenken en door de geest te laten trekken, hij heeft verbeeldingskracht. En die vleesjas heeft specifieke eigenschappen omdat hij mede is geweven uit diepe, diepe patronen van handelen. Patronen als taaie draden, diep ingesleten sporen die veel verder teruggaan dan de tijd waarin die vleesjas zelf is gemaakt. Ze gaan terug naar de makers, vader en moeder en diens vader en moeder enzovoort. Ze komen allemaal in deze vleesjas samen, als in een netwerk. Die vleesjas is precies wat hij is, bij sommigen is ie wat klein, bij anderen wat groter en met een bepaalde kleur, maar hij is precies goed zoals hij is. Die aanwezigheid zit in niets anders dan juist deze vleesjas. Daar is niets mis mee. Soms kraakt ie of piept ie, maar er is niets mis mee.

Er is iets dat grenzeloos en peilloos is, licht, in rust en niet stuk te krijgen. Aan de andere kant herinneren we ons deze krappe verpakking. Hoe noemen we deze paradox in het boeddhisme? De bodhisattva. Aanwezigheid, grenzeloos, grondeloos, Licht: Bodhi. Sattva is de vleesjas met een netwerk van patronen en sporen. Een levende paradox. Als je niets uit deze dagen hebt gehaald, neem dan dit mee naar huis: Ik ben een paradoxaal dubbelwezen en het functioneert ook nog allemaal. Maar er is nog iets, iets heel eigenaardigs. Uit die vleesjas steekt een hand met een mobiele telefoon en deze neemt voortdurend selfies. Wij als bodhisattva richten het mobiel op onszelf, de vleesjas en de daarin verpakte aanwezigheid. En er is meer. Er zit ook nog iets in m’n oor, een oortje, een apparaatje met een draadje. Het draadje gaat naar een camerawacht die huist in dit lichaam. Heeft iemand die wacht ooit gezien? Nee. En toch praat ie voortdurend in dat oortje. Die stem praat veel en fluistert ons voortdurend in wat we te doen hebben, niet zelden heel dwingend. Die stem geeft geregeld waardevolle tips en adviezen, maar hij zegt ook dingen die we vaak niet willen horen of weten. Het heeft volop oordelen over van alles en nog wat. Hij weerhoudt ons om stappen te ondernemen en wekt onzekerheid, of hij zet ons juist aan tot handelen en wekt overmoed. Het is deze stem die zich afvraagt, wat we hier in deze zendo op dit kussen deze dagen zitten te doen. Waarom we met aandacht een zendo binnenkomen en bepaalde regels in acht houden. Waarom we niet gewoon de zaal kunnen binnenlopen en langs de kortste weg naar ons kussen gaan. Die camerawacht vindt dat gedoe. En waarom zitten we eigenlijk op een kussen? Wat levert het op? Moeten we niet aan het werk? Of thuis de kinderen opvoeden? Of hij wekt hooggespannen verwachtingen over deze dagen. Enzovoort, enzovoort.

Wellicht herinneren we ons op enig moment zoiets als een camerawacht en dat we in ons leven onszelf en de wereld vooral via de waarnemingen en oordelen van de camerawacht hebben bekeken, maar dat dit niet de werkelijkheid zelf is. Die camerawacht noemen we ‘ego’. We kunnen ons op het kussen herinneren dat we eigenlijk lange tijd, soms ons leven lang, in een beeldscherm hebben zitten kijken en naar die stem van de camerawacht hebben geluisterd. En dat we zelf zijn gaan geloven in zijn rare verhalen, naast het goede advies dat nu en dan wordt gegeven. Die stem doet teveel, hij heeft de overhand genomen. Wij zijn over-beveiligd!

Wat is nu een goed advies aan iemand die zich dit herinnert? Je kunt zeggen: keer geregeld terug naar je jas en realiseer je wat er in die jas gebeurt en wat daar aanwezig is, met andere woorden wat ruikt met de neus, hoort met de oren, voelt met de handen, loopt met de voeten, praat met de mond enzovoort. Zit regelmatig op het kussen om je de situatie te herinneren zoals ze is. Het is in feite heel simpel. Keer terug naar je adem, terug naar je vleesjas. We hoeven in feite niet veel meer te doen dan de zaak op het kussen neer te zetten, en alle aspecten van onze situatie lichten in de loop van de tijd op. Je kunt zelf bepalen even niet te kijken naar het camerabeeld van jezelf en het oortje het oortje laten. Waarbij we de camerawacht niet in de ban doen, dat is niet de bedoeling. Hij beschermt ons. Maar als je de stem weer hoort, kun je gewoon zeggen: ‘Nu even niet!’ Wie is degene die praat met de camerawacht? De meester, degene die de vleesjas bewoont, degene die deze woorden hoort, de ongeborene. Het herinneren van die camerawacht, dit ego, is een belangrijke realisatie. Die realisatie kan ons helpen het functioneren van deze beveiliger weer in het juiste perspectief te zien.

Een belangrijk vraagstuk is tenslotte hoe we de paradox die we zijn de wereld in te brengen, waarbij we dienen om te gaan met onze sterfelijke, beperkte jas en onze aanwezigheid, de Eeuwige, het onbeperkte. Waar we ook gaan of wat we ook doen, alles zit hier, in deze vleesjas, de manifestatie van de oneindige aanwezigheid. Zodra we die ervaring hebben, begint een taai proces, het voorleven van deze paradox die we zijn. We kunnen prettig zitten op de top van de berg maar uiteindelijk staan we op en voelen we de effecten en kenmerken van die vleesjas, zoals pijn in onze benen. We botsen tegen iemand op en de camerawacht meldt zich weer: ‘Verdorie, kijk toch ui!’. En als we thuis zitten, worden we geroepen: ‘Het eten is klaar!’ Of, ‘Doe de vuilniszak even in de container.’ Alledaagse handelingen, we ontkomen er niet aan. We proberen waakzaam te zijn om niet in een van de polen van de paradox te blijven hangen. Dat kost veel tijd en energie, waarbij we steeds weer teruggaan naar de vleesjas, steeds weer de paradox herkennen en teruggaan naar wat is en geregeld het oortje het oortje laten. We leven een spanningsveld. We zitten compleet in vrijheid, in Licht en staan op, gaan de begrensde, versluierde wereld in. Dit is ons dagelijks leven, dit spanningsveld. Een spanningsveld dat we telkens weer tegenkomen in een intensive als deze.

Wil je zelf een intensive bijwonen? Op woensdag 22 januari 2020 start in Eerbeek een nieuwe Izen intensive. Kijk hier voor meer informatie en schrijf je in!

Wat je je herinnert

Geplaatst door op 09:39 in Blog | 0 reacties

Teisho’s uitgesproken door Maurice Genko Knegtel Roshi tijdens de Izen intensive 2019 in Eerbeek. Deel 6.

We beginnen met een vraag van Koún Yamada, een leerling van Yasutani Haku’un Roshi, die een tekst schreef in het boek van Maezumi Roshi en Bernie Glasmann Roshi, een tekst met als titel ‘Is zazen een religie?’ Daarop zijn vier antwoorden mogelijk. 1. Ja, zazen is een religie. 2 Nee, zazen is geen religie. 3. Ja en nee, zazen is wel en geen religie. 4. Weet niet, geen mening. Doe maar een gooi.

Gisteren werd gezegd: alles hier zoals we het hebben opgebouwd en ingericht, is een hulpmiddel ter herinnering. Zazen is een hulpmiddel ter herinnering. Koun Yamada zegt: het is een hulpmiddel tot zelfrealisatie. Wat herinneren we ons precies? Onze boeddhanatuur, ja. Wat nog meer? Sommigen van ons hebben zich herinnerd dat we benen hebben. En dat er iets boven de benen bestaat. Anderen hebben zich herinnerd dat ze een zitvlak hebben. Wat herinneren we ons nog meer. Openheid. Ruimte. Dingen waar geen woorden voor zijn. Wat er fysiek door je heen gaat. Zijn, ja. Wat is dat, zijn? Pijn. Verbondenheid. Gedragen worden.

Laten we preciezer gaan bekijken, wat we ons herinneren. Als je naar de houding kijkt op het kussen, het lichaam in zazen, dan kun je zeggen, dat is een houding van waakzaamheid, aanwezigheid. Wat je je herinnert is dat er ‘iets’ aanwezig is. Je kan je ook herinneren dat in die aanwezigheid alle mensen en alle dingen zijn en dat ze heel dichtbij zijn. Als je verder in die aanwezigheid zakt, kun je je herinneren dat die aanwezigheid, oneindig is. Want waar houdt ze op? ‘Zijn’ eindigt niet. Zittend in die aanwezigheid heb ik geen idee waar die aanwezigheid begint of eindigt. Gisteren werd gevraagd: is er ook maar iets uitgesloten van jouw aanwezigheid in dit moment? Hoe groot is die aanwezigheid? Waar is de grens? Bij het raam? Bij het eind van dit bos, de hekken? Bij Eerbeek? Bij de provincie Utrecht? Tot hoever reikt die aanwezigheid? Dat kun je je herinneren en dat is best opmerkelijk. Wat je ook kunt herinneren is dat alles wat zich in deze aanwezigheid voordoet, zich op een volkomen vrije wijze voordoet. Volkomen vrij, er zit niets gebondens in, niets geconditioneerd. Elke bel plopt vrijelijk op. Elke vogel zingt vrijelijk. Alles vindt en heeft er een vrije plek, zonder iets anders te hinderen. Je kunt zeggen dat deze aanwezigheid ongeboren is. In deze aanwezigheid is niet zoiets als een geboorte te vinden. Het einde in de tijd van deze aanwezigheid is niet vast te stellen. Boeddha sprak van het doodloze. En er is nog iets anders dat je je kunt herinneren, namelijk dat deze aanwezigheid volledig in rust is. Zelfs in de snelle kinhin-stijl is deze aanwezigheid volledig in rust. Iedereen kan er doorheen rennen, en toch is deze aanwezigheid in rust. Een gladde spiegelende oceaan. Je kunt je herinneren dat deze aanwezigheid de enige basis is die er is, terwijl er niet zoiets als een grond is te vinden . Er is niets solide, maar het is compleet in rust, het is een basis van waaruit alles oprijst en waar alles weer in verdwijnt. Sterker, je kunt je wellicht herinneren dat deze aanwezigheid niet stuk kan. Deze aanwezigheid breekt niet, ze ‘’is’’.

We begonnen met de vraag: is zen een religie? Wel, als dit wordt herinnerd, namelijk er is iets in mij wat onpeilbaar diep, grenzeloos, niet geboren, doodloos is, dan zou je dat een religieuze ervaring kunnen noemen. Het is iets totaal anders dan wat ik me altijd voorstelde bij wie of wat ik ben. De Joden noemen het de Eeuwige. Christenen noemen het God. Sommigen noemen het Licht, anderen noemen het Duisternis. Sommigen noemen het Bodhi of Boeddhanatuur. Anderen weer een Oceaan waaruit alles oprijst en waar alles naar terugkeert. Allah. Als dit wordt herinnerd, dan is dat een ervaring van een totaal andere orde dan de wetenschappelijke, psychologische, zelfs dan onze levenservaring. Alles in die ervaring, zoals Maezumi Roshi stelt, is in intieme verbondenheid met elkaar. Religiare betekent ook ‘verbinden met’. Per definitie is deze herinnering een religieuze ervaring, het betekent een zeer intiem verbonden zijn als basis van je bestaan. Niet als een gedachte of een geloof, maar als een levende herinnering van dit eigenaardige fenomeen, als je werkelijk aanwezig bent. Je vindt een grond die geen grond is. Een bron met onuitputtelijke mogelijkheden en energie. Je vindt een thuis, zonder muren, het is eindeloos groot, zonder deur en dak en fundament. Het is een plek waar je altijd in rust kunt terugkeren. Zazen kan als hulpmiddel kan dit in herinnering brengen, deze religieuze ervaring. Boeddhisten noemen het ontwaken, Japanners noemen het satori. Zelfrealisatie. Ik herinner me iets dat veel en veel groter is dan ik me ooit kan voorstellen en het kan niet stuk.

Wordt vervolgd. Wil je zelf een intensive bijwonen? Op woensdag 22 januari 2020 start in Eerbeek een nieuwe Izen intensive. Kijk voor hier meer informatie op en schrijf je in!

Wat het ritueel bewaart

Geplaatst door op 09:37 in Blog | 0 reacties

Teisho’s uitgesproken door Maurice Genko Knegtel Roshi tijdens de Izen intensive 2019 in Eerbeek. Deel 5.

Maezumi schrijft over samu, het werken tijdens een sesshin. Bijvoorbeeld in de keuken. Als de tenzo vraagt om de wortels op een bepaalde manier te snijden, dan kun je denken: zo snijd ik ze nooit. Je kunt ook jezelf afstemmen en doen wat er gevraagd wordt. Het mooie van een retraitemodel is dat we de mogelijkheid bieden om te ervaren dat één lichaam de maaltijd bereidt, dat al die verschillende mensen in de keuken samenkomen in jouw wijze van snijden van de prei. Elke handeling is een gewijde, verlichte activiteit, die niet van mij komt maar van alles en iedereen. Ze is niet beperkt door mijn eigen patronen, ze komt van een intiem verbonden zijn met de hele groep in die keuken. Werken is dan ook een prachtige uitdrukking van dit mysterie in de wereld.

Maezumi over de sesshin: ‘The most important thing, the fundamental principle of sesshin is the realization and actualization of harmony.’ De realisatie, het jezelf herinneren, en het actualiseren, het incarneren van de harmonie, letterlijk handen en voeten geven.

Maezumi over rituelen: ‘There are two ways of looking at rituals. On the one hand rituals are an external expression of our inner state. And on the other hand we strenghten and reinforce our inner state by these external actions.’

De functie van een ritueel is om tot expressie te brengen wat we in woorden en op andere wijze niet tot expressie kunnen brengen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van teksten, rituele handelingen, symbolen. Als rituelen verdwijnen, dan is dat een teken dat het mysterie, het sacrale, geen plaats meer heeft. Het ritueel bewaart onze meest eigen essentie.

De volle buiging is een hele mooie uitdrukking van het ‘ik’, La Ligna, neerleggen. Onze aanwezigheid, datgene wat alles met alles verbindt boven onszelf uit tillen. Er is iets meer dan ‘ik’. Dat drukken we uit door de buiging. Als je 500 buigingen zou doen, dan begint in die fysieke activiteit het zelf op te lossen. De hele ruimte, alles en iedereen buigt door jou heen op jouw unieke wijze. Je opent jezelf. Bij de transmissie, de priester en leraarsoverdracht worden 8100 buigingen gemaakt. Je bent niet alleen je knieën kwijt, je verliest ook je regie, je bent compleet geopend. Alle religieuze tradities kennen de beoefening van buigen. Shuke Tokudo, de monnikswijding met het voornemen om je leven onvoorwaardelijk te leiden, gaat met het een heleboel buigingen gepaard, om de persoon ontvankelijk te maken. Zodat de persoon ook daadwerkelijk kan ontvangen wat hem of haar wordt gegeven. Het is tegelijk de uitdrukking van de essentie.

Maezumi over chanting: ‘Chanting is an effective means of harmonizing body and mind. Chant is with your ears, not with your mouth. When chanting, be aware of of the others who are also chanting. Blend your voice with their voices. Make one voice, altogether.’

.. others who are also chanting – dat woordje also, dat is zo belangrijk. Er zijn anderen die reciteren, niet alleen ik!

‘Always adjust yourself to the others, rather to expecting the to adjust to you.’ Dit is cruciaal, hang deze zin boven je bed! Hoe vaak zegt dat La Ligna poppetje in ons het tegenovergestelde?! We willen toch vasthouden aan ons eigen ding. Er is een voortdurende klaagzang over anderen en over de omstandigheden en een behoefte aan aandacht voor onszelf. Er zijn genoeg redenen voor ‘ja maar’. En dan toch doen wat er wordt gevraagd. Het gaat erom afgestemd te zijn, op de situatie, de personen en de voorwerpen in de ruimte.

Tot besluit. Over oryoki, het Japanse ritueel van eten. Oryoki betekent ‘precies de juiste hoeveelheid’. Maezumi stelt: We zijn zélf oryoki. ‘Not only us but everything we see in de zendo – Buddha’s image, candleholders, vase, bowing mat, floor ceiling – each contains everything completely. It is all oryoki. The whole universe itself is the container of the Buddha Tathagatha.’
Het is allemaal precies de juiste maat en hoeveelheid.

Wordt vervolgd. Wil je zelf een intensive bijwonen? Op woensdag 22 januari 2020 start in Eerbeek een nieuwe Izen intensive. Kijk hier voor meer informatie en schrijf je in!

Alles heeft met alles te maken

Geplaatst door op 19:59 in Blog | 0 reacties

Teisho’s uitgesproken door Maurice Genko Knegtel Roshi tijdens de Izen intensive 2019 in Eerbeek. Deel 4.

Alles heeft met alles te maken. Neem de service, de boeddhistische dienst. De service biedt een prachtige herinnering aan de oorspronkelijke harmonie, de eenheid, als iedereen in elke positie aanwezig is, vol overgave. Dan ervaart iedereen in de groep, de totaliteit van de groep, die zich weer uit in jouw handelen en recitatie. Vorig jaar behandelden we tijdens de Izen intensive het leven, werk en de teksten van zenleraar Bankei, en we spraken over de aandacht voor het Japanse ritueel, de ceremonie en de service. Op de derde ochtend van onze retraite toen, tijdens de service met het buigen en wierook offeren, werd ik volledig bewogen door de groep. Dat is een heel bijzonder ervaring. De groep stond daar te offeren, ikzelf deed niets. Datzelfde kun je ervaren met de bellen slaan, het voorzingen door de ino enzovoort. In je positie ben je dan zo compleet aanwezig, dat alles samenkomt in die ene positie. Niet de ino zingt, maar de hele groep reciteert bij monde van de ino. Het brengt in herinnering het spanningsveld tussen individu en eenheid. De ino is de ino als individu en tegelijkertijd drukt de hele groep zich in en door de ino uit. Hoe bijzonder! Dit uitzonderlijke fenomeen kun je op deze manier ervaren, in de service, aanwezig en afgestemd. Er is enige oefening voor nodig maar het is vooral wezenlijk dat mensen hun positie innemen, daadwerkelijk belichamen.

Als alles samenvalt, weet je ook wat service betekent, waar de boeddhistische dienst voor staat. Het is geen poppenkast met Boeddhabeelden. Service is de uitdrukking van wat je werkelijk bent, de diepe verbondenheid met alles op jouw plek, in jouw mind, jouw shin. Daarnaast is de service in elk ritueel een expressie van datgene wat ten diepste van binnen wordt gevoeld, maar niet onder woorden kan worden overgebracht. In de rituele handelingen kan dat tot expressie komen, in het buigen, in het reciteren, in de eenheid die in het individu tot uitdrukking komt. Je kunt daarin ineens worden getroffen door een detail, een beweging, het buigen, de wijze waarop we de boekjes vasthouden, het reciteren , en je ineens realiseren: dit gaat over mij!

In de service kun je ook de stuurman, het ‘ik’ tegen komen, die zegt:’ Raar gedoe, Japanse toestanden. Dat is niet van onze cultuur. Buigen voor een beeld, die tijd hebben we toch wel gehad!’ Ken je het La Ligna-poppetje van de Italiaanse cartoonist Osvaldo Cavandoli ? Die heeft dat stemmetje dat voortdurend van alles bij ons influistert, bijvoorbeeld:’ Ik ga niet op zo’n rare manier die zendo binnen. Ik ga op mijn eigen manier lopen.’ De oefening daarin is om dat stemmetje in ons hoofd op te merken en te zeggen: ‘We parkeren jou even.’ En vervolgens ga je door met de dienst, met het buigen en reciteren. Je leert zien wat opkomt en ontdekt het patroon daarin. De oefening is om het niet leidend te laten zijn. Wat leidend is, is wat hier en nu, precies hier en precies nu, herinnerd dient te worden. Hetzelfde geldt voor de wijze waarop je de zendo binnenkomt. Je komt binnen, het stemmetje komt op en je zegt: ‘Ik hoor je maar het is nu even niet relevant.’ En je loopt in aanwezigheid de zendo in.

De opbouw hier is kunstmatig. Elk onderdeel van deze kunstmatige setting heeft een functie. We nemen de moeite om dit op te bouwen, de afhangende doeken, het Boeddhabeeld, de kussentjes en mensen gaan hier vrijwillig afzien, vijf dagen lang. Alles is bedoeld om je iets anders dan je eigen voorkeur en je eigen oordeel in herinnering te brengen. Er is zoiets als: mijn weg. Mijn eigen ding doen. En er is het fenomeen dat de groep als totaliteit zich tot uitdrukking brengt, bijvoorbeeld in de stem van de ino, in zijn unieke stem. Dat is totaal iets anders dan ‘mijn eigen ding doen’. De harmonie drukt zich uit in het instrument dat de ino is, op diens specifieke, unieke manier. Als ik in de service mijn eigen ding doe, ben ik een dissonant. Maezumi zegt: ‘The secret, the key to this harmony – de eenheid die zich op unieke wijze in ieder van ons uitdrukt – is simply to be selfless.’ Ieder van ons is een spiegel waarin de Boeddha zich weerspiegelt en in ieder van ons, in elke individuele spiegel, spiegelt ook weer ieder ander zich. Dat is hier feitelijk aan de gang. Ieder van ons bevindt zich in ieder ander, in een totaliteit en als een individu en tezamen brengen we dat in elk van ons tot expressie. Zo dragen we elkaar. Mijn individuele meditatie wordt door de groep en door ieder ander gedragen. Alles bevat alles in een perfecte harmonie. Alles heeft zijn juiste plek. De narigheid begint als ik er iets anders van maak dan wat het is. ‘To be selfless’, zegt Maezumi. ‘It always comes back to this point: if you are selfcentered you spoil everything. But if you are selfless, everything goes smooth.’

Ziehier de vier Edele Waarheden van de Boeddha in twee zinnen neergezet. Als Maezumi spreekt over de betekenis van sesshin, de vijf dagen hier in Eerbeek, dan draait het om de volledige ondersteuning om jezelf te ontdekken en te ervaren hoe je kunt loskomen van het zelf. Het zelf wordt niet uitgewist of zo, maar naast het zelf bestaat ook nog de ander en de anderen, in harmonie met elkaar. Je hebt een oordeel of vooroordeel over hoe je de zendo binnenkomt of hoe je aan de service begint. Je ziet de gedachte opkomen en je maakt een keuze: ik volg die gedachte en doe mijn eigen ding. Of ik laat de gedachte voor wat ze is en ik stem me weer af, ik ga terug naar mijn lichaam en ik geef me over aan wat deze sesshin werkelijk vraagt. Je kunt oefenen in het gewoon laten zijn van het stemmetje van het La Ligna poppetje. Als je het ongehinderd zijn gang laat gaan, komt het vanuit een hoek en wordt het beeldvullend. Het enige wat we hier doen, is dat poppetje niet bepalend te laten zijn, maar het te laten en zelf aanwezig te zijn. Er is geen reden bang te zijn dat we onszelf kwijtraken als we ons overgeven en alles en iedereen toelaten. Dat kan niet. Je kunt jezelf niet kwijtraken. Misschien krijgt je stemmetje, het La Ligna poppetje het wat benauwd, maar dat is wat anders. Over het ego, dat poppetje, hoeft niemand zich druk te maken. Dat komt namelijk altijd weer terug. Je zelf kun je niet verliezen.

Alle mensen die hier zitten, zijn niet buiten, ze zitten binnen, hier. Als je mensen uitsluit, buitensluit, dan snijdt je een stuk van jezelf uit. Je amputeert een stuk van jezelf. Een van de belangrijkste aspecten die we in herinnering brengen op een plek als deze is de intimiteit en verbondenheid, de inter-connectie. Dat is niet iets wat we organiseren, wat we tot stand brengen of ontwikkelen, dat zit hiér! Op jouw plek. Een mooie zin van Maezumi: ‘In studying ourselves we find the harmony, that is our total existence. We do not make harmony, we do not achieve or gain it. Harmony is there all the time.’

In het onszelf bestuderen, het herinneren van onszelf, vinden we de harmonie die ons bestaan is. Die harmonie is er altijd en is er al die tijd ook geweest. De enige die er wanorde in aanbrengt, is ons stemmetje, het La Ligna poppetje. Die vindt bijvoorbeeld dat de ene er wel bij hoort en die ander niet. Niet alleen stelt een sesshin ons in staat tot herinneren dat we van nature in harmonie zijn, maar ook helpt ons deze setting die realisatie te incarneren, te leren belichamen, handen en voeten te geven.

Dit is wat de beoefening is: je realiseren, jezelf herinneren dat jouw eigen ding doen niet de allergrootste halszaak is, maar dat je je energie dient te wijden aan het afgestemd zijn en het onderhoud daarvan. De Boeddha is het symbool van wakker zijn, jouw aanwezigheid. Als we buigen, buigen we niet voor het houten beeld maar voor onze innerlijke staat, onze eigen aanwezigheid. De dharma is alles wat je hoort, ziet, voelt, wat oplicht in die aanwezigheid, alles! Elk sneeuwvlokje dat valt, elk geluid, elk papier dat wordt omgeslagen, elke geur die we ruiken, is de dharma. De sangha is de harmonie, de juiste orde waarin alles samenkomt. Zoals iedereen hier in exact de juiste orde bij jou binnen zit.

Wordt vervolgd.

Alles is hulpmiddel

Geplaatst door op 20:02 in Blog | 0 reacties

Teisho’s uitgesproken door Maurice Genko Knegtel Roshi tijdens de Izen intensive 2019 in Eerbeek. Deel 3.

Om te beginnen, een koan voor de ervaringsdeskundigen ter plaatse.
Wat ervoer de grote verlichte, Indiase wijze Bodhidharma, die zen van India naar China bracht, nadat hij negen jaar lang voor een muur in een Shaolin klooster had gezeten? Wat was zijn realisatie?
Dat ie moe was. Ja, wat nog meer?
Pijn in zijn knieën. Ja, pijn! Pijn in zijn knieën.
Een vervolg koan, waarom heeft Bodhidharma geen baard?
Hij was een vrouw. Sterker nog, hij was niet een vrouw, hij IS een vrouw, zie je dat?

Alles van de boeddhistische traditie, ook zen met al het onderricht, de sutras, dharmatalks, koan, is een hulpmiddel ter herinnering en expressie. Het lastige met boeddhistische teksten is, dat ze als zodanig geen waarheid uitdrukken. Boeddha zelf zei over wat waar is: ‘waar is wat werkt.’ Waarheid is pragmatisch. Als het pedagogisch iets teweeg brengt, dan is het een waar woord. Dat is het hele waarheidscriterium in het boeddhisme. Woorden zijn wijzende vingers naar de maan. Ze wekken iets, op zijn best brengen ze iets bij ons in herinnering. Beroemd is de vergelijking van de Boeddha waarin hij zei: de Dharma is als een vlot dat je van de ene naar de andere kant van de rivier brengt. Als je aan de andere kant van de rivier bent aangekomen, heeft het vlot zijn doel gediend. Dan laat je het vlot achter. Je hoeft het vlot niet mee te sjouwen, het is een middel ter herinnering.

Er is een oude boeddhistische anekdote. Twee monniken staan ieder aan een kant van de rivier. Roept de ene naar de andere: Hoe kom ik aan de overkant? Zegt de andere: Je bent er al!

Sesshin, retraite. Alles is erop gericht iets bij je in herinnering te brengen. Alles is faciliterend, alles is ondersteunend. Een hulpmiddel. Van het kleinste detail tot de grootste ceremonie. Dat begint al met de wijze waarop je hier de ruimte, de zendo binnenkomt. Daar hebben we regels voor die als hulpmiddel dienen. Je komt niet zomaar binnen. Je brengt je iets in herinnering: wacht even, wat doen we hier? Wat ga ik hier doen? Je stapt eerst met je linkervoet over de drempel. Dit is een plek van herinnering. Dan de manier waarop je je voortbeweegt in deze ruimte. Kom je met je armen los en slingerend en dwars door de zendo lopend binnen? Of zijn je handen in sasshu voor de borst gevouwen en loop je vlot en in rechte lijnen langs de matten naar je kussen of bankje? Het gaat om aanwezig zijn. Het gaat om de uitdrukking. Kijk voor jezelf eens hoe de vorm waarin je werkelijk aanwezig binnenkomt, werkt. Er loopt hier ook een denkbeeldige lijn dwars door de zendo , tussen het Boeddhabeeld en het kussen aan de overkant, waar ik zit. Als je die lijn wilt passeren, stop je heel even, je maakt een kleine buiging en gaat dan verder. Alles om je te herinneren waar je bent, in deze ruimte, het is een middel. En als je bij het kussen komt, dan plof je niet zomaar neer. De zendo is een heilige plek en daarmee is ook de plek waar je zit sacraal. Hoe ga je om met zo’n plek? Je maakt in gassho een buiging naar je plek. De handen breng je samen in een symbool van eenheid, van grote waardering. De plek waar je bent is de heilige plek van ontwaken. Je keert je vervolgens om naar de zendo en dan zie je al die andere Boeddha’s die tezamen jouw beoefening ondersteunen, die daartoe de moeite hebben genomen. Waardering voor je medestudenten. Je brengt je handen in gassho en buigt. Dan neem je plaats. Elk detail in die ene minuut, het betreden van in de zendo, de wijze waarop je loopt, het fysieke samen brengen van de handen, het buigen, elk detail is een hulpmiddel ter herinnering: wat kom je hier doen? Waarom ben je hier? Wat is dit voor een plek? Het is niet zomaar de ruimte van het ABK huis te Eerbeek, het is een sacrale plaats.

De houding die wordt aangenomen is die welke de yoga vanaf 3000 voor christus door alle eeuwen heen heeft ontwikkeld. In al zijn finesses bedoeld om jouw aanwezigheid ten volle tot uitdrukking te brengen. Op de grond, op een mat met een kussen of bankje zitten, de benen in lotus, de halve lotus of in seiza, de handen in de dhyana-mudra, de ‘meditatie-mudra’. Het is allemaal afgestemd, heel precies. Als je er iets aan verandert, voelt het ook totaal anders. Alles is ondersteunend aan het aanwezig zijn, om de energie vrij te laten stromen en jouw lichaam en geest alert te houden; de borst geopend, de schouders ontspannen, handen in de dhyana mudra, zittend met kracht vanuit je onderbuik, je ogen geloken, wat lastig is. Je ogen sluiten is gemakkelijker, maar het gaat hier om aanwezig zijn, dus alle zintuigen staan open. Je hele houding is in al haar facetten ontwikkeld en eindeloos beproefd in een tijdspanne van zo’n 5000 jaar, ter herinneren aan jezelf en aan deze aanwezigheid die zich in jouw lichaam tot uitdrukking brengt.

De beoefening samen doen, is een belangrijk punt. Je kunt een duidelijk verschil ervaren tussen het alleen zitten of het zitten in een groep. Wat is het verschil? Het is lastiger, om alleen voor jezelf te zitten. Je bent sneller afgeleid, misschien sta je tussentijds op omdat iets je te binnen schiet wat je nog wilt of moet doen. Hier doe je dat niet zo snel. De energie van de anderen, draagt jouw meditatie. Het is zo, dat als de hele groep echt in staat is om fysiek vanuit de buik te zitten, dat elke individu daardoor gedragen wordt. Als er iemand wiebelig zit, dan voel je dat ook. Hier werkt de harmonie. Jouw individuele meditatie valt niet los te maken van elk andere individuele meditatie. Het is een geheel dat hier zit, en dat ben jij . En elk onderdeel is van belang. We ervaren de staat van de ander. We dragen elkaars meditatie. Dat is een prachtig gegeven van samen hier zijn. Vandaar heel terecht de buiging naar elkaar. Voordat we beginnen, danken we de ander al dat ie de moeite heeft genomen om hier naar toe te komen. Daarom staan we ook zo vroeg op, anders kunnen we de moeite niet nemen.

Evenzo kinhin, de loopmeditatie. Als je op een flodderige wijze zou opstaan en zonder erbij te zijn door de ruimte sjokt, stroomt de energie weg. Hoe kun je die energie die je in het zitten opbouwt, onderhouden bij het opstaan en het overgaan in kinhin. Door aanwezig te zijn, de handen voor de borst gevouwen in sasshu, krachtig staand vanuit je ki en je loopmeditatie heel aandachtig beginnen, stap voor stap en aanwezigheid tot expressie brengen. Als je er niet bij bent, stagneert je vloeiende beweging.

Het is bijzonder om te merken hoe het met iedereen gaat. Dokusan, het formele onderhoud tussen leraar en leerling, is in feite overbodig, ik voel hoe het met elke individu gesteld is. Iedereen weet hoe het met de jikido gaat, degen die de bellen slaat en de tijd bijhoudt. Het is een positie die veel oefening vergt. Want iedereen kan de geestesgesteldheid van de jikido aflezen aan hoe de bel wordt aangeslagen. Als de bel als het ware vanzelf klinkt, dan weet je, de jikido is aanwezig. Zijn de slagen wisselend van kracht en toon, of als de bel helemaal niet klinkt, dan weet je dat de jikido een zware zit heeft. Dat heeft weer effect op de groep. Je zit ’s ochtends op je kussen en de jikido slaat hard en zonder aandacht – BOING! Of juist te zacht. Dat is geen goed begin van de dag. Dat voel je de hele dag door. Hetzelfde geldt voor de kleppers, de oproep om naar de zendo te komen voor zazen. Idealiter produceert het geluid van de kleppers zichzelf. Er zijn geen twee handen die de kleppers bijeen brengen, het geluid produceert zichzelf.

Wordt vervolgd. Aanstaande maandag 23 september start in het Graalhuis te Utrecht een nieuwe en bijzondere zen cirkel, over datgene wat in zen buiten de woorden en geschriften om wordt overgedragen. Dit is je laatste kans om erbij te zijn, kijk hier voor meer informatie en schrijf je nu in.