Humor in zen. Een barbaar in China

Geplaatst door op 09:19 in Blog | 0 reacties

Teisho uitgesproken door Maurice Genko Knegtel Roshi voor de Zen Cirkel Lelystad op 2 november 2019. Deel 1.

Wanneer we spreken over humor in zen, hebben we het in eerste instantie over humor als upaya, een behendig middel dat wordt ingezet om mensen iets te laten realiseren. Maar feitelijk wordt alles in zen en boeddhisme gebruikt als upaya. Zitten in meditatie (zazen) bijvoorbeeld, is een manier om het lichaam stil te zetten en daarin iets te laten oplichten. De leraar zelf is een pedagogisch middel dat als een spiegel voor de leerling te fungeert. De teksten, zelfs alle sutra teksten, de heilige teksten, zijn pedagogische middelen. Een Boeddhabeeld is een pedagogisch middel, ook de hele hiërarchie binnen de traditie en de bloedlijn; je kunt zeggen dat het allemaal delen zijn van een groot vlot waarop je kunt varen om de zaak eens van andere oever te bekijken. De Boeddha zei: ‘Waar is wat werkt’. Zolang het iets doet wat bevrijding en realisatie bewerkstelligt, is het bruikbaar en waar. Als we praten over humor in zen kun je zeggen dat dit een bewust ingezet werktuig is.

Maar laten we eerst kijken naar deze vraag: wat doet humor met ons als mens?
Cursist: het werkt bevrijdend. Bijvoorbeeld wanneer je in de penarie zit.
Roshi: Absoluut! Als je boeddhisme beschouwt als een oefening en een traditie die gaan over bevrijding, dan is humor een wezenlijk onderdeel daarvan. Wat nog meer?
Cursist: Het verbindt, het relativeert.
Roshi: Zeker. Je kunt zelfs zeggen, als je zelf niet enigszins onthecht bent van je werkgebied, dan ben je niet in staat om daarover grappen te maken. En ook de ontvanger kan daardoor onthecht raken. Nog iets?
Cursist: Het is een vorm van zelfspot. Het toont dat je jezelf niet al te serieus moet nemen.
Roshi: Het houdt ons een spiegel voor, hetgeen een heel belangrijke functie is van humor. Het laat je iets zien wat je misschien niet wilt zien. Maar het kan op zo’n manier aan je worden gepresenteerd dat je er om kunt lachen, misschien als een boer met kiespijn. Het is de humor van de hofnar, de enige die in de middeleeuwen zonder consequenties de waarheid kon zeggen aan de machthebbers. Wat humor toont, kan heel pijnlijk zijn.

Als je kijkt naar de werkzaamheid van humor naar de ontvanger toe, dan kent humor een functioneren op drie verschillende niveaus: mentaal, energetisch en existentieel. Mentaal doordat het openend en onthechtend werkt, het komt immers van een plek van onthechting. Het werkt relativerend, het maakt je los van een preoccupatie. Boeddhistisch gesproken werkt het in op de hardheid van patronen en concepten. Energetisch, het bevrijdt vastgezette energie, laat die energie opnieuw stromen, het werkt vitaliserend. En existentieel kan het je een pijnlijke spiegel voorhouden: zo is het.

Als je in de breedte kijkt, vinden we niet zo veel humorvolle tradities in de wereldreligies. In de mystieke traditie van de Chassidim vinden we tal van voorbeelden waarin humor op een bevrijdende manier wordt gebruikt. De Soefi’s kennen dit ook. In het christendom zien we het minder. Een uitzondering vormen misschien de woestijnmonniken.
Cursist: Dat is droge humor!
Roshi: Het hindoeïsme kent enkele tradities die spaarzaam humor bevatten. Het Boeddhisme is niet echt een bron van humor. De Boeddha staat niet bekend als een man met veel humor. Indiase boeddhisten zoals Nagarjuni en Vasubandhu waren weliswaar goede psychologen, maar geen grappenmakers. Japanse zen is niet humoristisch, een enkele uitzondering daargelaten. Therevada Boeddhisme is vooral gericht op ethiek, niet op humor. Tibetanen zijn schaars met humor. De Dalai Lama lacht wel veel, maar een goede grap heb ik hem nog nooit horen vertellen. In de Chinese taoïstische traditie is Chuang-tzu een bron van verhalen met veel humor. Alle figuren die in zijn verhalen voorkomen zijn min of meer grotesk. Zijn humor heeft een grote invloed gehad op Ch’an, waarin we humor vinden als een pedagogisch middel.

Hoe gebruikt Ch’an die humor? Allereerst door het introduceren van figuren, ‘volgers van de Weg’, die veelal grotesk zijn. We komen er opvallend vaak situaties in tegen waarin een zenmeester of geleerde iemand ontmoet die hem de les leest, bij voorkeur in de persoon van een oud theevrouwtje. Er is een verhaal over zen meester Tokusan, als geleerde de autoriteit op het gebied van het Diamant Sutra. Op het toppunt van zijn roem reisde hij naar het Zuiden van China, waar Ch’an zich op nogal rebelse wijze ontwikkelde. Hij wilde daar zijn kennis laten gelden om de orde te herstellen. De man reisde naar het Zuiden en kwam langs een theekraampje. Hij bestelde thee en kreeg er cake bij. Het theevrouwtje zei: ‘Wacht u even met eten en drinken. U bent toch degene die gespecialiseerd is in het Diamant Sutra?’
Tokusan voelde zich gevleid en knikte. ‘Ik ben de autoriteit, inderdaad.’
Het theevrouwtje zei: ‘Als dat zo is, wil ik u een vraag stellen over iets wat in het soetra staat. Als u die vraag kunt beantwoorden, krijgt u de cake gratis.’
Tokusan zei: ‘Natuurlijk. Ik weet er alles van’.
Het theevrouwtje sprak: ‘Er staat ergens een regel in het Diamant Sutra: de geest van het verleden is ongrijpbaar, de geest van het heden is ongrijpbaar en de geest van de toekomst is ongrijpbaar. Die regel kent u wel.’
Tokusan knikte en het vrouwtje ging verder: ‘Dan wil ik u graag vragen: in welke geest gaat u nu deze cake eten?’
De geleerde Tokusan stond met zijn mond vol tanden. Hij had geen antwoord. Dit type personages komen in veel anekdotes van de eerste generaties zen meesters van Ch’an voor.

Een ander voorbeeld is de eerste Patriarch van zen in China, Bodhidharma. Hij kwam volgens de legende uit India aangelopen en bracht zen naar China. Ken je Bodhidharma? Een man met een grote baard, enorme oorbellen en rollende, uitpuilende ogen. Het verhaal gaat dat hij tijdens de meditatie niet in slaap wilde vallen. Daarom knipte hij zijn oogwimpers af. En zo wordt hij afgebeeld, zonder oogwimpers. Die oogwimpers zouden bovendien de zaden zijn geweest voor de eerste theeplantjes in China. Is dat niet hilarisch!

In het Noorden ontmoette Bodhidharma keizer Wu, een devoot boeddhist en stichter van zo’n 30.000 kloosters en tempels. De informatie over de groei van het boeddhisme in die tijd klopt historisch aardig. De eerste vraag van de keizer aan Bodhidharma is: ‘Wel Eerbiedwaardige, ik heb 30.000 kloosters en tempels gesticht. Wat is nu mijn verdienste’.
Bodhidharma antwoordde stoicijns: ‘Geen enkele verdienste.’
De keizer was ronduit ontsteld. Hij vroeg: ‘Maar waar gaat die leer, die Dharma, dan over?’
Bodhidharma antwoordde met de legendarische woorden: ‘Wijdse leegte, niets heiligs.’
De keizer was onthutst en vroeg: ‘Maar wie staat hier dan voor me?’
‘Ik weet het niet’, antwoordde Bodhidharma droog.

Bodhidharma werd daarop het keizerrijk uitgezet. Een raadgever van de keizer greep in en legde de keizer uit dat hij zojuist een groot boeddhist en vooraanstaand heilige het land uit had gestuurd. Keizer Wu bedacht zich alsnog en zond soldaten op pad om Bodhidharma terug te halen. En wat vonden ze uiteindelijk? Een sandaal! Deze werd overhandigd aan keizer Wu.

In het Zuiden aangekomen nam Bodhidharma zijn intrek in het Shaolin klooster, waar hij negen jaar voor een muur zat. Hij kreeg op een zeker moment gezelschap van Huike, een oud generaal, die zijn leerling wilde worden, maar Bodhidharma negeerde hem. De winter viel in en Huike wilde een daad stellen om zijn intentie te tonen aan de grote meester. Hij hakte een arm af en overhandigde deze aan Bodhidharma. Die daad overtuigde Bodhidharma van Huike’s inzet. Hij vroeg Huike: ‘Wat kan ik voor je doen?’
Huike vroeg in grote wanhoop: ‘Kunt u mijn geest tot rust brengen?’
Bodhidharma antwoordde: ‘Breng je geest maar hier.’
Huiko raakte in nu in hevige verwarring. Hij dacht: ‘Maar hoe dan?’ Hij vertrok, ging op zoek naar zijn geest en kwam een week later bij Bodhidharma terug. Hij moest erkennen: ‘Ik kan mijn geest nergens vinden.’
Waarop Bodhidharma zei: ‘Mooi, dan heb ik je geest tot rust gebracht.’

Huike wordt de opvolger van Bodhidharma en de tweede Chinese Patriarch. Bodhidharma vertrekt op een gegeven moment en gaat de grens van China naar India over. En wat ziet men als laatste van hem? Dat hij onderweg is met een sandaal op zijn hoofd! Daar zijn in zen meerdere anekdotes op gebaseerd. Een sandaal op het hoofd staat in China symbool voor het overlijden van een persoon.

Bodhidharma’s verhaal zet de toon voor een rij uitzonderlijke leraren binnen Ch’an, die groteske figuren waren en wonderlijke dingen deden. Een bekende figuur als Te-shan liep altijd met een stok door het klooster, greep de eerste de beste monnik bij diens pij, hief dan zijn stok en riep: ‘Als jij dit een stok noemt, krijg je dertig stokslagen, als je het geen stok noemt, krijg je ook dertig stokslagen. Hoe noem je het? Spreek, spreek!!’
En dit was zijn onderricht, zijn hele leven lang. Hier zijn ook meerdere ‘stokgrappen’ uit voortgekomen. Zoals die van zen meester Chao-chou, die zei: ‘Als iemand bij me komt met een stok, dan ontneem ik hem die en als iemand bij me komt zonder stok, dan geef ik hem er een.’

Wordt vervolgd. Een nieuwe Zen Cirkel onder leiding van Maurice Genko Knegtel Roshi begint op maandagavond 9 maart 2020. Voor meer informatie en opgave, klik hier. Maurice Knegtels nieuwste boek ‘Het afdalen van de berg’ verschijnt in maart 2020 bij Uitgeverij Juwelenschip.

De vleesjas en de camerawacht

Geplaatst door op 08:43 in Blog | 0 reacties

Teisho’s uitgesproken door Maurice Genko Knegtel Roshi tijdens de Izen intensive 2019 in Eerbeek. Deel 7 (slot).

Maar dat is niet het enige dat we ons herinneren. We herinneren ons ook iets anders, namelijk dat die peilloze, oneindige aanwezigheid zich bevindt in een min of meer strakke vleesjas, strak in de zin dat die aanwezigheid is beperkt tot bepaalde afmetingen. Die aanwezigheid is niet te scheiden van deze vleesjas, die benen, voeten, armen en handen heeft. Die jas heeft andere eigenaardige eigenschappen, namelijk het vermogen visuele beelden te laten verschijnen, auditieve ervaringen te laten weerklinken, om koude en warmte te voelen, om de soep in de keuken te ruiken en te proeven en nog veel meer vermogens. De jas werpt vensters open op de wereld in bepaalde emoties, woede opent een venster naar de wereld, net als angst, verdriet, vreugde. Al naar gelang de situatie, of niet. Je kunt zeggen: we kunnen ons herinneren dat het eindeloze Licht dat we op het kussen ervaren tegelijkertijd in een vleesjas is verstopt, een vleesjas met wonderbaarlijke vermogens, waardoor die aanwezigheid zichzelf in talloze kwaliteiten tot uitdrukking brengt. Wat zie ik? Wat hoor ik? Wat ruik ik?

Die vleesjas heeft het vermogen zaken te overdenken en door de geest te laten trekken, hij heeft verbeeldingskracht. En die vleesjas heeft specifieke eigenschappen omdat hij mede is geweven uit diepe, diepe patronen van handelen. Patronen als taaie draden, diep ingesleten sporen die veel verder teruggaan dan de tijd waarin die vleesjas zelf is gemaakt. Ze gaan terug naar de makers, vader en moeder en diens vader en moeder enzovoort. Ze komen allemaal in deze vleesjas samen, als in een netwerk. Die vleesjas is precies wat hij is, bij sommigen is ie wat klein, bij anderen wat groter en met een bepaalde kleur, maar hij is precies goed zoals hij is. Die aanwezigheid zit in niets anders dan juist deze vleesjas. Daar is niets mis mee. Soms kraakt ie of piept ie, maar er is niets mis mee.

Er is iets dat grenzeloos en peilloos is, licht, in rust en niet stuk te krijgen. Aan de andere kant herinneren we ons deze krappe verpakking. Hoe noemen we deze paradox in het boeddhisme? De bodhisattva. Aanwezigheid, grenzeloos, grondeloos, Licht: Bodhi. Sattva is de vleesjas met een netwerk van patronen en sporen. Een levende paradox. Als je niets uit deze dagen hebt gehaald, neem dan dit mee naar huis: Ik ben een paradoxaal dubbelwezen en het functioneert ook nog allemaal. Maar er is nog iets, iets heel eigenaardigs. Uit die vleesjas steekt een hand met een mobiele telefoon en deze neemt voortdurend selfies. Wij als bodhisattva richten het mobiel op onszelf, de vleesjas en de daarin verpakte aanwezigheid. En er is meer. Er zit ook nog iets in m’n oor, een oortje, een apparaatje met een draadje. Het draadje gaat naar een camerawacht die huist in dit lichaam. Heeft iemand die wacht ooit gezien? Nee. En toch praat ie voortdurend in dat oortje. Die stem praat veel en fluistert ons voortdurend in wat we te doen hebben, niet zelden heel dwingend. Die stem geeft geregeld waardevolle tips en adviezen, maar hij zegt ook dingen die we vaak niet willen horen of weten. Het heeft volop oordelen over van alles en nog wat. Hij weerhoudt ons om stappen te ondernemen en wekt onzekerheid, of hij zet ons juist aan tot handelen en wekt overmoed. Het is deze stem die zich afvraagt, wat we hier in deze zendo op dit kussen deze dagen zitten te doen. Waarom we met aandacht een zendo binnenkomen en bepaalde regels in acht houden. Waarom we niet gewoon de zaal kunnen binnenlopen en langs de kortste weg naar ons kussen gaan. Die camerawacht vindt dat gedoe. En waarom zitten we eigenlijk op een kussen? Wat levert het op? Moeten we niet aan het werk? Of thuis de kinderen opvoeden? Of hij wekt hooggespannen verwachtingen over deze dagen. Enzovoort, enzovoort.

Wellicht herinneren we ons op enig moment zoiets als een camerawacht en dat we in ons leven onszelf en de wereld vooral via de waarnemingen en oordelen van de camerawacht hebben bekeken, maar dat dit niet de werkelijkheid zelf is. Die camerawacht noemen we ‘ego’. We kunnen ons op het kussen herinneren dat we eigenlijk lange tijd, soms ons leven lang, in een beeldscherm hebben zitten kijken en naar die stem van de camerawacht hebben geluisterd. En dat we zelf zijn gaan geloven in zijn rare verhalen, naast het goede advies dat nu en dan wordt gegeven. Die stem doet teveel, hij heeft de overhand genomen. Wij zijn over-beveiligd!

Wat is nu een goed advies aan iemand die zich dit herinnert? Je kunt zeggen: keer geregeld terug naar je jas en realiseer je wat er in die jas gebeurt en wat daar aanwezig is, met andere woorden wat ruikt met de neus, hoort met de oren, voelt met de handen, loopt met de voeten, praat met de mond enzovoort. Zit regelmatig op het kussen om je de situatie te herinneren zoals ze is. Het is in feite heel simpel. Keer terug naar je adem, terug naar je vleesjas. We hoeven in feite niet veel meer te doen dan de zaak op het kussen neer te zetten, en alle aspecten van onze situatie lichten in de loop van de tijd op. Je kunt zelf bepalen even niet te kijken naar het camerabeeld van jezelf en het oortje het oortje laten. Waarbij we de camerawacht niet in de ban doen, dat is niet de bedoeling. Hij beschermt ons. Maar als je de stem weer hoort, kun je gewoon zeggen: ‘Nu even niet!’ Wie is degene die praat met de camerawacht? De meester, degene die de vleesjas bewoont, degene die deze woorden hoort, de ongeborene. Het herinneren van die camerawacht, dit ego, is een belangrijke realisatie. Die realisatie kan ons helpen het functioneren van deze beveiliger weer in het juiste perspectief te zien.

Een belangrijk vraagstuk is tenslotte hoe we de paradox die we zijn de wereld in te brengen, waarbij we dienen om te gaan met onze sterfelijke, beperkte jas en onze aanwezigheid, de Eeuwige, het onbeperkte. Waar we ook gaan of wat we ook doen, alles zit hier, in deze vleesjas, de manifestatie van de oneindige aanwezigheid. Zodra we die ervaring hebben, begint een taai proces, het voorleven van deze paradox die we zijn. We kunnen prettig zitten op de top van de berg maar uiteindelijk staan we op en voelen we de effecten en kenmerken van die vleesjas, zoals pijn in onze benen. We botsen tegen iemand op en de camerawacht meldt zich weer: ‘Verdorie, kijk toch ui!’. En als we thuis zitten, worden we geroepen: ‘Het eten is klaar!’ Of, ‘Doe de vuilniszak even in de container.’ Alledaagse handelingen, we ontkomen er niet aan. We proberen waakzaam te zijn om niet in een van de polen van de paradox te blijven hangen. Dat kost veel tijd en energie, waarbij we steeds weer teruggaan naar de vleesjas, steeds weer de paradox herkennen en teruggaan naar wat is en geregeld het oortje het oortje laten. We leven een spanningsveld. We zitten compleet in vrijheid, in Licht en staan op, gaan de begrensde, versluierde wereld in. Dit is ons dagelijks leven, dit spanningsveld. Een spanningsveld dat we telkens weer tegenkomen in een intensive als deze.

Wil je zelf een intensive bijwonen? Op woensdag 22 januari 2020 start in Eerbeek een nieuwe Izen intensive. Kijk hier voor meer informatie en schrijf je in!

Wat je je herinnert

Geplaatst door op 09:39 in Blog | 0 reacties

Teisho’s uitgesproken door Maurice Genko Knegtel Roshi tijdens de Izen intensive 2019 in Eerbeek. Deel 6.

We beginnen met een vraag van Koún Yamada, een leerling van Yasutani Haku’un Roshi, die een tekst schreef in het boek van Maezumi Roshi en Bernie Glasmann Roshi, een tekst met als titel ‘Is zazen een religie?’ Daarop zijn vier antwoorden mogelijk. 1. Ja, zazen is een religie. 2 Nee, zazen is geen religie. 3. Ja en nee, zazen is wel en geen religie. 4. Weet niet, geen mening. Doe maar een gooi.

Gisteren werd gezegd: alles hier zoals we het hebben opgebouwd en ingericht, is een hulpmiddel ter herinnering. Zazen is een hulpmiddel ter herinnering. Koun Yamada zegt: het is een hulpmiddel tot zelfrealisatie. Wat herinneren we ons precies? Onze boeddhanatuur, ja. Wat nog meer? Sommigen van ons hebben zich herinnerd dat we benen hebben. En dat er iets boven de benen bestaat. Anderen hebben zich herinnerd dat ze een zitvlak hebben. Wat herinneren we ons nog meer. Openheid. Ruimte. Dingen waar geen woorden voor zijn. Wat er fysiek door je heen gaat. Zijn, ja. Wat is dat, zijn? Pijn. Verbondenheid. Gedragen worden.

Laten we preciezer gaan bekijken, wat we ons herinneren. Als je naar de houding kijkt op het kussen, het lichaam in zazen, dan kun je zeggen, dat is een houding van waakzaamheid, aanwezigheid. Wat je je herinnert is dat er ‘iets’ aanwezig is. Je kan je ook herinneren dat in die aanwezigheid alle mensen en alle dingen zijn en dat ze heel dichtbij zijn. Als je verder in die aanwezigheid zakt, kun je je herinneren dat die aanwezigheid, oneindig is. Want waar houdt ze op? ‘Zijn’ eindigt niet. Zittend in die aanwezigheid heb ik geen idee waar die aanwezigheid begint of eindigt. Gisteren werd gevraagd: is er ook maar iets uitgesloten van jouw aanwezigheid in dit moment? Hoe groot is die aanwezigheid? Waar is de grens? Bij het raam? Bij het eind van dit bos, de hekken? Bij Eerbeek? Bij de provincie Utrecht? Tot hoever reikt die aanwezigheid? Dat kun je je herinneren en dat is best opmerkelijk. Wat je ook kunt herinneren is dat alles wat zich in deze aanwezigheid voordoet, zich op een volkomen vrije wijze voordoet. Volkomen vrij, er zit niets gebondens in, niets geconditioneerd. Elke bel plopt vrijelijk op. Elke vogel zingt vrijelijk. Alles vindt en heeft er een vrije plek, zonder iets anders te hinderen. Je kunt zeggen dat deze aanwezigheid ongeboren is. In deze aanwezigheid is niet zoiets als een geboorte te vinden. Het einde in de tijd van deze aanwezigheid is niet vast te stellen. Boeddha sprak van het doodloze. En er is nog iets anders dat je je kunt herinneren, namelijk dat deze aanwezigheid volledig in rust is. Zelfs in de snelle kinhin-stijl is deze aanwezigheid volledig in rust. Iedereen kan er doorheen rennen, en toch is deze aanwezigheid in rust. Een gladde spiegelende oceaan. Je kunt je herinneren dat deze aanwezigheid de enige basis is die er is, terwijl er niet zoiets als een grond is te vinden . Er is niets solide, maar het is compleet in rust, het is een basis van waaruit alles oprijst en waar alles weer in verdwijnt. Sterker, je kunt je wellicht herinneren dat deze aanwezigheid niet stuk kan. Deze aanwezigheid breekt niet, ze ‘’is’’.

We begonnen met de vraag: is zen een religie? Wel, als dit wordt herinnerd, namelijk er is iets in mij wat onpeilbaar diep, grenzeloos, niet geboren, doodloos is, dan zou je dat een religieuze ervaring kunnen noemen. Het is iets totaal anders dan wat ik me altijd voorstelde bij wie of wat ik ben. De Joden noemen het de Eeuwige. Christenen noemen het God. Sommigen noemen het Licht, anderen noemen het Duisternis. Sommigen noemen het Bodhi of Boeddhanatuur. Anderen weer een Oceaan waaruit alles oprijst en waar alles naar terugkeert. Allah. Als dit wordt herinnerd, dan is dat een ervaring van een totaal andere orde dan de wetenschappelijke, psychologische, zelfs dan onze levenservaring. Alles in die ervaring, zoals Maezumi Roshi stelt, is in intieme verbondenheid met elkaar. Religiare betekent ook ‘verbinden met’. Per definitie is deze herinnering een religieuze ervaring, het betekent een zeer intiem verbonden zijn als basis van je bestaan. Niet als een gedachte of een geloof, maar als een levende herinnering van dit eigenaardige fenomeen, als je werkelijk aanwezig bent. Je vindt een grond die geen grond is. Een bron met onuitputtelijke mogelijkheden en energie. Je vindt een thuis, zonder muren, het is eindeloos groot, zonder deur en dak en fundament. Het is een plek waar je altijd in rust kunt terugkeren. Zazen kan als hulpmiddel kan dit in herinnering brengen, deze religieuze ervaring. Boeddhisten noemen het ontwaken, Japanners noemen het satori. Zelfrealisatie. Ik herinner me iets dat veel en veel groter is dan ik me ooit kan voorstellen en het kan niet stuk.

Wordt vervolgd. Wil je zelf een intensive bijwonen? Op woensdag 22 januari 2020 start in Eerbeek een nieuwe Izen intensive. Kijk voor hier meer informatie op en schrijf je in!

Wat het ritueel bewaart

Geplaatst door op 09:37 in Blog | 0 reacties

Teisho’s uitgesproken door Maurice Genko Knegtel Roshi tijdens de Izen intensive 2019 in Eerbeek. Deel 5.

Maezumi schrijft over samu, het werken tijdens een sesshin. Bijvoorbeeld in de keuken. Als de tenzo vraagt om de wortels op een bepaalde manier te snijden, dan kun je denken: zo snijd ik ze nooit. Je kunt ook jezelf afstemmen en doen wat er gevraagd wordt. Het mooie van een retraitemodel is dat we de mogelijkheid bieden om te ervaren dat één lichaam de maaltijd bereidt, dat al die verschillende mensen in de keuken samenkomen in jouw wijze van snijden van de prei. Elke handeling is een gewijde, verlichte activiteit, die niet van mij komt maar van alles en iedereen. Ze is niet beperkt door mijn eigen patronen, ze komt van een intiem verbonden zijn met de hele groep in die keuken. Werken is dan ook een prachtige uitdrukking van dit mysterie in de wereld.

Maezumi over de sesshin: ‘The most important thing, the fundamental principle of sesshin is the realization and actualization of harmony.’ De realisatie, het jezelf herinneren, en het actualiseren, het incarneren van de harmonie, letterlijk handen en voeten geven.

Maezumi over rituelen: ‘There are two ways of looking at rituals. On the one hand rituals are an external expression of our inner state. And on the other hand we strenghten and reinforce our inner state by these external actions.’

De functie van een ritueel is om tot expressie te brengen wat we in woorden en op andere wijze niet tot expressie kunnen brengen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van teksten, rituele handelingen, symbolen. Als rituelen verdwijnen, dan is dat een teken dat het mysterie, het sacrale, geen plaats meer heeft. Het ritueel bewaart onze meest eigen essentie.

De volle buiging is een hele mooie uitdrukking van het ‘ik’, La Ligna, neerleggen. Onze aanwezigheid, datgene wat alles met alles verbindt boven onszelf uit tillen. Er is iets meer dan ‘ik’. Dat drukken we uit door de buiging. Als je 500 buigingen zou doen, dan begint in die fysieke activiteit het zelf op te lossen. De hele ruimte, alles en iedereen buigt door jou heen op jouw unieke wijze. Je opent jezelf. Bij de transmissie, de priester en leraarsoverdracht worden 8100 buigingen gemaakt. Je bent niet alleen je knieën kwijt, je verliest ook je regie, je bent compleet geopend. Alle religieuze tradities kennen de beoefening van buigen. Shuke Tokudo, de monnikswijding met het voornemen om je leven onvoorwaardelijk te leiden, gaat met het een heleboel buigingen gepaard, om de persoon ontvankelijk te maken. Zodat de persoon ook daadwerkelijk kan ontvangen wat hem of haar wordt gegeven. Het is tegelijk de uitdrukking van de essentie.

Maezumi over chanting: ‘Chanting is an effective means of harmonizing body and mind. Chant is with your ears, not with your mouth. When chanting, be aware of of the others who are also chanting. Blend your voice with their voices. Make one voice, altogether.’

.. others who are also chanting – dat woordje also, dat is zo belangrijk. Er zijn anderen die reciteren, niet alleen ik!

‘Always adjust yourself to the others, rather to expecting the to adjust to you.’ Dit is cruciaal, hang deze zin boven je bed! Hoe vaak zegt dat La Ligna poppetje in ons het tegenovergestelde?! We willen toch vasthouden aan ons eigen ding. Er is een voortdurende klaagzang over anderen en over de omstandigheden en een behoefte aan aandacht voor onszelf. Er zijn genoeg redenen voor ‘ja maar’. En dan toch doen wat er wordt gevraagd. Het gaat erom afgestemd te zijn, op de situatie, de personen en de voorwerpen in de ruimte.

Tot besluit. Over oryoki, het Japanse ritueel van eten. Oryoki betekent ‘precies de juiste hoeveelheid’. Maezumi stelt: We zijn zélf oryoki. ‘Not only us but everything we see in de zendo – Buddha’s image, candleholders, vase, bowing mat, floor ceiling – each contains everything completely. It is all oryoki. The whole universe itself is the container of the Buddha Tathagatha.’
Het is allemaal precies de juiste maat en hoeveelheid.

Wordt vervolgd. Wil je zelf een intensive bijwonen? Op woensdag 22 januari 2020 start in Eerbeek een nieuwe Izen intensive. Kijk hier voor meer informatie en schrijf je in!

Alles heeft met alles te maken

Geplaatst door op 19:59 in Blog | 0 reacties

Teisho’s uitgesproken door Maurice Genko Knegtel Roshi tijdens de Izen intensive 2019 in Eerbeek. Deel 4.

Alles heeft met alles te maken. Neem de service, de boeddhistische dienst. De service biedt een prachtige herinnering aan de oorspronkelijke harmonie, de eenheid, als iedereen in elke positie aanwezig is, vol overgave. Dan ervaart iedereen in de groep, de totaliteit van de groep, die zich weer uit in jouw handelen en recitatie. Vorig jaar behandelden we tijdens de Izen intensive het leven, werk en de teksten van zenleraar Bankei, en we spraken over de aandacht voor het Japanse ritueel, de ceremonie en de service. Op de derde ochtend van onze retraite toen, tijdens de service met het buigen en wierook offeren, werd ik volledig bewogen door de groep. Dat is een heel bijzonder ervaring. De groep stond daar te offeren, ikzelf deed niets. Datzelfde kun je ervaren met de bellen slaan, het voorzingen door de ino enzovoort. In je positie ben je dan zo compleet aanwezig, dat alles samenkomt in die ene positie. Niet de ino zingt, maar de hele groep reciteert bij monde van de ino. Het brengt in herinnering het spanningsveld tussen individu en eenheid. De ino is de ino als individu en tegelijkertijd drukt de hele groep zich in en door de ino uit. Hoe bijzonder! Dit uitzonderlijke fenomeen kun je op deze manier ervaren, in de service, aanwezig en afgestemd. Er is enige oefening voor nodig maar het is vooral wezenlijk dat mensen hun positie innemen, daadwerkelijk belichamen.

Als alles samenvalt, weet je ook wat service betekent, waar de boeddhistische dienst voor staat. Het is geen poppenkast met Boeddhabeelden. Service is de uitdrukking van wat je werkelijk bent, de diepe verbondenheid met alles op jouw plek, in jouw mind, jouw shin. Daarnaast is de service in elk ritueel een expressie van datgene wat ten diepste van binnen wordt gevoeld, maar niet onder woorden kan worden overgebracht. In de rituele handelingen kan dat tot expressie komen, in het buigen, in het reciteren, in de eenheid die in het individu tot uitdrukking komt. Je kunt daarin ineens worden getroffen door een detail, een beweging, het buigen, de wijze waarop we de boekjes vasthouden, het reciteren , en je ineens realiseren: dit gaat over mij!

In de service kun je ook de stuurman, het ‘ik’ tegen komen, die zegt:’ Raar gedoe, Japanse toestanden. Dat is niet van onze cultuur. Buigen voor een beeld, die tijd hebben we toch wel gehad!’ Ken je het La Ligna-poppetje van de Italiaanse cartoonist Osvaldo Cavandoli ? Die heeft dat stemmetje dat voortdurend van alles bij ons influistert, bijvoorbeeld:’ Ik ga niet op zo’n rare manier die zendo binnen. Ik ga op mijn eigen manier lopen.’ De oefening daarin is om dat stemmetje in ons hoofd op te merken en te zeggen: ‘We parkeren jou even.’ En vervolgens ga je door met de dienst, met het buigen en reciteren. Je leert zien wat opkomt en ontdekt het patroon daarin. De oefening is om het niet leidend te laten zijn. Wat leidend is, is wat hier en nu, precies hier en precies nu, herinnerd dient te worden. Hetzelfde geldt voor de wijze waarop je de zendo binnenkomt. Je komt binnen, het stemmetje komt op en je zegt: ‘Ik hoor je maar het is nu even niet relevant.’ En je loopt in aanwezigheid de zendo in.

De opbouw hier is kunstmatig. Elk onderdeel van deze kunstmatige setting heeft een functie. We nemen de moeite om dit op te bouwen, de afhangende doeken, het Boeddhabeeld, de kussentjes en mensen gaan hier vrijwillig afzien, vijf dagen lang. Alles is bedoeld om je iets anders dan je eigen voorkeur en je eigen oordeel in herinnering te brengen. Er is zoiets als: mijn weg. Mijn eigen ding doen. En er is het fenomeen dat de groep als totaliteit zich tot uitdrukking brengt, bijvoorbeeld in de stem van de ino, in zijn unieke stem. Dat is totaal iets anders dan ‘mijn eigen ding doen’. De harmonie drukt zich uit in het instrument dat de ino is, op diens specifieke, unieke manier. Als ik in de service mijn eigen ding doe, ben ik een dissonant. Maezumi zegt: ‘The secret, the key to this harmony – de eenheid die zich op unieke wijze in ieder van ons uitdrukt – is simply to be selfless.’ Ieder van ons is een spiegel waarin de Boeddha zich weerspiegelt en in ieder van ons, in elke individuele spiegel, spiegelt ook weer ieder ander zich. Dat is hier feitelijk aan de gang. Ieder van ons bevindt zich in ieder ander, in een totaliteit en als een individu en tezamen brengen we dat in elk van ons tot expressie. Zo dragen we elkaar. Mijn individuele meditatie wordt door de groep en door ieder ander gedragen. Alles bevat alles in een perfecte harmonie. Alles heeft zijn juiste plek. De narigheid begint als ik er iets anders van maak dan wat het is. ‘To be selfless’, zegt Maezumi. ‘It always comes back to this point: if you are selfcentered you spoil everything. But if you are selfless, everything goes smooth.’

Ziehier de vier Edele Waarheden van de Boeddha in twee zinnen neergezet. Als Maezumi spreekt over de betekenis van sesshin, de vijf dagen hier in Eerbeek, dan draait het om de volledige ondersteuning om jezelf te ontdekken en te ervaren hoe je kunt loskomen van het zelf. Het zelf wordt niet uitgewist of zo, maar naast het zelf bestaat ook nog de ander en de anderen, in harmonie met elkaar. Je hebt een oordeel of vooroordeel over hoe je de zendo binnenkomt of hoe je aan de service begint. Je ziet de gedachte opkomen en je maakt een keuze: ik volg die gedachte en doe mijn eigen ding. Of ik laat de gedachte voor wat ze is en ik stem me weer af, ik ga terug naar mijn lichaam en ik geef me over aan wat deze sesshin werkelijk vraagt. Je kunt oefenen in het gewoon laten zijn van het stemmetje van het La Ligna poppetje. Als je het ongehinderd zijn gang laat gaan, komt het vanuit een hoek en wordt het beeldvullend. Het enige wat we hier doen, is dat poppetje niet bepalend te laten zijn, maar het te laten en zelf aanwezig te zijn. Er is geen reden bang te zijn dat we onszelf kwijtraken als we ons overgeven en alles en iedereen toelaten. Dat kan niet. Je kunt jezelf niet kwijtraken. Misschien krijgt je stemmetje, het La Ligna poppetje het wat benauwd, maar dat is wat anders. Over het ego, dat poppetje, hoeft niemand zich druk te maken. Dat komt namelijk altijd weer terug. Je zelf kun je niet verliezen.

Alle mensen die hier zitten, zijn niet buiten, ze zitten binnen, hier. Als je mensen uitsluit, buitensluit, dan snijdt je een stuk van jezelf uit. Je amputeert een stuk van jezelf. Een van de belangrijkste aspecten die we in herinnering brengen op een plek als deze is de intimiteit en verbondenheid, de inter-connectie. Dat is niet iets wat we organiseren, wat we tot stand brengen of ontwikkelen, dat zit hiér! Op jouw plek. Een mooie zin van Maezumi: ‘In studying ourselves we find the harmony, that is our total existence. We do not make harmony, we do not achieve or gain it. Harmony is there all the time.’

In het onszelf bestuderen, het herinneren van onszelf, vinden we de harmonie die ons bestaan is. Die harmonie is er altijd en is er al die tijd ook geweest. De enige die er wanorde in aanbrengt, is ons stemmetje, het La Ligna poppetje. Die vindt bijvoorbeeld dat de ene er wel bij hoort en die ander niet. Niet alleen stelt een sesshin ons in staat tot herinneren dat we van nature in harmonie zijn, maar ook helpt ons deze setting die realisatie te incarneren, te leren belichamen, handen en voeten te geven.

Dit is wat de beoefening is: je realiseren, jezelf herinneren dat jouw eigen ding doen niet de allergrootste halszaak is, maar dat je je energie dient te wijden aan het afgestemd zijn en het onderhoud daarvan. De Boeddha is het symbool van wakker zijn, jouw aanwezigheid. Als we buigen, buigen we niet voor het houten beeld maar voor onze innerlijke staat, onze eigen aanwezigheid. De dharma is alles wat je hoort, ziet, voelt, wat oplicht in die aanwezigheid, alles! Elk sneeuwvlokje dat valt, elk geluid, elk papier dat wordt omgeslagen, elke geur die we ruiken, is de dharma. De sangha is de harmonie, de juiste orde waarin alles samenkomt. Zoals iedereen hier in exact de juiste orde bij jou binnen zit.

Wordt vervolgd.