Het Avatamsaka of ‘Bloemenkrans’ soetra is de meest opzienbarende tekst van alle Mahayana soetra’s. Het schrijft op een duizelingwekkende wijze de dagelijkse realiteit die we aan den lijve ervaren uit. Hiermee wordt onze ‘doodgewone’ werkelijkheid buitengewoon bijzonder: niets is wat het lijkt te zijn. Tijdens de lock-down van afgelopen voorjaar, vertaalde Maurice Genko Knegtel Roshi de meest pregnante gedeelten van het Avatamsaka soetra uit het Sanskriet in het Nederlands. Deze ‘Corona-vertaling’ is ons uitgangspunt voor een adembenemende reis naar het alledaagse.

Het Mahavaipulya Buddhavatamsaka Surtra of het Avatamsaka soetra wordt in fasen geschreven tussen het jaar nul en de vierde eeuw na Christus, waarschijnlijk in Centraal Azië. In de tweede eeuw na Christus verschijnen al de eerste vertalingen in het Chinees, met name van de Dasabhumika, ‘de Tien stadia van de Bodhisattva’, een van de hoofdstukken van het Avatamsaka. De eerste volledige vertaling in het Chinees verscheen in 420 door Buddhabhadra, in vierendertig hoofdstukken (delen), drie eeuwen later uitgebreid tot veertig hoofdstukken. Van deze veertig hoofdstukken worden de Gandavyuha (deel 39) en de Dasabhumika (deel 26) gezien als de meest oorspronkelijke delen van het Avatamsaka.

De Gandavyuha beslaat een-vierde deel van het Avatamsaka soetra, dat de pelgrimage van Sudhana onder leiding van de Bodhisattva Manjusri beschrijft. Sudhana bezoekt meer dan vijftig leraren met de vraag ‘Wat is verlichting?’ Feitelijk is dit de vraag: ‘Wat is dit?’, ‘Wie ben ik?’ of ‘Waar kom ik vandaan?’

Het Avatamsaka soetra kent een totaal andere sfeer en taal dan bijvoorbeeld de Prajnaparamita soetra’s (de Wijsheidssoetra’s, zoals het Hart soetra en het Diamant soetra), het Lankavatara (boeddhistische psychologie), het Saddharma-Pundarika (het Lotus soetra, met onder andere het verhaal van de verloren zoon) en het Sukhavativyuha (het Zuivere Land soetra van het devotionele boeddhisme). Het is overrompelend, schitterend, stralend, voorbij elke begrenzing, beperking en duisternis. Hier vinden we geen wijdse leegte en niets heiligs, maar een grond geplaveid met diamanten, pilaren, balken, trappen, alle belegd met sieraden die elkaar weerspiegelen.

De situatie die het beschrijft is de volgende: Boeddha Shakyamuni gaat in de aanwezigheid van vijfhonderd Bodhisattva’s en vijfhonderd Arhats te Jetavana een samadhi binnen en het paviljoen waarin hij zich bevindt, breidt zich plotsklaps uit naar de buitenste grenzen van het universum. Het universum zelf is de Boeddha en de Boeddha is het universum.

De Gandavyuha biedt geen wereld in ruimte en tijd, maar alles in de ruimte en alles in de tijd is in elkaar bevat. Heden, verleden en toekomst zijn in dit ene moment van aanwezigheid bevat; er is geen lineaire tijd meer. Niets is solide, alles is in flow en in elkaar bevat; dit moment bevat alle tijd. Zo presenteert de Gandhavyuha de spirituele wereld bij uitstek.

In de ruimte doordringt alles elkaar wederzijds en toch behoudt elk ding zijn zelfstandigheid en individualiteit. Waar de tijd in flow is, is de ruimte in fusion. Elk ding is ‘doorzichtig’ en ‘stralend’; dit zijn DE representaties die het onverwoordbare van de ervaring van ontwaken benaderen.

Het centrale thema van het Avatamsaka is wederzijdse doordringing. De wereld van het Avatamsaka is gekenmerkt door ‘schaduwloosheid’ (anabhasa), geen ding staat op zichzelf en wordt de Dharmadhatu genoemd, in tegenstelling tot de Lokadhatu, de wereld van de op zichzelf staande objecten. Toch zijn beide werelden niet gescheiden van elkaar. De Dharmadhatu is de wereld van ontwaakte aanwezigheid, van de dingen zoals ze zijn: wat je ziet, wat je hoort, wat je voelt. De Dharmadhatu is een mysterie, het gaat elke maat te buiten, is ‘niet te bevatten’ (acintya) en ‘onbeschrijfelijk’ (anabhilapya).

De reis die Sudhana maakt identificeert hem Samanthabhadra Bodhisattva, de laatste van de meer dan vijftig leraren die hij bezoekt. Samanthabhadra wordt gekenmerkt door jnanacaksus, ‘licht-oog’, carya ‘toewijding’ en pranidhana, ‘voornemens’. Samanthabhadra staat in een woord voor toewijding aan alles en iedereen.

De wereld van het Avatamsaka soetra lijkt een wereld van hallucinatie, maar feitelijk is ze de wereld van onze concrete, directe, zintuigelijke ervaring. Dit aan-den-lijve-ervaren wordt onmiddellijk verwoord, zonder symboliek of metaforen. De Gandavyuha, die een kwart van het Avatamsaka soetra beslaat en waaruit ik in de hierop volgende blogs passages zal vertalen, biedt deze directe expressie van ons aan-den-lijve-ervaren. Ze is de wereld van ontwaakte aanwezigheid; ze is de bron van waaruit alle licht zonder hindernis of beperking en zonder te vernietigen straalt en reflecteert in elk wezen individueel. Dit is het licht van Mahavairocana Boeddha, de Zon Boeddha, DE Boeddha van de Gandavyuha.

Maurice Genko Knegtel Roshi’s vertaling van het Avatamsaka soetra wordt besproken in de Zen Cirkel te Utrecht die op 21 september 2020 begint. Wil je daarbij zijn, klik dan hier. De komende weken volgen de blogs op deze website de inhoud van de avonden van de Zen Cirkel Utrecht.

Reactie toevoegen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *