De bekendste koan als het gaat om de relatie tussen mijn dagelijkse leven en meditatie beoefening is het schitterende gesprek dat zich ontspint tussen leerling Zhaozhou (van de stenen brug) en leraar Nanquan (van de kat). De leerling zoekt de Dao, de Weg, de essentie van zijn bestaan. De leraar stelt dat er geen onderscheid is tussen zijn dagelijkse leven en die essentie. Als dat zo is, wat doe je dan? En hoe weet je of je de Weg hebt gevonden? Lees de veelzeggende dialoog van deze negentiende kwestie uit de Wumenkuan, ‘De Poortloze Poort’:

“Op een dag vroeg Zhaozhou aan Nanquan: ‘Wat is de Weg?’ Nanquan antwoordde: ‘Je dagelijkse leven is de Weg.’ Zhaozhou vroeg: ‘Als mijn dagelijkse leven de Weg is, hoe kan ik hem dan bereiken?’ Nanquan antwoordde: ‘Als je de Weg zoekt, raak je er mijlen van verwijderd.’ Zhaozhou sprak: ‘Hoe kan ik de Weg dan kennen?’ Nanquan antwoordde: ‘De Weg behoort niet tot kennen of tot niet-kennen. Kennen is illusie; niet-kennen is apathie. Als je de ongekunstelde Weg echt bereikt, dan is hij als de onbeperkte openheid. Hoe kan er dan goed en slecht zijn?’ Toen Zhaozhou deze woorden hoorde, ontwaakte hij plotseling.”

Als beginnend zen student had ik ooit een formeel onderhoud (dokusan) met de leraar van mijn leraar, Taizan Maezumi Roshi, abt van het Zen Center Los Angeles. Ik vroeg hem: ‘Hoe integreer ik zen meditatie in mijn dagelijkse leven in Amsterdam, waarin ik maar een half uur per dag op een kussen kan zitten?’ Mauzumi Roshi keek me enkele seconden vanachter zijn zwarte brilmontuur vilein scherp aan en sprak toen: ‘Jij maakt het onderscheid.’ Ik dacht: en jij hebt makkelijk praten! Je bent geboren in een zen klooster, je vader, je oom en je broer zijn zen meester, je hebt nooit buiten een klooster geleefd, natuurlijk is voor jou alles zen beoefening. Maar hoe beoefen ik midden in de bonkende stad, zonder strak kloosterschema, zonder de stille afzondering van een retraite-oord en een gemeenschap die mijn beoefening ondersteunt? Ik keerde terug naar Nederland en ging daar als assistent begeleider bij het Zen Centrum Amsterdam cursussen aan gevorderde zen studenten geven waarin gezamenlijk werd geëxperimenteerd met meditatiebeoefening buiten het klooster. De neerslag van deze jarenlange experimenten verscheen in mijn eerste drie boeken, die samen een trilogie vormden over de integratie van meditatie in het dagelijkse leven zoals wij moderne Westerlingen dat leiden.

Deze experimenten gingen veertien jaar door, tot 2006, mijn vraag bleef urgent en suggesties kwamen en gingen. Totdat in 2006, volstrekt onverwacht en tot mijn eigen stomme verbazing, mijn vraag naar de integratie van meditatie in mijn dagelijkse bestaan spontaan was weggevallen. Ik was mijn vraag kwijt. Het was geen issue meer. Ik zag het probleem niet meer. Mijn dagelijkse leven is meditatie. Er valt niets te integreren. Alles wat ik doe, elke handeling die ik verricht en elke situatie waarin mijn leven zich bevindt, dat is het. Maezumi Roshi had gelijk: ik maakte het onderscheid. Mijn dagelijkse leven is de Weg.

Het verlies van mijn vraag was het begin van Izen, Integrale Zen, de beweging die het dagelijkse leven precies zoals je het leidt als meditatie beoefening onderhoudt. Hoe weet ik dat mijn dagelijkse leven de Weg is? Dat weet ik niet. Ik kan dat nooit bewijzen. Maar er is wat mij betreft niets anders dan dit. Dit, deze concrete situatie waarin mijn leven zich thans bevindt en deze concrete handeling die ik nu verricht. Dit is mijn beoefening. Dit te doen, dit te leven, dit aan te nemen, uit te staan, aan te gaan, zonder sjoemelen, ongekunsteld aanwezig. Hoe kan ik dat goed of slecht doen?

Reactie toevoegen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *